Bezoekers Oerol werken mee aan geslaagde enscenering van de 'Guernica'; Wij zijn allemaal middeleeuwers

Er zijn dit jaar meer kaarten te koop voor Oerol en het kassasysteem is eerlijker dan voorheen, maar nog altijd is de vraag groter dan het aanbod. De organisatie van het festival op Terschelling kan er niets aan doen. Maar je zou iedereen een plek gunnen bij '20.000 mijlen onder zee', een voorstelling in het ruim van een vrachtschip.

Oerol duurt t/m 22 juni. '20.000 mijlen onder zee' van het Max Tak Film- en Dansorkest maakt een tournee langs de schouwburgen. 'Pak 'm Stanzi' van Tryater is na Oerol nog te zien op het Noorderzon Festival in Groningen 22 tm 25 augustus.

TERSCHELLING, 16 JUNI. “De middeleeuwse traditie heeft vele eeuwen overleefd”, stelt de dichter Willem Wilmink vast in zijn recent verschenen studie Mijn middeleeuwen. Hij verwijst naar bouwkunst, taal en literatuur. Had Wilmink op Terschelling het Oerol Festival bezocht, dan had hij er zonder twijfel 'theater' aan toegevoegd. Oerol ontstond als straattheaterfestival en straattheater brengt het nog steeds van harte.

Vrijwel anoniem beoefenen ze hun vak, de uitbundige 'Oscar uit Australië' die zo vingervlug is dat je bijna vergeet hoe intelligent en meeslepend de one man-show is die hij letterlijk weggeeft. Of neem de intens charmante Yukitaki Taro die als 'Levend Museum' door het leven gaat. De 'David' van Michelangelo zet hij in een oogwenk neer, met nadruk op de leipe blik van dat beeld die je nooit was opgevallen maar die je ogenblikkelijk herkent en nu niet meer zult vergeten.

Rond kunstenaars als zij spelen zich in de straten van Terschellings dorpen, aan zee en in het bos, taferelen af die in essentie weinig lijken te verschillen van hoe zoiets vijfhonderd jaar geleden toeging: een potsenmaker trekt de aandacht met vaardigheden die de gemiddelde mens niet machtig is. Hij zal, behalve een geslaagd komiek, een uitmuntend acrobaat of jongleur zijn, maar dat is nooit genoeg. Al acterend zal hij zijn publiek moeten verleiden, want theater moet hij maken, van hoog gehalte. Lukt hem dat niet, dan loopt het publiek onverbiddelijk door. Kan hij dat wel dan neemt hij dat publiek in gijzeling, sterker nog, het doet wat hij wil en nog met overgave ook. Geloof het of niet: ik heb de afgelopen dagen dat publiek sluipmoordenaars zien spelen en koningen en ik zag ze in verkrampte houdingen meewerken aan een geslaagde enscenering van Picasso's Guernica. Want de mensen laten zich graag meeslepen door zo'n straatspeler, alle moderne media, hoogontwikkelde kunst en verwennerij met licht verteerbaar amusement ten spijt. De middeleeuwers leefden andere levens dan wij, in een wereld die voor ons moeilijk meer te volgen is, maar in dit opzicht zijn ze onze broeders.

Ook dit jaar is Oerol erg druk en erg vol. Ook al zijn er vijftienduizend toegangsbewijzen meer te koop dan vorig jaar en wordt er een eerlijker kassasysteem gehanteerd, nog altijd is de vraag groter dan het aanbod. 's Morgens om 7 uur vormen zich al rijen wachtenden voor de kassa's, om een uur of elf is alles op.

Zakelijk leider Henk Keizer legt uit dat meer niet mogelijk is. Meer publiek dan dit kan festival noch eiland aan of er moet worden gemikt op minder schuurtjestheater (gemiddeld 50 bezoekers per voorstelling) en meer op grotere evenementen. Maar dat wil niemand op Oerol, dat schuurtjestheater biedt ruimte voor experimenten en levert veel onzin maar soms ook onverwacht veel prachtigs op. Het is geen ramp: het straattheater is overal voor iedereen toegankelijk en het is te zien zonder dat er iemand vraagt naar je kaartje.

Natuurlijk is het geweldig om een plaats te bemachtingen voor de ronde circustent achter de kerk van Hoorn om daar te schreeuwen en te genieten bij Pak 'm Stanzi (geschreven door Claire Luckham, bewerkt en geregisseerd door Jos Thie). Het is toneelgroep Tryaters Friese versie van een theatrale strijd tussen de generaties en de seksen, die met catch-as-catch-can wordt uitgevochten. De acteurs gingen een jaar in training om echt te kunnen worstelen, het publiek ontkomt er, door de sfeer die Thie bouwt, niet aan om net zo echt de personages aan te moedigen.

En natuurlijk gun je iedereen om getuige te zijn van de voorstelling 20.000 mijlen onder zee: in het ruim van een vrachtschip, geholpen door de geur van staal en touw, organiseert Leonard van Goudoever met zijn Max-Tak film- en dansorkest, regisseur Hans Dagelet en acteur René Groothof een fuif van muziek, mime en film. De archieven van het Filmmuseum werden geplunderd, Jules Verne's Kapitein Nemo werd vrolijk verward met Melville's Kapitein Ahab en Van Goudoever bewerkte een betoverende selectie van muzikale zee- en zwaar weer-fragmenten.

Deze voorstelling ontstond direct geïnspireerd door Oerols thema van dit jaar: 'De diepte van oceanen'. De Nijmeegse beeldend kunstenares Dõro Krol zocht het thema verder weg: de namen die de droge zeeën en oceanen op de maan kregen, inspireerden haar en haar collega Anya Koek tot een wonderbaarlijk consistente wereld in de hoeken en de gaten van een van de Oerolse boerenschuren. Krol grijpt alles aan om, in haar even preciese als woeste lijnen en kleuren, te tekenen, te schilderen of collages te maken - papier, doek, plastic, foto's, maar ook pannensponsjes.

Anya Koek, keramiste, betoont zich in kleur en vorm een waardig partner en tegenspeelster. Samen verklaren ze in die schuur het wezen en de schijn van oceaan en zee: niet alles bestaat daar bij gratie van zout en nat, dromen en gedachten zijn er net zo wezenlijk.

    • Joyce Roodnat