Beleid van beide landen groeide steeds meer uiteen; Ethiopië weigerde medewerking bij invoer nacfa-munt; Ethiopië en Eritrea wurgen elkaar

Het uitslaande grensconflict tussen Ethiopië en Eritrea heeft behalve territoriale ook economische achtergronden, zoals de invoering van de eigen Eritrese munteenheid, de nacfa. Economische gevolgen zijn er ook. “Onze economische relatie met Ethiopië is nu volledig dood.”

ASMARA, 16 JUNI.Breekt morgen de vrede uit tussen Eritrea en Ethiopië, dan bestaat er nog steeds een bitter handelsdispuut tussen beide landen. Menig waarnemer ziet de introductie eind vorig jaar van een eigen munteenheid door Eritrea als de oorzaak van de snelle verslechtering in de onderlinge relaties. Eritrese beleidsmakers ontkennen dit bij hoog en laag. Maar ze zijn het erover eens dat de invoering van de Eritrese nacfa het einde inluidde van alle handel tussen beide landen. “Onze economische relatie met Ethiopië is nu volledig dood”, stelt Tekie Beyene vast, gouverneur van Eritrea's Centrale Bank.

“Laat ik je direct vertellen dat de invoering van de nacfa niets te maken heeft met deze oorlog”, begint minister van Financiën Gebreslassie Yosief het gesprek. “Als we om nationalistische en emotionele redenen een eigen munteenheid hadden willen invoeren, dan was dit al direct na onze onafhankelijkheid van Ethiopië in 1993 gebeurd. Ethiopië en Eritrea volgden de afgelopen jaren steeds meer een verschillend economisch beleid. Wij voeren een liberale economische politiek, Ethiopië daarentegen bedrijft protectionisme. We moesten daarom wel onze eigen munteenheid invoeren.”

De eerste jaren na de afscheiding bleef Eritrea de Ethiopische birr gebruiken. De twee regeringen praatten toen zelfs over een vrije handelszone en hechte economische samenwerking. Ethiopië mocht de Eritrese havensteden Asab en Masawa gebruiken en voor de diensten betalen in birr. Volgens Eritrea kwamen beide landen twee jaar geleden op vriendschappelijke wijze overeen ieder een eigen munteenheid te gaan gebruiken. De problemen ontstonden bij de uitvoering van dit plan. “We stelden voor hun birr en onze nacfa tegen elkaar inwisselbaar te maken”, aldus Tekie Beyene van Eritrea's Centrale Bank. “Maandenlang wachtten we op hun antwoord. Ze verzochten ons te wachten met de nacfa tot zijzelf nieuwe birr-biljetten konden introduceren. We gingen daarmee akkoord. Toen opeens in november kwam hun respons: ze willen al het financiële verkeer met Eritrea in dollars laten plaatsvinden. We stonden perplex over deze Ethiopische houding. Dit Ethiopische besluit bracht onze onderlinge handelsrelatie terug bij af.”

De goede politieke verhoudingen tussen beide regimes daterend uit de samenwerking in de toenmalige guerrillastrijd tegen dictator Mengistu waren inmiddels danig bekoeld. Ethiopië weigerde medewerking bij de invoering van de nacfa. De Ethiopische Centrale Bank wilde zelfs de in Eritrea tegen nacfa's ingewisselde birrs niet accepteren. “Een delegatie van het Internationale Monetaire Fonds kwam bemiddelen”, aldus Tekie Beyene. “Het IMF vindt dat volgens gangbare economische principes Ethiopië ons voor die birrs moet compenseren, maar Ethiopië weigert. Ik zit hier nog steeds met al die miljoenen birrs.”

De onderlinge handel kwam tot stilstand. Vrachtwagens, bussen en zwaarbeladen ezels vomden lange files langs de grens. In het ruwe en onderontwikkelde grensgebied bevinden zich geen banken en niemand beschikt er over dollars. Volgens Tekie Beyene traineerde de Ethiopische Centrale Bank de opening van kredietbrieven voor Eritrese zakenlui. “Bovendien”, aldus Tekie Beyene, “als hun Centrle Bank dat wel deed ging de bank vervolgens veel te hoge prijzen vaststellen voor teff, het graan dat wij van daar invoeren. Daarna bleek het niet meer winstgevend om teff te importeren.”

Beide landen incasseren zware verliezen door het verbeten handelsdispuut annex grensconflict. Ethiopië raakt zijn toegang kwijt naar Asab en Masawa en moest zijn import verplaatsen naar de havens van het minder efficiënte en duurdere Jibouti. Eritrea kan niet meer exporteren naar Ethiopië, zoals zout en schoenen. De Eritreërs doen het voorkomen alsof de schade voor hun economie beperkt blijft. “We gaan andere markten zoeken”, zegt Sirak Kifle, de voorzitter van de Eritrese Kamer van Koophandel. “Er bestaan voldoende andere mogelijkheden voor ons in Afrika en het Midden-Oosten. Aan dollars hebben we ook geen gebrek. Eritreërs woonachtig in het buitenland maken jaarlijks miljoenen dollars over.”

Wie er ook blaam treft voor het handelsgeschil als gevolg van de nacfa, de Eritreërs slaagden er in ieder geval in opnieuw hun onafhankelijkheid te benadrukken. Het economische motto - we vertrouwen op eigen kracht - heeft gezegevierd. Dit motto hield de Eritrese verzetsstrijders dertig jaar lang op de been in de oorlog tegen Ethiopië en vormt nu de leidraad bij het economische beleid. De regering wil geen leningen van het IMF en heeft vrijwel geen buitenlandse schulden. Ze wees bijna alle buitenlandse ontwikkelingsorganisaties uit want ze zegt beter dan welke buitenlandse hulpverlener te weten hoe het land te ontwikkelen.

Deze onorthodoxe aanpak van de zeer gemotiveerde Eritreërs leverde, volgens waarnemers ter plekke, tot nu toe dividend op. Van corruptie in regeringskringen en van hulpverslaving onder de bevolking is geen sprake, zeggen zij. De economie groeide vorig jaar met acht pocent en voor dit jaar luidt de verwachting zes procent. Het zelfvertrouwen van de Eritreërs lijkt onaantastbaar, ondanks de oorlog. “We zijn op het ergste voorbereid, we kunnen iedere situatie aan”, voorspelt minister van Financiën Gebreslassie Yosief. “We verwachten dat de huidige problemen van tijdelijke aard zullen blijken.”

    • Koert Lindijer