Vierhonderd ballen om uit te kiezen

In mijn tienertijd trapte ik weleens met vrienden tegen een bal op een voetbalveld bij ons in het dorp. Naast dat veld was een midgetgolfbaan waar regelmatig volwassenen aan het midgetgolfen waren. Die lui lachten wij dan uit. Midgetgolf was immers iets voor kinderen - als kind had ik het zelf ook gedaan - en niet iets waar je je later serieus mee ging bezighouden.

Maar nadat we op een dag die midgetgolfers weer hadden uitgelachen, werden we opeens uitgenodigd om ook een balletje te slaan. Het waren wedstrijdspelers, we mochten hun stick en ballen gebruiken. Het eerste kwartier bakte ik er niets van, maar daarna ging het stukken beter. En ik vond het nog leuk ook! Na die eerste keer dacht ik meteen: dit ga ik vaker doen. Gewoon, omdat het een uitdaging is om die bal in zo weinig mogelijk slagen in dat gaatje te krijgen.

Ik bleek een talentje, dat hoorde ik althans van mensen die het konden weten. Toen kreeg ikzelf ook het idee dat er voor mij best veel in zou kunnen zitten. Ik werd lid van een club en kocht m'n eigen spullen.

Midgetgolf is een concentratiesport. Om de top te halen moet je je kunnen beheersen, aanleg hebben en ook veel trainen - zelf train ik zo'n drie keer per week. Balkennis is ook belangrijk. Welke bal voor welk baantype, voor welke temperatuur. Ik heb zo'n vierhonderd ballen om uit te kiezen.

Het blijft jammer dat maar weinig mensen mijn sport serieus nemen, dat er ook nauwelijks aandacht van de media voor is. De meeste mensen zien midgetgolf toch als een kinderachtig spelletje. Tot ik ze uitnodig voor een potje en ze twintig slagen voorsprong geef. Dan win ik nog. Daarna praten ze dus wel anders.