Snel een rel

Een Nederlands elftal zonder rel, dat is als hutspot zonder wortelen. We hoefden er ditmaal gelukkig niet al te lang op te wachten: tachtig minuten voetbal was voldoende. Daarna kregen we een alibi om de wedstrijd dood te zwijgen en alleen nog over Het Woord te praten.

Welk woord had Lorenzo Staelens tegen Kluivert gebruikt? Ik houd het op 'moordenaar', maar ik geef me graag gewonnen voor een betere suggestie. Kluivert zweeg er in alle talen over. Heel verstandig, want hij wil voorkomen dat hij de rest van zijn voetballeven alleen nog met dát woord wordt achtervolgd.

Studio Sport kwam gisteravond met de interessante ontdekking - via een betrokken advocaat - dat Staelens al in 1989 tegen een Arabische speler racistische, seksueel getinte scheldwoorden had gebruikt. Het was een onthulling die door andere tv-stations die ik zag, niet werd overgenomen, ook niet door de Belgische.

De Belgen leken nogal met het incident in hun maag te zitten. De Belgische wedstrijdcommentator reageerde op het moment zelf bewonderenswaardig objectief. “Dit kun je matennaaierij noemen”, zei hij, toen Staelens theatraal ter aarde stortte na het duwtje van Kluivert.

In de Belgische studio was na afloop minder zelfkritiek te horen. Het bewuste fragment werd onder veel gegniffel en geschamper herhaald. Dat Staelens wel eens een stuitend woord kon hebben gebruikt, leek bij niemand op te komen. Nu had ik dat ook niet direct van presentator Marc Uytterhoeven verwacht. Hij is de man die tijdens het vorige WK op denigrerende toon zei dat Nederland 'met een heel stel gekleurde rijksgenoten' speelt.

Als 'Hollandhater' heeft Uytterhoeven een reputatie hoog te houden, en hij slaagde daar ook zaterdag aardig in. Na afloop konden de kijkers in het programma Idee 22 telefonisch rechtstreeks op de wedstrijd reageren.

“Ik begrijp niet”, zei een Nederlandse kijker, “dat jullie zo op een WK durven komen. Het was te slecht voor woorden.” De smalende reactie van Uytterhoeven: “U bevestigt onze ideeën over Nederland. Als jullie zo graag winnen, waarom heb je het dan niet gedaan?” Tegen een Nederlander die later begrip toonde voor het Belgische anti-voetbal, zei hij: “Een positieve Nederlander. Het bestaat.”

Wat de Belgische tv in de nabeschouwende sfeer deed, was überhaupt erg zwak. In de studio hadden plukjes Belgische en Nederlandse supporters plaatsgenomen die wat tegen elkaar mochten schreeuwen. De enige échte kenner, oud-voetballer Paul van Himst, kwam nauwelijks aan het woord.

Daar steekt de Nederlandse tv professioneel tegen af, al houdt het ook daar niet over. Er bestaat, gemeten in tijd en aandacht, een wonderlijke wanverhouding tussen de voorbeschouwing en de nabeschouwing. Tevoren word je doodgegooid met allerlei gebeuzel over de verwachtingen, maar tijdens en na de wedstrijd is er vaak te weinig ruimte voor een grondige analyse, zoals de Britse tv die kent.

Op de Nederlandse tv is de rust van de wedstrijd nu bijna helemaal dichtgemetseld met reclame. In de rust en na afloop is er een haastig praatje met Cruyff - die zich op tv bovendien veel minder kritisch over de strategie van het Nederlands elftal uitlaat dan in de geschreven pers - en met de studiogast, in dit geval Youri Mulder. Verder zijn er de gebruikelijke interviews met spelers en trainers, die onder leiding van Jack van Gelder obligater zijn dan ze ooit onder Kees Jansma zijn geweest. Hij vergat zelfs aan Hiddink te vragen waarom hij Davids niet had ingezet.

Hoe heikel deze kwestie nog steeds is, bleek later in Villa BvD toen Hiddink weigerde een vraag van Henk van Dorp hierover te beantwoorden. Het bevestigde mij weer eens in mijn vooroordeel dat de ware risicofactor van het Nederlands elftal niet Kluivert, Davids of Bogarde is, maar de man die hen niet goed aankan: Hiddink.

    • Frits Abrahams