Skeelertitel beloning voor trouwe knecht

Edward Hagen werd zaterdag in Gramsbergen Nederlands kampioen skeeleren. Hij onttroonde zijn ploeggenoot René Ruitenberg, die zich dit jaar in de finale in de rol van knecht schikte.

GRAMSBERGEN, 15 JUNI. Met duwen en trekken begon het peloton zaterdagmiddag op de Hoge Esch in Gramsbergen aan de laatste ronde van het NK skeeleren. Al een paar ronden waren de mannen op de kleine wieltjes op jacht naar de koploper, Edward Hagen. Met krachtige slagen voerden ze het tempo nog eens op. Routinier René Ruitenberg en eerstejaars A-rijder Mark Tuitert sloegen aan de kop van het peloton letterlijk de handen ineen om het de concurrentie nog moeilijker te maken in de achtervolging op hun ontsnapte ploeggenoot.

Hagen had iets meer dan een handvol seconden voorsprong. Hij kon zijn voorsprong alleen behouden als Ruitenberg en Tuitert hun afstopwerk goed zouden doen. Toen het peloton met de eindstreep in zicht voor het laatst over het asfalt van de Hoge Esch denderde, leek Hagen als een opgejaagde prooi te worden opgeslokt. Maar nog steeds was niemand erin geslaagd Ruitenberg en Tuitert te passeren. Vlak achter de leeggestreden Hagen gingen zij als de twee en drie over de finish.

Erik Hulzebosch had zaterdag in zijn woonplaats zo graag op het erepodium gestaan. “Ik ga d'r altied veur”, vertrouwde de Nederlandse skeelerkampioen van 1992 het thuispubliek vooraf toe. Aan strijdlust ontbrak het Hulzebosch niet. In de laatste bocht deed hij nog een manmoedige poging uit het peloton te ontsnappen, maar ook hij kon zich niet aan de ijzeren greep van het Wehkampduo ontworstelen. Hem restte na afloop niets anders dan voor camera's en microfoons vertellen wat er mis was gegaan. Een stukje verderop bespoten drie ploeggenoten elkaar met champagne.

In tegenstelling tot vorig jaar was de winnaar onomstreden. Tijdens de vorige editie van het NK gingen René Ruitenberg en Arjan Smit vrijwel gelijktijdig over de streep. Smit werd in Zuidwolde tot winnaar uitgeroepen, waarna Ruitenberg naar de rechter stapte. Die stelde hem in het gelijk. Even leek de geschiedenis van 1997 zich te herhalen toen Ruitenberg en Smit samen uit het peloton waren ontsnapt. Hun avontuur was echter van korte duur. Toen Ruitenberg met wilde armgebaren Smit ertoe wilde bewegen ook kopwerk te doen, was hun vluchtpoging ten dode opgeschreven.

Ruitenberg, die door Hagen werd onttroond als nationaal kampioen, moest na een uur en twee ronden bekennen dat hij in de slotfase even de aanvechting had om achter zijn ontsnapte ploeggenoot aan te gaan. “Als ik zelf de sprint had aangetrokken...”, mijmerde hij. “Maar Edward doet zo vaak knechtenwerk voor ons. Als er iemand is die deze titel verdient, dan is hij het wel.” Ook Tuitert, Nederlands grootste skeelertalent, cijferde zichzelf weg ten gunste van Hagen: “Natuurlijk moest Edward winnen.” Tuitert was als een van de favorieten van start gegaan in het 45 A-rijders sterke veld. De tiener uit Holten was zo zeker van zijn zaak dat hij er met een vriend een krat bier om durfde te verwedden dat hij kampioen zou worden.

Zoals zoveel skeeleraars zijn Hagen, Ruitenberg en Tuitert in de winter actief als marathonschaatsers. In Nederland ontstond de skeelersport omstreeks 1985 als training voor deze tak van schaatsen. René's broer Henri Ruitenberg - zaterdag in Gramsbergen ook van de partij - was een van de mannen aan het kraambed van het skeeleren. Net als Evert van Benthem, die bij het NK met een jachtgeweer het startschot loste. “In het begin won niet de beste skeeleraar, maar degene met het beste materiaal”, herinnert de winnaar van de Elfstedentochten van 1985 en 1986 zich. “Toen hadden die wedstrijden ook hun charme. In de kleedkamer pakte iedereen zijn skeelers stiekem uit de tas, zodat anderen niet goed konden zien wat er nu weer nieuw of anders aan was. Elke keer was er wel iets aan de wielen of de frames veranderd. Vooral de wielen bepaalden toen wie er won. We lieten stroken rubber uit de Verenigde Staten komen en draaiden daar zelf wielen van. We zochten naar het rubber dat de minste weerstand had. Kruithof won toen veel wedstrijden; niet omdat hij de beste was, maar omdat ie over het beste materiaal beschikte.” Als skeeleraar haalde Van Benthem niet het niveau dat hij als marathonschaater bereikte. “Ik was een subtopper”, zegt de man die nog één keer per week recreatief skeelert.

De subtop is ook de plek die het Nederlandse skeelereren de laatste jaren inneemt. Zelfs in Nederland zijn het meestal buitenlanders die er met de prijzen vandoor gaan, zoals op Hemelvaartsdag tijdens een wedstrijd in de Tijl-competitie in Dalfsen, toen drie van de vier Franse deelnemers op het podium stonden. In Gramsbergen was het vooraf een geruststellende gedachte dat er in elk geval een Nederlander zou winnen.

    • Ward op den Brouw