Oldenbarneveldt in kerk onthoofd

Voorstelling: Oldenbarnevelt door Theater aan het Spui en Theatergroep Hollandia. Libretto: Lex Bohlmeijer. Muziek: Louis Andriessen, Florentijn Boddendijk, Paul Koek en Martijn Padding. Regie: Johan Simons. Gezien 12/6 Nieuwe Kerk Den Haag. Herhaling aldaar t/m 28/6.

“Die staat, ziet toe, dat hij niet en valle, ende zij God zijne ziel genadig. Amen.” Zo luiden de laatste woorden van de monoloog, die prins Maurits half spreekt en half zingt, vrij naar het Wilhelmus. En zo ook eindigt de muziekvoorstelling Oldenbarnevelt van vier componisten, die zijn première beleefde in de Haagse Nieuwe Kerk als onderdeel van het 750-jarig bestaan van de stad Den Haag. Acteur Has Drijver stond met zijn blote voeten midden in de scherven van een Mariabeeld, dat van het plafond naar beneden was gevallen en er waren meer van die gevaarlijke momenten. Zo bleek de vloer te glad voor het in de actie betrokken Haags matrozenkoor.

Prins Maurits was weliswaar verantwoordelijk voor de arrestatie van zijn raadsheer, maar een onthoofding ging hem veel te ver. Bezag hij de terechtstelling door een geheim luikje? “Maak het kort”, maande Oldenbarnevelt. Ook de toppen van zijn vroom gevouwen vingers vlogen eraf, het bloed werd als souvenir verkocht.

Lex Bohlmeijer, die de tekst schreef, geïnspireerd op Vondels Palamedes, met gebruikmaking van historische bronnen, gebruikt de ruimte eerst als het atelier van Simon Stevin, die tevergeefs de kemphanen tracht te verzoenen. Dit legitimeert in de setting quasi door Stevin ontworpen instrumenten, die multifunctioneel worden ingezet. Zo is er een sluispoort annex guillotine die tevens als slagwerk dient. Boeiend vond ik een klein vuurtorentje, dat hevig met de raampjes kon klepperen in momenten van paniek.

Toch vloekte veel slagwerk met zijn historische omgeving zoals Afrikaanse en Braziliaanse trommen, er stond een macht aan dit soort speeltuig opgesteld. Paul Koek tekende voor de partijen, en op zijn ritmen bedacht weer Martijn Padding de noten voor koren en blazers. Louis Andriessen componeerde de voorlaatste scène voor jongenssopraan en orgel in een sterk wiegende cadans.

Meestal klinkt de muziek hoekig hard in primaire kleuren en strikt functioneel ondergeschikt aan het strak als een ballet geregistreerd toneel, met Oldenbarnevelt en prins Maurits in een worstelende pas de deux. Bijzonder nog is het samengaan van tuba en lions roar, gulzig grommend dan wel bars blaffend, elementair en aards. Daarmee contrasteert hevig de rol van Florentijn Boddendijk. Hij beeldt met elektronische middelen de val van de Maagd muzikaal uit, en zorgt voor trage klankmassa's in de epiloog, een sterk effect na al die percussieve interjecties. Het exotische slagwerk riep daarbij de vraag op: vond gamelanmuziek al in de 17de eeuw zijn weg naar Nederland?

    • Ernst Vermeulen