Netelenbos: 'Nieuw onderzoek geeft vertekend beeld'; Schooluitval nog schimmig

Jaarlijks zouden 90 duizend scholieren blijven zitten of de school zonder diploma verlaten. Maar op de criteria voor deze 'uitvallers' is kritiek te leveren.

ROTTERDAM, 15 JUNI. Bijna zes procent van de middelbare scholieren - 48.000 - verlaat jaarlijks de school zonder diploma. Zij zijn de zogeheten 'uitvallers'. Nog eens 42.000 leerlingen (ruim vijf procent) blijven elk jaar zitten. Dit stelt het dagblad Trouw in het tweede scholenonderzoek dat de krant afgelopen zaterdag publiceerde.

Schooluitval baart minister Ritzen en staatssecretaris Netelenbos (Onderwijs) en hun collega wethouders in grote steden zorgen, zo hebben ze de afgelopen paar jaar steeds verklaard. Ook de Tweede Kamer wijdde dit jaar hoorzittingen aan de vraag hoe schooluitval te voorkomen om zo jongeren te behoeden voor werkloosheid of criminaliteit. Maar de definities van en cijfers over schooluitval zijn overal verschillend, waardoor scholen met 'uitvallers' steeds op andere gronden worden bekritiseerd.

Trouw rekent alle leerlingen die tijdens het schooljaar de school verlaten of die vertrekken nadat ze zijn blijven zitten tot de 'uitvallers'. Zo komt de krant uit op 48.000 leerlingen in het schooljaar 1996/1997. Alle kinderen die zijn verhuisd of naar een andere school in dezelfde stad zijn vertrokken, zijn meegerekend. Daardoor is het beeld vertekend, laat Netelenbos weten. Volgens ramingen van het ministerie is er jaarlijks een 'harde kern' van zo'n 12.000 uitvallers, die nooit een bruikbaar diploma verwerven.

Ritzen hamert erop dat elk kind een bruikbaar diploma, ofwel een 'start-kwalificatie' voor een baan haalt. Diploma's in het voorbereidend beroepsonderwijs (VBO) en de Mavo gelden niet als 'startkwalificatie' - hooguit als opstap naar een MBO-opleiding, de Havo of een opleiding in het 'leerlingwezen'. Een gediplomeerde Mavo-scholier staat dus bij de Onderwijsinspectie te boek als 'uitvaller', omdat hij niet beschikt over een 'startkwalificatie'. Trouw, dat de geslaagden per school turfde, rekent deze categorie niet tot de uitvallers.

De enige manier om nauwkeurig te volgen wat leerlingen doen nadat zij een school verlaten - met of zonder diploma - is volgens Netelenbos de invoering van het zogenoemde onderwijsnummer. Hiermee wordt elk kind gevolgd van zijn vierde jaar tot en met een eventueel academische studie of baan. Dit nummer is omstreden omdat de Registratiekamer vindt dat het nummer de privacy van leerlingen schendt.

De Mavo-VBO-vestiging van College 't Loo in Voorburg, heeft volgens Trouw met 38 procent het hoogste percentage Mavo-uitvallers in het land.

Trouw rekent leerlingen die zakken voor één Mavo-vak op het hoogste (D-)niveau tot 'uitvallers'. Directeur G. Snijders: “Zij hebben dan vijf vakken op D-niveau en één vak op C-niveau en kunnen dus met gemak naar bijvoorbeeld de MTS, waarvoor slechts drie vakken op D-niveau zijn vereist. Ben ik dan opeens een slechte school?”