Column

Mijn neef & ik

'Voetbal is oorlog', zei de generaal. Dat is achterhaald. Voetbal is een smerige oorlog. Alles mag. Wat Staelens zei? Wilt u het echt weten? U heeft toch genoeg fantasie om dat te kunnen raden.

Een vriend van mij had ooit iets crimineels gedaan. Met geld. Geen geweld dus. Zijn broer kwam, in de week dat de affaire van zijn criminele broer breed in de kranten stond, een hockeykleedkamer binnen om zich te verkleden voor een dom potje bedrijfshockey. Iemand van de tegenpartij zei: 'Begrijp in jouw geval niet wat je hier doet...'

De broer van mijn criminele vriend was enigszins sprakeloos, maar gelukkig zat er iemand met een goed geheugen bij. Deze besliste het verbale opstootje: 'Dat hebben we van jouw familie na 1945 ook nooit begrepen.' Einde smakeloze anekdote. Sport dus.

Kluivert is een weinig ontroerende B-film. Een iets te vet scenario. Elke regisseur zou zeggen: 'Mag er iets minder drama in?'

Eerst rijdt hij iemand dood, op de dag van de begrafenis racet hij weer als een Verstappen door de stad, twee weken later hangt hij juichend in het NAC-hek, is later zijdelings bij een knokpartij betrokken, daarna wordt hij verdacht van seksueel groepsrommelen met een meisje dat niet wou en nu wordt hij, na twee dramatisch slechte voetbalseizoenen, ook nog eens het veld uitgestuurd. Mag het een onsje minder?

'Hoe loopt de film eigenlijk af?', vraagt mijn neef.

Slecht. Heel erg slecht!