'Laat me eruit! U verpest mijn toekomst!'

Na Nederland-België was het zoals elk weekeinde onrustig rond het Rembrandtplein in Amsterdam. De politie reed van bloedneus naar vechtpartij en had handen vol werk.

AMSTERDAM, 15 JUNI. Een kaalgeschoren jongen lalt “teringlijers”. Een lange man trekt zijn broek naar beneden en draait zijn achterwerk naar de agenten. Het politiebusje van de agenten van het bureau Prinsengracht is even na half twaalf op het Rembrandtplein gearriveerd. De agenten zien de blote billen en horen het scheldwoord, maar reageren niet. Voor hen begint de avond zoals zo vaak, irritant. Gelukkig krijgt de politie deze nacht hulp van 'de dertiende man', een miezerige en koude regen.

De chef van de avondploeg van het politiebureau Prinsengracht had het bij de briefing om elf uur, vlak na Nederland-België al zuchtend gezegd. “Er is gezopen, man.” Op en rond het Rembrandtplein in Amsterdam zorgen agressieve jongeren onder invloed van drank en XTC wekelijks voor onrust. Burgemeester S. Patijn en korpschef J. Kuiper zijn vorige week zaterdag nog 's nachts op het plein geweest, want de situatie is de laatste weken verergerd. Zonder aanwijsbare reden.

Sinds vrijdag rijdt er een 'ordebus' met acht agenten, die snel naar brandhaarden in het uitgaansgebied kan uitrukken, zodat de vaste ploegen permanent op het Leidseplein en Rembrandtplein aanwezig kunnen blijven. Deze nacht bestaat de vaste ploeg op het Rembrandtplein uit acht man plus twee ruiters.

De agenten hebben net hun mobiele onderkomen (MOK), een grote politiebus, op de hoek van het Rembrandtplein en de Reguliersbreestraat gestationeerd. “Grote vechtpartij in Reguliersdwarsstraat”, klinkt er dan door de mobilofoon. De agenten springen in het kleine busje en rijden er met sirenes naar toe. Bij de cafés is een opstootje, maar de vechtpartij tussen twee groepen jongeren is al voorbij. Een meisje in een oranje hemd heeft een bebloede neus. Ze wijst een grote, blonde jongen aan als de dader.

De jongen zegt haar per ongeluk geslagen te hebben om haar van zich af te schudden. “We nemen hem mee”, zegt agent R. Lioe-A-Joe. De jongen raakt in paniek, wil zich verzetten, maar is snel geboeid. In het politiebusje huilt hij. “Laat me er uit”, schreeuwt hij met schorre stem. “Anders kom ik niet in het genootschap. U verpest mijn toekomst.” Het is de eerste arrestant van de nachtploeg.

Officier van justitie E. Lameijer is deze nacht te gast om de praktijk te zien van de mishandelingszaken die ze ter behandeling krijgt. De 'wat-nou-zaken', zegt ze. De situatie escaleert vaak als over en weer is geroepen “wat nou?, wat nou?”. Cijfers heeft ze niet maar ze heeft de indruk dat het meestal gaat om “doodgewone jongens met een baan uit Almere of Haarlem”.

Districtschef A. Smit van de politie binnenstad parkeert zijn blauwe politiewagen bij het MOK. Hij is vaak op zaterdag tussen zijn dienders op “de pleinen” te vinden.

Pagina 6: Drie gewonden: 'rustige nacht'

Smit loopt - in uniform - geregeld even de discotheken Escape en iT binnen. Bij de iT hebben ze wel eens geprobeerd hem tegen te houden. “Ik ga overal naar binnen. We zijn te lang uit het publieke domein weggeweest.” Een no-nonsense-man, omschrijft een agent hem. In de Escape kijkt hij fronzend naar de menigte. “Deze CD zou ik niet kopen”, roept hij boven de dreunende muziek uit.

Vechtpartij in de Leidsestraat. Smit springt in zijn auto, zet een zwaailicht op het dak en giert erheen. De vechtende jongeren zijn al gescheiden. Smit rijdt rustig terug. “Marokkaanse groepen, Antilliaanse jongeren en blanke jongeren van buiten Amsterdam”, omschrijft hij de groepen waarmee de politie in het uitgaansgebied het meeste te stellen heeft.

Na twaalven is het even rustig. Lallende jongeren lopen langs de permanente politiepost. “Dombo.” “Homo.” De agenten krijgen van alles naar hun hoofd geslingerd. “Melkman”, omdat ze witte jacks aan hebben. De agenten doen niets. Bij 'nazi' grijpen ze wel in. “Agent? Pakt u ook mensen op voor lelijkheid? Kunt u dan mijn vriend oppakken.” Agent R. Terluin hoort het allemaal onbewogen aan. Maar na een hele nacht van “die onnozelheid” heeft hij altijd wel een borrel nodig om te kunnen slapen.

Kwart voor één. Er komt een melding binnen dat iemand met een vuurwapen in café De Kroon zou hebben staan zwaaien. Drie agenten rennen de trap van het café op. Districtchef Smit komt al naar beneden. De vogel is gevlogen. Maar even later blijkt dat niet te kloppen. De man die iemand heeft bedreigd is nog wel in het café.

De Antilliaanse man laat zich aanvankelijk rustig toespreken. Ja, hij heeft iemand bedreigd. Ja, hij heeft gezegd dat hij zijn kop eraf zal schieten. Als hij door krijgt dat ze hem willen arresteren slaan de stoppen door. Drie man duiken boven op hem, maar hij is amper te houden. Even later gebeurt bij een wildplasser voor het Schillerhotel hetzelfde. Hij is eerst rustig, maar opeens wordt hij woest. Voor officier van justitie Lameijer is dit het verhaal van de nacht. “Mensen zijn zo onvoorspelbaar door de drank en de pillen.”

Kwart over één. Ruzie in café Hof van Holland, vlakbij het MOK. Feestende Brabanders hebben bier over het orgel gegooid. De barkeeper probeert de vermeende dader naar buiten te gooien. “Ik sla je kop van je romp”, voegt hij hem toe. Smit staat er al tussen. “Ik blief stoan”, blaast een Brabander. Zijn hoofd slaat rood uit. Chef van dienst R. Phillipson legt een hand op zijn schouder. “Je hebt gelijk, jongen.” Jongeren van buiten denken volgens hem dat in Amsterdam alles kan, vooral als ze een vrijgezellenpartijtje hebben. “Amsterdammers hebben er een hekel aan als er met bier wordt gegooid.”

Bij de Amstel zijn een jongen en meisje in elkaar geslagen. Agenten zijn snel ter plekke. Het meisje vertelt dat twee Marokkaanse jongens op een scooter haar vroegen of ze het voor 25 gulden met haar mochten doen. Ze had boos gereageerd. Daarna hadden de jongens haar en haar vriend geslagen. Smit even later: “Moet je denken wat voor effect hiervan uit gaat. Morgen vertelt ze aan haar familie en vrienden dat het vier Marokkanen zijn geweest.”

Nadat een man met een buisje XTC-pillen is gearresteerd blijft het relatief rustig. Op de hoek van de Vijzelstraat en Herengracht wordt een auto met vier personen aangehouden omdat zij ervan worden verdacht in Schagen berovingen met grove mishandeling te hebben gepleegd. “Die hebben we mooi klemgereden. Het waren weer Marokkanen”, zegt districtchef Smit als hij terug is. Hij heeft met de achtervolging meegedaan.

De agenten verwachten voor vijf uur nog het omslagpunt als de discotheken uitgaan en veel mensen bij de bushalte en de taxistandplaats moeten wachten. Maar de omslag blijft uit. Dankzij de regen, zeggen de agenten. Phillipson en Terluin moeten tegen half zes nog een bleek jongetje beschermen tegen twee dronkenlappen. Het jongetje heeft “Feyenoord” geroepen en nu willen de twee hem “slopen”.

De debriefing is om kwart voor zeven op het bureau aan de Prinsengracht. Er zijn drie mensen ingesloten, een paar wildplassers bekeurd en de verdachten van de berovingen in Schagen zijn overgedragen aan de politie aldaar. Irritant, rommelig en rustig, kenschetsen de agenten één voor één de avond. Dan komt wat kritiek op districtchef Smit los. Hij liep van alles te regelen, maar hij ging zonder portofoon de discotheken binnen. Als er wat gebeurt duurt het veel te lang voordat hij hulp kan inroepen. Drie agenten hebben licht letsel opgelopen (twee keer een stijve knie en een pijnlijke wang na een vuistslag) “Dat we het een rustige nacht vinden is toch eigenlijk niet normaal”, besluit Phillipson.

De blonde jongen die het meisje heeft geslagen is zondagmiddag weer thuis. Boaz heet hij, een 19-jarige student. De hele nacht in de politiecel, hij vindt het een “veel te zware bestraffing”. Want het meisje heeft hij bij de ruzie alleen van zich afgeslagen, uit zelfverdediging. Dat gebeurde in een milliseconde. Gelukkig wordt zijn zaak waarschijnlijk geseponeerd. Aan alcohol lag het niet, zegt Boaz. “Ik was misschien ietsje agressiever.”