Hof voor de wereld

EEN DIPLOMATIEKE conferentie in Rome zet zich vandaag aan een historische taak: de vorming van het eerste permanente internationale straftribunaal in de wereldgeschiedenis. De noodzaak behoeft weinig betoog na naar schatting 250 gewapende conflicten met zeker 170 miljoen slachtoffers sinds de Tweede Wereldoorlog, zoals een van de opstellers van de conceptverdragstekst voorrekent. Dat neemt niet weg dat deze concepttekst een ingewikkeld stuk is, bezaaid met passages tussen vierkante haken - diplomatenjargon voor onopgeloste kwesties.

Kernprobleem is de toegang tot het Hof. Daarbij gaat het onder meer om de mate van onafhankelijkheid van de aanklager. Een groot knelpunt is het trigger mechanism. De vraag is vooral in hoeverre de toestemming van de grote mogendheden vereist is voor het instellen van een strafvervolging. Met name het Witte Huis worstelt met de delicate evenwichtsoefening tussen een verdrag dat Amerikaanse steun verdient en dat toch de Amerikaanse belangen respecteert. Bij dit laatste beroept de regering-Clinton zich op de bijzondere rol die de VS de facto vervullen als politie-agent van de wereld.

Het Amerikaanse argument is dat bij de handhaving van vrede en veiligheid in de wereld iets komt kijken dat niet wordt geraakt door justitiële procedures: politieke wil. De moeilijkheid is dat dit argument grote aantrekkingskracht heeft op onwillige staten die hun steun voor een permament strafhof vooral laten afhangen van formuleringen waar ze zelf zo min mogelijk last van zullen hebben.

EEN PRAKTISCHE mogelijkheid om de kloof tussen retoriek en realiteit te dichten vormt het zogeheten 'Singapore compromis' dat in Rome aan de orde komt. Dit biedt de staten die het strafverdrag vooral met de ogen van een potentiële verdachte bekijken de uitweg dat een strafvervolging kan worden voorkomen door een beslissing van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Maar dan wel alleen met consensus van de permanente leden.

De keuze tussen acceptatie en legitimiteit is lastig, maar voor de hoofdaanklager bij het Joegoslavië-tribunaal, Louise Arbour, is hij duidelijk. In een artikel elders op deze pagina's wijst zij de weg van de minste diplomatieke weerstand af. Zij noemt een zwak Hof dat door veel landen wordt aanvaard slechter dan een sterk Hof dat zijn acceptatie in de praktijk moet bevechten.

Als het permanente hof slechts een doodgeboren institutie wordt, is het volgens Arbour moeilijk te zien welke toekomstige maatregelen het ooit leven in kunnen blazen. Een waarschuwing van een dergelijk kaliber maakt duidelijk dat het strafhof, anders dan wel gesuggereerd, nog een eindweegs heeft te gaan.