Heldhaftig, vastberaden

De bombeiros van Beira zullen nog even moeten wachten: voorlopig geen nieuwe touwen, helmen of luchtflessen - Jan en Leen komen dit jaar wat later. Improviseren dan maar weer. Onlangs rukte de brandweer uit met een bestelwagentje: de vier bluswagens waren defect. Het vuur werd gedoofd met zand. De omstanders konden wel lachen om de scheppende brandweermannen: 'Is dít onze brandweer?'

De bombeiros weten niet beter. Niets loopt zoals het moet in Beira, de tweede stad van Mozambique, het armste land ter wereld. Wat kapot gaat, wordt niet vervangen. En zelfs de spullen die 'Jan en Leen' hebben meegenomen gaan wel eens stuk.

De Amsterdamse brandweermannen Jan Peursum (60) en Leen van der Laan (57) komen eens per jaar naar Beira met een vracht brandweermateriaal. 'Heldhaftig, vastberaden, barmhartig', het Amsterdams devies, siert nu de overalls, de auto's en de helmen van de bombeiros.

Peursum en Van der Laan kwamen in 1990 voor het eerst naar Beira. Het Gemeentelijke Havenbedrijf Amsterdam, dat vanaf 1989 Beira helpt bij het ontwikkelen van de haven, had om instructeurs gevraagd voor de havenbrandweer. Peursum en Van der Laan kwamen, niet wetend dat ze later ook de stadsbrandweer en de brandweer van het vliegveld onder hun hoede zouden nemen.

Volgens de Amsterdammers is er sindsdien veel veranderd. Tien jaar geleden had de brandweer van Beira welgeteld één brandweerauto, een Magirus uit 1947. Nu heeft de stad met 400.000 inwoners 'het beste brandweerkorps van Mozambique'.

Dat is niet direct waar te nemen. Het terrein van de brandweer wordt door de hele buurt gebruikt. Kippen lopen rond, kinderen spelen, vrouwen vullen hun emmers en teiltjes met water uit de tanks van de brandweerauto's. De bombeiros doen het rustig aan: een brandweerman knipt het haar van zijn collega, vier mannen zitten gebogen over een motorblok. Maar in de garage bevinden zich de pronkstukken. “Alles wat hier staat komt uit Amsterdam”, zegt hoofd preventie Quita Helder - de auto's, de slangen, de laarzen. Gemiddeld twee keer per dag rukken ze uit. En niet alleen voor brand. Begin dit jaar, toen Beira werd geteisterd door een cholera-epidemie, brachten de bombeiros vers water naar de getroffen gebieden.

De brandweermannen doen wat ze kunnen, maar ze hebben ook hun eigen zorgen. Chef machines Costa Jemuss heeft zeven kinderen en verdient 1,7 miljoen meticai (zo'n 300 gulden) per maand. Hij is een van de beter betaalden. Het lagere brandweerpersoneel moet rondkomen van minder dan de helft. “Jan en Leen waren soms ontevreden over de inzet tijdens de trainingen”, zegt Helder. “We waren er met onze gedachten niet altijd bij.”

Elektricien August John is opgeleid om de compressor voor de luchtflessen te bedienen. Een verantwoordelijke functie met een aardige bijkomstigheid - John heeft de beschikking over Nederlands gereedschap. “Ik kan nu van alles maken.”

Dat de uitrusting wat verouderd is, is geen bezwaar, zelfs een voordeel. Van Italië hebben de bombeiros een prachtige brandweerauto gekregen, maar die wordt niet gebruikt: te modern, digitaal. Niemand kon hem repareren.

Het eerste wat ze naar Beira brachten was een Ford Transit met een draaibaar spuitje: in Nederland overbodig, maar in Beira met groot enthousiasme ontvangen. “Het verbaast me iedere keer weer hoeveel we gratis binnenhalen”, zegt Peursum. Toen IBM zijn bedrijfsbrandweer ophief, mochten ze zo alles hebben.

Peursum en Van der Laan zijn al lang gepensioneerd; geld krijgen ze er niet voor. Toch gaan ze graag naar Beira. Het eten is er slecht, het drinkwater onbetrouwbaar en ze zijn altijd wel een keer ziek - maar ze voelen zich er thuis. De meeste collega's begrijpen hier niets van. Van der Laan heeft zich erbij neergelegd: “Er zijn blijkbaar niet zoveel brandweermannen met sociaal gevoel.” Moe wordt hij van de flauwe grappen. “Of alle spullen al zijn gejat, vragen ze dan.”

    • Peter Wagenaar