Gluren door een kier van een kleedkamer op de Olympus

Payola nr. 3. Uitg. Podium, 124 blz. Prijs ƒ 19,90.

Literaire tijdschriften moeten het meestal niet van hun foto's hebben - zo niet het 'popliteraire tijdschrift' Payola. In het laatste nummer staat een prachtige foto van drie pop-grootheden: Lou Reed, Mick Jagger en David Bowie. De foto lijkt een vergissing, wazig afgedrukt en ongelukkig uitgesneden. Het tafereel is ook nogal ongebruikelijk: Jagger, in het midden, heeft zijn armen liefdevol om Reed en Bowie heen geslagen; hij werpt zijn breedste lach naar de zanger van 'Heroin'. Die ginnegapt tevreden terug. Ondertussen schurkt Bowie zich tegen de Rolling Stones-voorman aan als een krolse kat die aandacht tekort komt. De drie stralen alsof ze zojuist gezamenlijk vader zijn geworden.

Juist dat nabije, dat private maakt deze foto uit 1973 opmerkelijk. Zowel Jagger, Reed als Bowie behoren tot de eerste generatie popmuzikanten die zichzelf overtuigend de status van superster aanmat. Juist doordat ze daar zo goed in slaagden krijgt deze foto iets obsceens, alsof je door een kier in een kleedkamer op de Olympus gluurt - deze mensen horen helemaal niet menselijk te wezen.

De foto van het supertrio staat bij de inleiding van de nieuwe Payola, die 'De zilveren jaren zeventig' als thema heeft. Dat hangt in de lucht (zie de revival van de disco en films als Boogie Nights en Jackie Brown) en is dus toepasselijk. Tegelijk verwacht je dat Payola wel iets toevoegt aan alle revival-stukken over John Travolta, disco en paarse broeken met wijden pijpen en daar slaagt het blad gedeeltelijk in.

Vanaf het eerste nummer heeft Payola meer willen zijn dan een blad voor nostalgie en jeugdherinneringen en de stukken die die sentimenten ontstijgen zijn ook meestal de beste. In dit nummer schrijft Thomas Verbogt bijvoorbeeld over zijn belevenissen tijdens het Rolling Stones-concert van 1976 in Den Haag. Op het eerste gezicht gaat dat over zeer particuliere zaken (zijn vriendin knijpt per ongeluk een Hell's Angel in zijn ballen) maar Verbogt beschrijft de gebeurtenissen zo dat het een verhaal over angst en verlies wordt, het concert niet meer dan een aanleiding.

Van heel andere orde is de bijdrage van Joost Zwagerman in de serie 'Negen levens', waarin hij drie levens van Lou Reeds 'Perfect day' beschrijft. Zelden was ik het zo hartgrondig oneens met een stuk zonder dat het onaangenaam werd. Volgens Zwagerman is 'Perfect day' een perfecte idylle: 'een volstrekt onreediaanse Lebensbejahung die niettemin aanstekelijk werkt, en, op momenten van ontvankelijkheid, ook ontroering kan veroorzaken.' Dat platte hemelse heb ik er nooit aan het afgehoord; juist doordat het nummer wordt gezongen door de droge, satanische Reed is er voortdurend dreiging, of de duivel ieder moment uit de bezongen sangria omhoog kan springen.

Dat zelfs de jaren zeventig soms heel alledaags waren blijkt uit het 'portfolio' met commentaar van fotograaf Gijsbert Hanekroot, hoffotograaf van de jaren zeventig. Daar staan mooie foto's tussen van Brian Ferry of Brian Eno, maar soms slaat de wanhoop bij Hanekroot nadrukkelijk toe. Wat te denken van een vage foto met drie nondescripte mannen waar onder staat: 'Yes, Rotterdam 1970. Ik had niet veel met die groep. Echt goede foto's van ze heb ik nooit kunnen maken. Ze staan er op maar meer kun je er niet van zeggen.' Superieure ironie of wat?

Dan liever het artikel van Koen Vergeer waarin deze zijn liefde voor Yes, de veelverguisde symfonische rockgroep probeert te beschrijven vanuit puberaal perspectief. Hij slaagt daar redelijk in, maar toch doet zijn stuk verlangen naar meer. Waarom geen poging tot analyse van dit merkwaardige, kitscherige genre? Of een antwoord op de vraag waarom zoveel mensen met een 'verantwoorde smaak' nummers als 'Close to the Edge' 'Kayleigh' of 'Child in Time' zo prachtig vinden? Het antwoord ligt misschien in jeugdsentiment, maar Payola kiest daar wel erg makkelijk voor - zie het veel te melige stuk van Manon Uphoff en Daniëlle Serdijn (over popvrouwen in de jaren zeventig) of dat van Marieke Groen over Andy Gibb en haar vader. Payola wordt steeds beter en evenwichtiger maar een tijdelijk verbod op meisjesliefdes en jongenskamers zou het blad geen kwaad doen.