Gebroken harten

Het is al geen vrolijk volk, maar Sauoods blik is wel erg bitter. We zitten in een donkere ruimte, omdat hier bier en tandoori wordt geserveerd en geen inwoner van New Delhi de ander wil laten weten dat hij zich te goed doet aan deze geneugten. Genot is een ondeugd die je verborgen houdt ook al ben je met z'n veertien miljoenen in deze wereldstad.

Niet alleen bekenden, ook onbekenden houden elkaar in de gaten opdat niemand uit de pas loopt, een eigen weg zoekt, zichzelf wordt. Indiërs dringen elkaar het besef op Indiër te zijn met regels en codes, geboden, verboden en opschriften op riksha's en vrachtwagens als 'India is the greatest' of 'we love India'. Niet 'I', maar 'we'.

Sauood krabt met de nagels het etiket op de fles los. Hij heeft een soort ingehouden woede die ik toeschreef aan zijn lot: moslim in een hindoe-gemeenschap. Want hoewel de scheiding tussen India en Pakistan zich vijftig jaar geleden voordeed, is de 'partition' pas de laatste zes, zeven jaar volbracht. Ze zijn elkaar te lijf gegaan, er zijn pogroms geweest, hatelijkheden geuit, onverzoenlijke standpunten ingenomen. De overwinning van de hindoe-nationalistische BJP kan worden gezien als de bekroning van de wens om van het kleinste verschil de grootste kloof te maken. Ik heb bij Sauood beelden gezien - hij maakt foto- en videoreportages van huwelijken - en een bruiloft van moslims lijkt sprekend op die van hindoes: dezelfde kostuums, dezelfde ontvangstceremoniën, dezelfde hapjes, drankjes en grapjes. Alleen de allerlaatste plechtigheid is anders, en daar is dus hevig over gevochten.

Maar de verbittering van Sauood heeft toch niet helemaal de reden die ik hem aanvankelijk probeerde aan te praten. Nucleaire proeven, een kernwapenwedloop tussen India en Pakistan, dreigende oorlog om Kashmir, India dat elke bemiddeling afwijst, Pakistan dat alsnog een non-proliferatieverdrag wil ondertekenen, internationale sancties, dreigende tekorten en parmantige verhogingen van defensiebudgetten, de kranten in de wereld staan er vol van, maar het zal Sauood een zorg zijn. De BJP? Hij heeft er zelfs op gestemd. Liever in de regering dan in de oppositie, was zijn gedachte, want dan wordt er minder gestookt en opgehitst. Sauood heeft gelijk. De BJP in de regering is vooralsnog een andere dan de ideologen hadden beloofd. Zelfs over de Ayodhia-kwestie, waar een moskee werd vernietigd door razende hindoes die er een tempel wilden, mag niet meer worden gepraat, vindt de BJP. Geen onderzoek naar de toedracht van het drama, maar ook geen begin van de bouw van een nieuwe tempel. Eenmaal aan de macht wil men rust in de tent. In India wordt de soep van het fanatisme niet zo heet gegeten.

Nee, Sauood heeft zo zijn eigen redenen om tandenknarsend voor zich uit te kijken. Herinneringen aan de plek in Lodi-Gardens, waar hij lange middagen doorbracht met zijn geliefde, zijn kleine warme kamer in Janakpuri, in het westelijk deel van Delhi, waar hij voor het eerst met haar naar bed ging, haar tranen na de gebeurtenis, zijn spijt en toch weer oplaaiende hartstocht. Drie jaar duurde de verhouding met, wat wil je in dit land van treurnis en tragiek, een hindoe-meisje.

Hij ontmoette haar toen hij een huwelijk aan het filmen was. Aandachtig keek hij door de lens en hij zag amper de boom voor zich vallen waar hij zich hard tegen stootte. Liefde heeft namelijk twee vormen, legt Sauood uit. De ene groeit langzaam, van zaadje naar plant naar woudreus, zoals bij een gearrangeerd huwelijk. De andere valt volgroeid en wel plotseling voor je neer, zoals het ware liefde betaamt. Hij stelde scherp en vergat nooit meer haar gezicht. Jyoti was haar naam. Drie weken geleden getrouwd met een hindoe-jongen.

Sauood heeft een emigratieverzoek ingediend bij de Amerikaanse ambassade, omdat zijn oudste broer er een winkeltje heeft. Het verzoek is gehonoreerd, maar hij moet zijn beurt afwachten. Er is een wachtlijst, en zijn rangnummer staat op twee jaar en drie maanden. Nu betracht hij het geduld van een gevangene die op zijn vrijlating wacht. Hij streept de dagen door, leert de taal, leest boeken over het land, kent de plattegrond van New York uit het hoofd. Weg moet hij, ver weg van Jyoti. Ja, hij zal altijd een Indiër blijven, zegt hij, hij is niet het soort moslim dat eigenlijk in Pakistan zou willen wonen. Hij is er geweest en hij vindt dat land een verschrikking. Hij houdt van India, volgens voorschrift van de handgeschreven mededelingen op de riksha's en vrachtwagens. Maar nu heeft hij alles van de emigrant: zonder ook maar een moment zijn land te verloochenen, er geen minuut langer te willen zijn.

Natuurlijk hebben ze er lang over gepraat. Dagelijks, tijdens de stiekeme telefoontjes, de geheime ontmoetingen bij bushaltes en onder de bomen van Lodi-Gardens, en na de passie in het kleine kamertje in Janakpuri. Hoe het verder moest met een moslim-jongen en hindoe-meisje in het India van vandaag. Zijn familie had hij het gewoon verteld en ze hadden het mokkend aanvaard, als het meisje maar bereid was moslim te worden. Haar familie wist van niks. Zij was veel meer hindoe dan hij moslim, vertelt Sauood. Hij gaat maar twee keer per jaar naar de moskee, op belangrijke feestdagen, terwijl zij vrijwel wekelijks bidt, om elke kleinigheid. Een keer belandde hij in het ziekenhuis. Na zijn herstel stond Jyoti erop dat hij meeging naar een tempel voor een hindoe-ceremonie. Dat had ze de goden beloofd, in ruil voor zijn beterschap. Hij ging mee en zei de hindoegebeden op alsof hij nooit anders had gedaan. Ze was verrast en kreeg hoop: misschien wordt hij nog wel een hindoe. Ook al is dat theoretisch niet mogelijk: hindoe ben je bij geboorte, of niet.

Wordt moslim, zei hij tegen haar toen ze vertelde dat haar huwelijk was gearrangeerd. Dat kon ze niet, ze kon moeilijk haar ouders verloochenen. Hij drong niet aan, omdat hij wist dat bij hem hetzelfde speelde. Nooit je geloof verloochenen. Het bezorgt de Indiërs veel gebroken harten.