Europa neemt Nederlandse klacht niet ernstig

Nederland wil, net als onder andere Duitsland, netto minder gaan betalen aan de Europese Unie. Maar bij de Europese partners bestaat meer begrip voor de Duitse argumenten dan voor de Nederlandse.

CARDIFF, 15 JUNI. Verlaging van de Nederlandse nettobetalingen aan de Europese Unie hoger op de Europese agenda te krijgen. Dat was het doel dat premier Kok zich vanmiddag bij de top van de staats- en regeringsleiders van de Europese Unie in het Britse Cardiff heeft gesteld. Zijn Britse ambtgenoot en gastheer Blair heeft voorgesteld om het probleem van de nettobetalingen officeel te 'erkennen'. Daartoe zou in een document moeten worden vastgelegd dat enkele landen (Duitsland, Nederland, Oostenrijk en Zweden) de kosten van de EU evenwichtiger over de lidstaten willen verdelen.

Het is onzeker of zo'n erkenning, een kleine stap bij de langdurige onderhandelingen over de Europese begroting van 2000 tot 2006, vervulling van de wens van minister Zalm (Financiën) dichterbij brengt om een automatisch correctiemechanisme overeen te komen. Dat moet de situatie veranderen dat Nederland netto meer aan de EU betaalt dan de meeste andere landen. De nettobijdrage is het verschil tussen de afdrachten en het geld dat uit Brussel wordt ontvangen (voornamelijk landbouwgelden en bijdragen uit de structuurfondsen). De besprekingen over de Europese begroting worden op z'n vroegst volgend jaar maart afgesloten.

Nederlandse diplomaten verwachten dat het veel moeite zal kosten om bij de onderhandelingen aangesloten te blijven bij Duitsland, dat als grootste betaler aan de EU de zwaarste druk kan uitoefenen. Binnen de EU heeft zich inmiddels ook een front van tegenstanders gevormd van de groep landen die een lagere nettobijdrage willen. Daarbij speelt Spanje een actieve rol. Madrid vreest dat een verminderde bijdrage van noordelijke lidstaten ten koste zal gaan van de bijdrage voor Spanje uit de structuurfondsen. Maar Frankrijk, gesteund door België en Denemarken, neemt voor Nederland de gevaarlijkste opstelling in.

Frankrijk erkent dat Duitsland gelijk heeft als het klaagt onevenredig veel bij te dragen aan de EU. Frankrijk vindt dan ook dat Duitsland tegemoetgekomen moet worden. Maar Parijs vindt tevens dat Nederland, Zweden en Oostenrijk overdrijven als zij ook klagen over te hoge bijdragen aan de EU. Nederlandse cijfers - die spreken over een nettobijdrage van tussen de 5 en 6 miljard gulden per jaar - neemt Frankrijk niet helemaal ernstig.

Minister Zalm heeft de afgelopen tijd al moeten toegeven dat het zogeheten Rotterdam-effect bij de berekening van die bijdrage een grotere rol speelt dan hij aanvankelijk zei. Dat effect bestaat uit heffingen die Nederland incasseert voor goederen die in de haven van Rotterdam aankomen, maar voor derde landen bestemd zijn. Die gelden draagt Nederland aan de EU af en zijn dus geen eigen Nederlandse bijdragen aan de Brusselse kas. “Als er in de Rotterdamse haven even gestaakt wordt en Nederland minder geld doorgeeft, kan de discussie over de Nederlandse nettobijdrage gestopt worden”, spot een Franse diplomaat.

Nederland hoopt door nauw bij Duitsland aan te sluiten een soortgelijke financiële tegemoetkoming binnen te halen als Bonn. De Duitse nettobijdrage aan de EU bedraagt zo'n 24 miljard gulden. De zorgen van Zweden en Oostenrijk, die respectievelijk ongeveer anderhalf miljard en 800 miljoen bijdragen, neemt Nederland minder ernstig. Nederlandse diplomaten zien weinig kans dat het door minister Zalm gewenste algemene correctiemechanisme ooit werkelijkheid wordt. Groot-Brittannië, dat dankzij hard onderhandelen van de toenmalige premier Thatcher sinds 1984 de voordelen van zo'n mechanisme geniet, is niet van plan dit in te ruilen voor een minder lucratief systeem dat voor alle vijftien EU-lidstaten zou gelden. Het argument dat Thatcher indertijd gebruikte, was dat Groot-Brittannië minder landbouwgeld ontvangt dan andere lidstaten. Nederlandse diplomaten zijn al blij als bereikt wordt dat de Nederlandse nettobijdrage in de toekomst niet met de omvang van de Europese begroting mee stijgt. Dat zou onder meer mogelijk worden als Nederland meer geld uit de structuurfondsen krijgt.

Bondskanselier Kohl kan de erkenning door de Europese regeringsleiders in Cardiff van de Duitse betalingseis goed gebruiken bij zijn verkiezingscampagne. Kohl heeft zich lange tijd geërgerd aan de voorzitter van de Europese Commissie, Santer, die gesprekken over nettobijdragen onzin vond omdat de kosten en baten van het EU-lidmaatschap niet te berekenen zouden zijn. Maar na lang aandringen heeft de Commissie toegezegd dit najaar met voorstellen te komen voor een rechtvaardiger lastenverdeling. De Commissie is bij de kritiek op het spreken over de nettobijdragen gesteund door de Europese Rekenkamer. Volgens een onlangs uitgelekt rapport van de Rekenkamer zou toepassing op alle lidstaten van het systeem dat nu voor Groot-Brittannië geldt, de EU jaarlijks zo'n 27 miljard gulden kosten.

Duitsland ziet meer mogelijkheden dan het ook door minister Waigel bepleite algemeen correctiesysteem om tot een oplossing te komen. Zo kan de bijdrage aan de EU per lidstaat berekend worden aan de hand van het bruto binnenlands produkt per hoofd van de bevolking. Zo'n systeem kan bij voorbaat niet op de sympathie rekenen van landen als Denemarken en Luxemburg, die belangrijk meer zouden moeten gaan betalen. Maar Duitse diplomaten zeggen dat hun land net als Groot-Brittannië en Frankrijk het recht heeft om het nationaal belang voorop te stellen.

    • Ben van der Velden