'Een beetje academicus mijdt overheid'

Een beetje academicus rolt vandaag de dag zo het bedrijfsleven in. Het zijn krappe tijden op de arbeidsmarkt, dus bedrijven strooien royaal met extraatjes. De overheid zit intussen met de handen in het haar, want geen academicus wil nog ambtenaar worden.

ROTTERDAM, 15 JUNI. De Sociale Dienst in Amsterdam zoekt een adjunct-directeur Middelen (salaris: 175.000 gulden per jaar). In Zwolle is plaats voor een hoofd Sociale Zaken (136.000 gulden), Rijkswaterstaat zoekt projectmanagers voor de computerafdeling (112.000 gulden) en in Velsen, Albrandswaard en Oostflakkee kan een gemeentesecretaris aan de slag (variërend van 124.000 tot 147.000 gulden).

Stuk voor stuk mooie banen met een behoorlijk salaris, maar desondanks kost het de overheid steeds meer moeite ze in te vullen. Wie wil vandaag de dag immers nog ambtenaar worden? Een ambtenaar krijgt geen bonus als hij goed presteert. Hij krijgt ook geen opties, geen winstdelingsregeling, geen dertiende maand en slechts bij hoge uitzondering een auto van de zaak.

Intussen vist de overheid uit dezelfde vijver als het bedrijfsleven, dat op de krappe arbeidsmarkt best bereid is er zo hier en daar een extra bonus of een leuke optieregeling tegenaan te gooien om hoog opgeleid personeel aan zich te binden. De overheid kan daar niet tegenop en dreigt de concurrentie met het bedrijfsleven te verliezen.

Een zorgwekkende ontwikkeling, constateert minister Dijkstal (Binnenlandse Zaken) in het voorwoord van de 'Arbeidsmarktrapportage Overheid 1998', het rapport waarin het voor de werving van overheidspersoneel verantwoordelijke Ministerie van Binnenlandse Zaken de noodklok luidt.

“Zonder voldoende gekwalificeerd overheidspersoneel valt de basis weg voor een goede publieke dienstverlening”, schrijft Dijkstal.

De minister verwacht de komende jaren grote tekorten aan werknemers met een universitaire of HBO opleiding. Meer dan de helft van het overheidspersoneel is academisch of HBO geschoold. “Om de verwachte wervingsproblemen het hoofd te kunnen bieden zal de beloning van ambtenaren voldoende concurrerend moeten zijn.”

De beloning van overheidspersoneel blijft achter bij de marktsector. Tot 1994 hielden ambtenarensalarissen en marktlonen gelijke tred, maar daarna zijn ze uit elkaar gegroeid. Bij hogere functies komt daar nog eens bij, dat werknemers in de marktsector bovenop hun salaris allerlei losse beloningscomponenten hebben verworven, terwijl die bij de overheid nagenoeg ontbreken.

De krappe arbeidsmarkt is niet de enige oorzaak van het dreigende tekort aan ambtenaren. De overheid kampt ook met een grote uitstroom van oudere werknemers, die allemaal vervangen moeten worden. De vergrijzing slaat al toe: de gemiddelde leeftijd, nu 41 jaar, stijgt voortdurend.

Wervingscampagnes richten zich nu specifiek op jongeren. Die aanpak lijkt succesvol. Ondanks het tanende aanbod van schoolverlaters kreeg het Rijk liefst 4.000 aanvragen voor sollicitatieformulieren, toen het eind vorig jaar op grond van CAO-afspraken 137 trainee-plaatsen beschikbaar stelde voor pas afgestudeerde HBO'ers en academici. De trainees gaan in september aan de slag en verdienen 50.000 gulden per jaar. Met de actie wil de overheid “een nieuwe generatie” ambtenaren binnenhalen en “het imago van de rijksdienst als interessante werkgever versterken”.

Het beleid dat de overheid de komende jaren voorstaat is gericht op verbetering van de arbeidsmarktpositie van ambtenaren door de arbeidsvoorwaarden te verbeteren.

De beloningen opschroeven zit er vooralsnog niet in. De overheid wil zich, zo blijkt uit de arbeidsmarktrapportage, wel zo veel mogelijk “profileren als een aantrekkelijke werkgever”, zowel voor nieuwkomers op de arbeidsmarkt als voor werknemers in de marktsector. En om ambtenaren niet in de verleiding te brengen over te stappen naar het bedrijfsleven moet de verbeterde positie “zeker ook voor het zittende personeel” gelden.

    • Jochen van Barschot