De tweede golf

DE AZIATISCHE CRISIS is haar tweede ronde ingegaan. Een jaar nadat de devaluatie van de Thaise baht leidde tot een golf van financiële onrust in Zuidoost- en Oost-Azië, bewegen de Aziatische markten naar nieuwe dieptepunten. Van Seoul tot Jakarta storten de wisselkoersen en de effectenbeurzen in. Directe aanleiding is de koersval van de Japanse yen ten opzichte van de dollar. Daarmee is Japan het middelpunt geworden van de financiële turbulenties en dat maakt deze nieuwe fase van de crisis des te gevaarlijker.

Aanvankelijk bestond de hoop dat Japan de Aziatische tijgereconomieën uit het slop zou kunnen trekken, zoals de Verenigde Staten in 1995 Mexico te hulp waren geschoten. Maar Japan zelf vormt de kern van het Aziatische probleem. De economie krimpt, op jaarbasis, met maar liefst 5,3 procent, en uitzicht op spoedige verbetering is er niet.

Op korte termijn dreigt nu een nieuwe devaluatiecyclus. De zwakte van de Japanse munt trekt de overige Aziatische munten, die vorig jaar al sterk in waarde zijn gedaald, verder naar beneden. Boven de markten hangt ook de devaluatie van de Chinese yuan en van de Hongkongse dollar. Als dat gebeurt, valt de monetaire bodem onder de Aziatische economieën weg, met alle destabiliserende gevolgen van dien.

TWEE FEITEN tekenen zich af. Ten eerste het onvermogen van de internationale financieel-economische gemeenschap om het tij van de crisis te keren. Het Internationale Monetaire Fonds heeft programma's lopen in vier landen en in totaal is zo'n honderd miljard dollar aan financiële steun toegezegd, maar het voorgeschreven medicijn slaat niet aan. De ernst van de ziekte is volstrekt onderschat. In Japan zijn allelei remedies geprobeerd, van extreem lage rente tot stimuleringspakketten van honderden miljarden dollars voor de infrastructuur - zonder enig resultaat.

Daarnaast is er de deconfiture van het 'Aziatische model'. Terugkijkend blijkt dat het succes, gemeten aan de spectaculaire groeicijfers, gebaseerd was op het drijfzand van nepotisme, corruptie, goedkope kredietverlening, gestuurde investeringen en kunstmatig opgevoerde financiële waarden. Met alle verschillen tussen Japan en Indonesië, tussen Zuid-Korea en Singapore, is daaraan een hardhandig einde gekomen. Azië is tien, twintig jaar teruggezet. Dat economische drama speelt zich op het ogenblik in volle omvang af. Europa en de Verenigde Staten zullen de negatieve gevolgen daarvan nog ondervinden.