De poëzie wint van het voetbal; Les Murray opent Poetry

In het openingsweekend van de 29ste editie van Poetry International verdedigde de Australische dichter Les Murray de poëzie tegen het WK voetbal, en werd de C. Buddinghprijs voor het beste debuut toegekend (maar niet uitgereikt) aan Erik Menkveld.

Vanavond op in de Stadsschouwburg onder meer: Braziliaans programma (20u) en een Chileens programma met Gonzalo Rojas en Oscar Hahn (21u30).

ROTTERDAM, 15 JUNI. Natuurlijk was het een ongelukkige avond om een dichtersfestival mee te beginnen: een WK voetbal is al geduchte concurrentie, en een wedstrijd Holland-België kan de doodklap voor ieder cultureel evenement zijn. Maar de organisatie van Poetry International reikte de voetbalfanaten onder de poëzieliefhebbers ook op geen enkele manier de hand. Was enkele jaren geleden Jules Deelder nog ingehuurd om een geprojecteerde wedstrijd van commentaar te voorzien, nu werd er in de Rotterdamse Stadsschouwburg nauwelijks aan de derby der Lage Landen gerefereerd. Televisies waren uit de foyers geweerd, en het enige oranje was het sinaasappelsap in de karaffen.

“Voetbal is een gedicht dat nog steeds niet af is - they're still composing it,” luidden de eerste woorden van de dichter Les Murray, die de 29ste editie van Poetry International onbedoeld toepasselijk opende met een 'Verdediging van de poëzie'. Zoals al bleek uit een interview, afgelopen zaterdag in deze krant, heeft de volumineuze Australiër een brede opvatting van poëzie: alles wat mensen maken kan een gedicht zijn, of het nu een hobby is of een huwelijk, het Rode Kruis of de jurkjes van Coco Chanel. Hij achtte de poëzie dan ook niet direct in gevaar: “Als de poëzie verdedigd moet worden, dan is dat tegen alles wat ervan is afgeleid: de kritiek en de universitaire analyse die haar heeft doodgedrukt.” Dichters moeten hoogstens oppassen dat ze zich niet van hun publiek vervreemden, want, zo waarschuwde Murray met een verwijzing naar zijn leesbril met varilux-glazen: “De bifocal reading trekt maar weinig mensen.”

Met echte conclusies kwam Murray niet; de onderliggende gedachte van zijn betoog was dat gedichten voor zichzelf moeten spreken, en dus eindigde hij zijn lezing met een (ook in vertaling geprojecteerde) gedicht uit zijn bundel De slabonenpreek - onder het motto: “After this much prose you're gonna love poetry.”

Murray sprak in een duizelingwekkend tempo, en was een kwartier eerder klaar dan gepland - ruim vóór het begin van Nederland-België. Een tweetal voetballiefhebbers (onder wie dichter en Poetry-bestuurslid Anton Korteweg) haastte zich om negen uur naar het belendende eetcafé aan het Schouwburgplein om de wedstrijd te zien, maar de overige 350 bezoekers luisterden en keken in de pauze naar geacteerde dierengedichten van onder meer Ted Hughes ('Rustende havik') en Les Murray ('Varkens'), en zagen daarna 'Met een andere tong', een programma met dramatische monologen.

De blijvers kregen gelijk. Terwijl het voetbal zich voortsleepte naar een doelpuntloos gelijkspel, kropen vijftien dichters onder veel bijval in de huid van een ander - variërend van een koe op de slachtdag (Murray) en een indianenopperhoofd (Rutger Kopland) tot Sint Franciscus (L.F. Rosen) en Graaf Dracula (de Engelsman Jamie McKendrick, die de staken en de knoflook van een vampierbestrijder omschreef als de 'parafernalia van de intolerantie'). Het meeste indruk maakte de Mexicaan José Emilio Pacheco met zijn monoloog van Koning David die - 3000 jaar ante Viagram - niet meer kan 'ingaan tot' de schone maagd die bij hem in bed is gelegd om zijn botten te warmen: 'Het is beter als je gaat, Abisag / Laat mij alleen achter met de dood'.