Crumb past niet in parade van parodieën

Concert: Robert Crumb and his Cheap Suit Serenaders. Gezien: 11/6 Effenaar Eindhoven. Nog te zien: 17/6 Vera Groningen.

Camp, de in vergeelde truttigheid van voorbije decaden verpakte ironie, is dé trend van de jaren negentig. Het programma van zone 5300, dat in de Eindhovense Effenaar aan het concert van Robert Crumb and his Cheap Suit Serenaders voorafging, haakte hierop in.

De Bond tegen Humor gaf het advies om 'groenten te visualiseren' om een teveel aan humor te neutraliseren. Stripmeisje Eefje Wentelteefje vergastte ons op infantiel poppenkastspel. Joops Digitale Dia Caroussel bestond uit uitvergrote, flauwe strips, begeleid door lullige deuntjes. En al dit gênante amateurisme werd tot één geheel gesmeed door de bubbelgummuziek van Dieezjee Dave en een Willem Ruys-achtige presentatie van Joop (van de dia's).

Het optreden van Robert Crumb, voor velen voornamelijk bekend als de schepper van cynische cultstrips als Mr. Natural en Fritz the Cat, paste in het geheel niet in deze parade van half gelukte parodie. Robert Crumb and his Cheap Suit Serenaders kennen namelijk geen ironie en zijn serieuze muzikanten.

Natuurlijk was het optreden doorspekt met 'wisecracks'. Het instrumentarium en de podiumpresentatie deden ook wel gniffelen. De vijf onmodieus gekapte mannen in pak bespeelden naast steelguitar, cello, banjo en viool ook zingende zaag, neusfluit en allerlei speelgoedinstrumenten. De tingeltangelige liedjes over plattelandsgeneugten als geroosterde pinda's en zingen in de badkuip werden voorzien van illustratieve geluiden. Als de tekst daar om vroeg loeide een koe, stoomde een locomotief voorbij of werden pistoolschoten gelost.

Toch was dit geen persiflage. Dit was geen hedendaags opwarmen van gedateerde trends in een retro-jasje. Crumb en zijn band nemen hun Amerikaanse folkmuziek serieus. Met plezier en toewijding brachten zij onder andere een Texaans cowboynummer, een onvervalste jug en een mierzoete ballad, de zomerhit van 1924.

Robert Crumb leeft in de wereld van de plantagemuziek uit het vroegere zuiden van de Verenigde Staten. Voor hem is dit de enig denkbare muziek; muziek uit de tijd dat liedjes nog liedjes waren. Met tederheid in zijn stem mijmerde hij over de schoonheid van zojuist ten gehore gebrachte liedjes. “We may look like sophisticated urbanites here on stage, but at heart we're a bunch of country bumkins”, vertrouwde Crumb zijn publiek toe. In die uitspraak kun je misschien wel een ondertoon van ironie herkennen, maar zeker in het erkennen van Crumbs voorliefde voor volksmuziek uit vervlogen tijden, is hij volledig oprecht.