Beroep tegen verkoop CIC-bank

PARIJS, 15 JUNI. Drie banken hebben beroep aangetekend bij de Franse Raad van State tegen de verkoop van de CIC-bank aan de coöperatieve Crédit Mutuel. ABN Amro behoorde tot de laatste twee kandidaten voor overname van het regionaal gespreide bankennet waarvan de aandelen in overheidshanden zijn. De zaak is aangespannen door twee van de grootste commerciële banken van Frankrijk, Société Générale en BNP.

Samen met Crédit Commercial de France (CCF) hopen zij dat er eindelijk eens iets verandert aan de ongelijke condities waaronder 'gewone' banken en 'door de staat bevoordeelde' banken op de Franse markt opereren. Hun pleidooi voor gelijke kansen is al jaren aan dovemansoren gericht. Zowel de recente rechtse regeringen als de huidige linkse blijven de Postbank en een aantal coöperatieve banken op een aantal manieren bevoordelen.

Volgens de drie klagers heeft Crédit Mutuel een hoger bod kunnen doen, met een gunstiger sociaal verhaal, dankzij de staatssteun die voortkomt uit het alleenrecht het zogeheten Livret Bleu te verkopen. Deze spaarbrief draagt systematisch een rente die boven de marktwaarde ligt. Volgens de drie heeft Crédit Mutuel tweederde van zijn eigen vermogen van 47 miljard francs (15,6 miljard gulden) te danken aan dit voordeel. Crédit Mutuel ontkent dit; volgens haar vloeit maar 3 miljard voort uit het Livret Bleu. De zaak kan voor ABN Amro van belang zijn als de Raad van State (naar verwachting over meer dan een jaar) de verkoop afkeurt. Dan zou de situatie rond CIC weer open zijn. Afhankelijk van de vraag hoe intussen de privatisering van Crédit Lyonnais is verlopen, zou een buitenlandse bieder meer kans maken dan de bij de vorige ronde.

Bij de Europese Commissie in Brussel loopt al geruime tijd eveneens een zaak over de vraag of de Franse overheid de commerciële banken op een oneerlijke achterstand zet.