Amnesty: strafhof moet effectief zijn

AMSTERDAM, 15 JUNI. Effectiviteit - dat is voor Amnesty International het sleutelwoord in de discussie over een permanent internationaal strafhof. Over de oprichting van zo'n hof, dat zich onder andere zal buigen over misdaden tegen de menselijkheid, moet deze maand in Rome op een internationale conferentie een besluit vallen. Lars van Troost, plaatsvervangend delegatieleider van Amnesty op de conferentie, presenteerde vorige week een programma met 16 grondbeginselen “voor een rechtvaardig, eerlijk en effectief internationaal strafhof”.

Amnesty wil dat het strafhof automatisch jurisdictie heeft als landen niet in staat of bereid zijn hun rechtsmacht uit te oefenen. De jurisdictie moet niet alleen van toepassing zijn op conflicten tussen staten, maar ook op binnenlandse conflicten. De openbare aanklager van het hof moet onafhankelijk zijn en dus op eigen initiatief een onderzoek kunnen starten en een proces aanspannen, zonder daarvoor eerst toestemming te moeten vragen aan staten of de VN-Veiligheidsraad. Een hof dat niet aan deze voorwaarden voldoet, kan “een stap terug betekenen voor de internationale rechtsorde”, aldus Amnesty.

Veel staten, waaronder vier van de vijf leden van de VN-Veiligheidsraad, zijn bang dat een al te onafhankelijk hof hun soevereiniteit aantast en in het allerergste geval leidt tot politiek gemotiveerde processen, bijvoorbeeld tegen soldaten die deel uit maken van een internationale vredesmacht. Van Troost wijst op de mogelijkheid een onafhankelijke commissie van rechters te creëren die zowel het vooronderzoek van de aanklager als de tenlastelegging aan een juridische toets onderwerpt en zo politieke motieven uitsluit.

De zetel van het strafhof zal geen grote rol spelen tijdens de conferentie. “Den Haag (vaak genoemd als zetel red.) is een minor issue”, zegt Mr. H.W.J. Droesen, oud-medewerker van het Rwanda-tribunaal. Belangrijk voor een effectieve rechtsgang is volgens hem dat processen zo dicht mogelijk bij de plaats van de misdrijven plaatshebben.

In het verleden leidden discussies over de doodstraf tot onenigheid. In Rome zullen de voorstanders alleen “roffelen op de trom van de doodstraf”, aldus Van Troost, als zij zien dat een meerderheid tegen hun standpunt ingaat. Ook de vraag of het strafhof met terugwerkende kracht recht mag spreken (bijvoorbeeld over Cambodja) zal volgens Van Troost geen rol spelen in Rome, omdat er geen overeenstemming is over hoe ver je terug moet gaan: “Iedereen heeft wel een lijk in de kast liggen”.