Afrika's 'nieuwe leiders' gaan op de vuist

De familieruzie tussen Eritrea en Ethiopië bezorgt Afrika hoofdbrekens. De oorlog schaadt het toch al gedeukte aanzien van de door Washington omhelsde 'nieuwe leiders' en is koren op de molen van het bewind in Soedan.

ASMARA, 15 JUNI. “Het is tragisch, echt, het is tragisch voor ons”, verzucht een Amerikaanse diplomaat in de Eritrese hoofdstad Asmara. “De Verenigde Staten beschouwen Eritrea en Ethiopië als hoekstenen van hun Afrikapolitiek. Voor ons belichamen de Ethiopische premier Meles Zenawi en de Eritrese president Isayas Aferworki de hoop voor een nieuw Afrika. Beide leiders vervullen een voorname rol bij de wedergeboorte van het continent. Maar nu vliegen ze elkaar naar de keel. Het is treurig.”

Het collectieve en het individuele aanzien van de zogenaamde nieuwe Afrikaanse leiders heeft door gewapende conflicten en ruzies de afgelopen weken forse schade opgelopen. De Amerikanen, die deze nieuwe generatie leiders omarmden, raken in verlegenheid door het geruzie van hun partners. Onder de nieuwe leiders worden gerekend de Oegandese president Yoweri Museveni, de Rwandese vice-president en sterke man Paul Kagame en Meles Zenawi en Isayas Aferworki. In de wachtkamer zit al maanden de Congolese president Laurent-Désiré Kabila. Hun vaderfiguur is Nelson Mandela.

Al deze leiders kwamen door een guerrilla aan de macht. Ze volgen een liberaal economisch beleid maar laten zich niet de wet voorschrijven door Westerse donorlanden en introduceerden bijvoorbeeld niet het conventionele meerpartijenstelsel. Ze dragen een visie uit voor een nieuw Afrika en gaan daarover graag in discussie. Tegelijkertijd gedragen ze zich koppig en zelfverzekerd.

Zenawi, Aferworki, Kagame en Museveni werkten samen bij de omverwerping van de Zaïrese president Mobutu, vorig jaar. Ze verleenden militaire steun aan de rebellenbeweging en schoven Kabila naar voren als Mobutu's opvolger. De wittebroodsweken duurden kort. Vooral Museveni ging twijfels koesteren over de capaciteiten van Kabila om Congo te besturen. Kabila voert geen samenhangend beleid en werkt onvoldoende aan nationale consensus, vertellen Oegandese beleidmakers in privégesprekken. De ultra-nationalistische politici rond Kabila voelen zich op hun tenen getrapt door deze kritiek. Victor Mpoyo, Congo's minister van Economische Zaken en naaste medewerker van Kabila, kon vorige maand zijn woede niet meer bedwingen. Hij beschuldigde Museveni van “inmenging in binnenlandse aangelegenheden” en van een poging Kabila “te kleineren”.

De oorlog tussen Eritrea en Ethiopië heeft grotere gevolgen dan de bekoelde relatie tussen Museveni en Kabila. Meles en Isayas waren al heel lang goede vrienden. Ze vochten zij aan zij tegen het militaire Ethiopische regime van Haile Mariam Mengistu. Na de zege in 1991 wilden ze het goede voorbeeld geven door hun landen nauw economisch te laten samenwerken in een vrijhandelszone, zonder invoerbelastingen en bureaucratische rompslomp. Eritreërs en Ethiopiërs konder zonder paspoort naar elkaars landen reizen. Al deze goede bedoelingen gingen ten onder in een golf van nationalistische gevoelens die uitmondden in wapengekletter. “Ja, we hebben gefaald”, beaamt een Eritrese minister, “samen waren we een voorbeeld voor Afrika.”

Lachende derde bij het conflict tussen Ethiopië en Eritrea is het Soedanese regime. Ethiopië, Eritrea en Oeganda coördineerden de Noord- en Zuid-Soedanese oppositie tegen de moslim-fundamentalistische regering in Khartoum, met actieve steun van Washington. De Soedanese verzetsleiders opereren vanuit de drie landen. Ali al-Haq, naaste medewerker van Soedans machtige politicus Hassan al-Turabi, kon eerder deze maand in Khartoum zijn vreugde nauwelijks onderdrukken over de zojuist uitgebroken oorlog tussen de Ethiopiërs en Eritreërs. “Misschien kunnen we voor hen hier in Khartoum vredesbesprekingen organiseren”, zei hij met een brede glimlach. Hassan al-Turabi sprak met nog meer ironie: “God zorgde ervoor dat Eritrea en Ethiopië de wapens die Amerika hun had gezonden om Soedan te vernietigen tegen elkaar gingen gebruiken.”

Eritrea wees eind 1994 alle Soedanese diplomaten uit en droeg twee jaar later de Soedanese ambassade in Asmara over aan de overkoepelende organisatie van Soedanese verzetsgroepen, de Nationale Democratische Alliantie (NDA). De enige aanwezige van de NDA in het gebouw blijkt Omar Nur al-Dayen, secretaris-generaal van de Soedanese oppositiepartij Umma. Alle andere leiders van de NDA-verzetsgroepen bevonden zich eerder deze maand voor topoverleg in Kaïro toen de Ethiopisch-Eritrese oorlog uitbrak. Nu kunnen ze niet meer terug naar hun hoofdkwartier in Asmara als gevolg van de Ethiopische luchtblokkade tegen Eritrea.

“Als deze oorlog voortduurt, gaat Khartoum daarvan profijt trekken”, erkent Nur al-Dayen, “dan raken we onze vrijplaatsen in Eritrea en Ethiopië kwijt. Beide landen kunnen hun prioriteiten gaan verleggen met gevolgen voor hun logistieke steun voor ons.” Ethiopië en in het bijzonder Eritrea verlenen gewapende hulp aan het Soedanese verzet. Eritrese militairen staan de Soedanese rebellen bij aan het front bij Kassala. De NDA voerde de afgelopen weken zijn offensief op in de Soedanese provincie Blue Nile en profiteert daarbij van logistieke steun van Ethiopië. Het radiostation van de NDA dat uitzendt naar Soedan bevindt zich in Asmara.

Oeganda, Eritrea, Ethiopië en de VS beschouwen de fundamentalisten in Khartoum als een duivels gevaar dat moet worden uitgeroeid. Soedan zou terroristische bewegingen steunen en Afrika willen destabiliseren. Washington voedde de afgelopen jaren het front van buurlanden tegen Soedan. Daarom is de Amerikaanse regering er veel aan gelegen de familieruzie tussen Ethiopië en Eritrea snel te beëindigen.

Amerikaanse diplomatieke pogingen leverden tot nu toe weinig op. In Asmara groeit de onvrede over de stijl van de Amerikanen. “Ze geloven in een snelle oplossing en werken als een bulldozer. Zo'n tactiek werkt niet; het past niet in onze cultuur”, kritiseerde de Eritrese president vorige week de Amerikaanse diplomatie.

Sindsdien heeft de Rwandese leider Paul Kagame het voortouw genomen. Terwijl hij juist begonnen was aan verzoeningspogingen tussen Oeganda en Congo pendelt hij nu ook tussen Ethiopië en Eritrea. Het is aan het piepkleine Rwanda, zelf verwikkeld in een moorddadig conflict tussen Hutu's en Tutsi's, om de schijn op te houden van een verbond van nieuwe Afrikaanse leiders voor een wedergeboorte van het continent.

    • Koert Lindijer