Zadek scherp in Kersentuin

Voorstelling: Der Kirschgarten van Anton Tsjechov door Burgtheater, Wenen. Vertaling: Elisabeth Plessen en Peter Zadek; kostuums en decor: Karl Kneidl; regie: Peter Zadek; spelers: Angela Winkler, Eva Mattes, Josef Bierbichler e.a. Gezien 12/6 Stadsschouwburg, Amsterdam. Nog te zien: 13/6 aldaar.

Al bloeit de kersentuin in het voorjaar, de ijsbloemen staan nog op de ramen. Tijdens de voorstelling smelten ze langzaam weg, en dan zien we het grandioze uitzicht op de witte bloesem van de kersenbongerd. Peter Zadek regisseert voor het Weense Akademietheater, een onderdeel van het fameuze Burgtheater, Der Kirschgarten van Anton Tsjechov. De kersentuin is het bedreigde bezit van de landeigenares Ljubow. Zij behoort met haar gevolg van lijfeigenen en horigen de oude tijd toe. De nieuwe tijd dient zich aan in de persoon van de koopman Lopachin. Als enige van de spelers draagt hij een modern kostuum, de anderen gaan laat negentiende-eeuws gekleed.

De enscenering door Zadek haalt de personages heel dichtbij, ze worden tastbaar en en herkenbaar, ze stralen de intense melancholie uit die onverbrekelijk verbonden is met het werk van Tsjechov. Der Kirschgarten is een choreografie van de wanhoop. Er wordt veel gedanst in deze enscenering, en juist op de dramatische hoogtepunten. “Nee,” krijst hoofdrolspeelster Angela Winkler uit, wanneer de koopman zegt dat hij de kersentuin, haar dierbaarste bezit, heeft gekocht. “Nee!” Tegelijkertijd speelt de violist zijn droeve wijs en dansen de talrijke huisgenoten. Geluk en pijn, afscheid en verstrooiing verweeft Zadek met elkaar tot een adembenemende eenheid.

De stijl van Zadek is historiserend naar gelang de kostumering en gestileerd in het gebruik van het decor. Dat laatste woord moeten we letterlijk nemen: het decor geeft niet de illusie 'echt' te zijn, het is nadrukkelijk een achterwand met zijvleugels. Gaan de acteurs af, dan zien we hen nog buiten het toneel.

Het 'Nee!' van actrice Angela Winkler vinden we terug in tal van momenten. Bij de dienaar Firs bijvoorbeeld, die aan het slot eenzaam sterft in het door iedereen verlaten huis. Hij zegt dat zijn leven zo snel voorbij is gegaan, 'alsof hij niet heeft geleefd.' Doeltreffender kan de slopende kracht van de voorbijgaande tijd niet uitgedrukt worden.

De acteurs en actrices van het Burgtheater vormen een hecht ensemble. Dat is in het Nederlandse toneel een steeds onbekender fenomeen, maar nu zien we hoe wezenlijk die hechtheid is voor de voorstelling. Elke scène, elk gebaar, elke beweging is exact en trefzeker. De hoofdrolspelers gloriëren, maar nooit ten koste van de kleinere rollen. Zadek heeft een scherp oog voor wat mensen in al hun kleinheid beweegt; dat ze eenzaam zijn en dat ze desperaat proberen die eenzaamheid te ontlopen. De weergave daarvan op het toneel is groots.

    • Kester Freriks