Voetbaleconomie

Een maand lang is de wereld in de ban van de bal. Daarmee is de aandacht gevestigd op Frankrijk, waar het WK-voetballen wordt gehouden. Dat lijkt gunstig voor de Franse economie, maar profiteert een gastland eigenlijk wel van de organisatie van een WK?

Een wereldkampioenschap voetballen brengt bestedingen van bezoekers, inkomsten van televisierechten en investeringen in de infrastructuur met zich mee. Toch biedt het geen garantie voor extra economische groei. Sterker nog, vanaf 1962 (WK Chili) heeft het gastland in slechts twee van de negen WK's een hogere dan gemiddelde economische groei gescoord (Spanje in 1982 en de VS in 1994). In Mexico (1986) en Argentinië (1978) was in het jaar van de WK sprake van een economische recessie.

“Het lijkt misschien vreemd, maar gastlanden die een extra groei-impuls hebben gehad, vormen de uitzondering en niet de regel”, schrijft analist David Brickman in een publicatie van de Amerikaanse investeringsbank PaineWebber*.

Frankrijk maakt dit jaar een opmerkelijk economisch herstel door. Volgens officiële cijfers wordt dit jaar een groei van ten minste drie procent verwacht. “De versiering van de cake zou het wereldkampioenschap voetbal kunnen zijn”, schrijft PaineWebber. Om er op te laten volgen: “Maar hoe omvangrijk het wereldkampioenschap ook is, er zijn weinig aanwijzingen dat het tot een significante stimulering van de economie in het gastland zal leiden.”

Voor Groot-Brittannië, dat in 1996 het Europese kampioenschap voetballen organiseerde, is uitgerekend dat het een bestedingsimpuls van 120 miljoen pond, slechts 0,02 procent van de economie heeft opgeleverd.

Er zijn uiteenlopende redenen waarom de economische impuls in het jaar van het WK tegenvalt. Ten eerste vinden de grootste investeringen - de bouw of verbetering van stadions, toegangswegen en telecommunicatie - plaats in de periode voorafgaande aan het jaar waarin de wedstrijden gespeeld worden. In Frankijk is de afgelopen jaren zo'n 11 miljard franc (bijna vier miljard gulden) voor het WK geïnvesteerd maar de effecten zijn daarvan al voorbij. Ten tweede is sprake van verdringing - toeristen die Frankrijk dit jaar mijden omdat ze de drukte van het WK willen ontlopen; en verschuiving ban bestedingen - meer televisies, minder auto's bijvoorbeeld. Ten derde heeft Frankrijk zichzelf economisch op verlies gezet met de stakingsgolf in de dagen voorafgaande aan het WK. De stakingen van de piloten van Air France en het openbaar vervoer hebben honderden miljoenen gekost die niet meer terugverdiend kunnen worden.

Frankrijk heeft ook een kans op extra inkomsten laten lopen door de erbarmelijke organisatie van de kaartverkoop. Hierdoor valt het aantal buitenlandse bezoekers lager uit dan mogelijk was geweest en waarschijnlijk staat Frankrijk nog een boete te wachten van de Europese Unie wegens ongeoorloofde marktbescherming.

Aan de andere kant wordt er nu flink verdiend op consumentenbestedingen van de voetbalfans en op de televisie- en reclamerechten. Bezoekers geven gemiddeld 1.000 à 1.500 franc (300 à 500 gulden) per dag uit aan hotelkosten, drank en maaltijden. Voor voetbalfans die tevens geïnteresseerd zijn in de effectenbeurs raden financiële analisten dan ook aandelen aan van Franse hotelketens, drank- en voedingsmiddelenconcerns. De CAC-40, de index van de Parijse effectenbeurs staat dit jaar overigens al op een winst van 40 procent.

De invloed van de voetbalkampioenschappen gaat verder dan de economische impuls aan het gastland. De Economist Intelligence Unit heeft deze week een World Cup Impact League** opgesteld waarin de politieke en economische gevoeligheid van landen voor de prestaties van het nationale voetbalteam is weergegeven.

Bovenaan de lijst staat, niet verrassend, Brazilië. Frankrijk is als gastland op de tweede plaats gezet, Duitsland op drie, Engeland vier gevolgd door Argentinië en Italië op vijf en zes. Helemaal onder aan de lijst bungelen de VS en Japan. Over Nederland (tiende plaats op de ranglijst) schrijft de EIU: “De Wereldbeker [...] zal een wild enthousiasme ontketenen onder de gewoonlijk koele Nederlanders.” Het WK zal een positieve invloed hebben op de Nederlandse economie, met name voor bierbrouwers, electronische detailhandel en het aandeel Ajax op de beurs.

In sommige landen hebben de prestaties van voetbalteams directe politieke invloed. Als Brazilië of Argentinië bijvoorbeeld de wereldbeker zou winnen, zal dat in beide landen de herverkiezing van de zittende president later dit jaar ongetwijfeld ten goede komen. “De Wereldbekerkoorts kan zulke uiteenlopende zaken als afwezigheid op het werk tot geboortecijfers beïnvloeden en zij kan bijdragen tot een nationale stemming van uitbundigheid, of treurnis, die invloed op de nationale economie heeft.”

Er staat, met andere woorden, de komende maand veel meer op het spel dan de vraag welk land de Silvio Gazzaniga-beker wint.

* Mondial '98. French growth and the World Cup. 29 mei 1998. Te bestellen bij PaineWebber, tel 00 44 171 422 2909.

** The world cup: politics and economics by other means. Te bestellen bij EIU, tel 00 44 171 830 1040.