VLIEGTUIGWOLKEN VERSPREIDEN ZICH OVER GEBIED VAN 35.000 KM

De condenssporen van vliegtuigen hebben waarschijnlijk een grotere invloed op het klimaat dan tot nu toe gedacht. Dat concluderen onderzoekers van onder andere het NASA Langley Research Center in Hampton (Virginia). Zij hebben via satellietmetingen de uitbreiding en invloed bestudeerd van deze sporen, die door de straalmotoren van vliegtuigen op grote hoogte in de atmosfeer worden achtergelaten (Geophysical Research Letters 25, no. 8).

Condenssporen bestaan uit kleine ijskristalletjes en zijn dus te vergelijken met de hoog in de atmosfeer zwevende cirrusbewolking (ook wel 'windveren' genoemd). Ze ontstaan als rechte, dunne strepen, die vaak snel oplossen en zo geen invloed op de atmosfeer lijken te hebben. Maar soms waaieren ze langzaam in de breedte uit en gaan ze steeds meer op natuurlijke cirruswolken lijken. Patrick Minnis en zijn collega's hebben op infraroodopnamen van de weersatellieten GOES en NOAA enkele condenssporen getraceerd en hun ontwikkeling bestudeerd. De wolk van één vliegtuig kan uitwaaieren over een oppervlak van 12.000 km, terwijl in één geval een cluster van zulke wolken - van meer vliegtuigen - uiteindelijk een oppervlak van meer dan 35.000 km bestreek. Ter vergelijking: het oppervlak van Nederland bedraagt 40.000 km.

De onderzoekers merken op dat de condenssporen zich in alle gevallen ontwikkelden tot cirruswolken die een waarnemer op aarde waarschijnlijk niet aan vliegtuigen zou hebben toegeschreven. En ook zonder de hulp van geostationaire satellieten (die steeds hetzelfde deel van de aarde waarnemen) zou deze bewolking worden aangezien voor natuurlijke bewolking. De onderzoekers concluderen dat vliegtuigen cirrus produceren die een veel groter gebied bestrijkt dan men op grond van de rechte structuren op satellietopnamen afleidt en dat condenssporen dus een significante invloed zouden kunnen hebben op het klimaat, op zijn minst op regionale schaal.

Dat laatste wordt ondersteund door de groep van William Smith, die de metingen van een op grote hoogte vliegend onderzoeksvliegtuig van de NASA heeft bestudeerd. Er werd gemeten aan cirruswolken die vrijwel onzichtbaar waren, maar een grote invloed bleken te hebben op de stralingsbalans in de atmosfeer. De wolken hebben vrijwel geen invloed op de binnenkomende zonnestraling, maar kunnen meer dan de helft van de door de aarde uitgezonden warmtestraling absorberen en hebben dus een verwarmend effect. De ijskristalletjes in deze cirrusbewolking zouden afkomstig kunnen zijn van de condenssporen van vliegtuigen.

    • George Beekman