Veluwe 2

De afgelopen weken verschenen van de hand van Michiel Hegener in de bijlage W&O enkele artikelen over de mogelijke toekomstige ontwikkelingen op de Veluwe. Ook het tv-programma Netwerk besteedde aandacht aan het verhaal over een ongerepte Veluwe, zonder rasters en boswachters.

Wat bij de discussies over de juiste wijze van bosbeheer opvalt, is dat deze vooral is gericht op de verschijningsvorm bos. Het fenotype en niet het genotype van het bos vindt men belangrijk. Men streeft beelden na: natuurlijk bos (veelal loofbos met veel dood hout). Deze vorm van bosbeheer wordt op dit moment op grote schaal toegepast door met name de vereniging Natuurmonumenten. Het gevaar van dit beheer is echter dat men zich blindstaart op deze verschijningsvorm. Niet de wetenschappelijke argumenten zijn doorslaggevend, maar emoties geven de doorslag. De hoeveelheid dood hout en daarmee de verscheidenheid aan schimmels, insecten en vogels nemen tijdelijk toe. Maar ondertussen is het bos letterlijk stervende.

Uit diverse studies (o.a. van IBN-DLO en universiteiten in Duitsland) blijkt dat het met de kwaliteit van de bossen droevig is gesteld. De abiotische omstandigheden zijn inmiddels zo dramatisch geworden, dat kan worden betwijfeld of de vitaliteit van de bossen ooit nog voldoende herstelt. Zure regen heeft wortelstelsels zodanig aangetast dat er maar weinig hoeft te gebeuren om een boom te laten sterven. De consequenties van het 'niets doen'-beheer zijn niet zo fraai als men denkt. De kans dat onder deze omstandigheden een soortenarm berkenbos en verder naaldbos de boventoon gaat voeren, is groot. Dit betekent dat de groeiomstandigheden van de bossen alle aandacht verdienen. Een beheerder heeft echter op de abiotische omstandigheden weinig invloed. Wel kan hij invloed uitoefenen op de keuze van het plantmateriaal. Een bos met de grootste genvariabiliteit heeft de beste overlevingskansen. Daarom dient plantmateriaal ongesorteerd te zijn, biotische omstandigheden zullen selectie toepassen. Ook dient natuurlijke verjonging te worden gestimuleerd.

In deze kwetsbare fase kunnen externe factoren roet in het eten gooien. Eén van die factoren is de invloed van het grofwild op de vegetatie. Wild wordt juist aangetrokken door jonge aanplant waardoor de vraat- en slagschade extra groot zijn. Begrijpelijk gezien het geringe voedselaanbod op de Veluwe. Willen we een gezond bos houden dan kan een tijdelijke verlaging van de wildstand nodig zijn. Terecht is opgemerkt dat het hoog tijd wordt dat het bosbeheer en het wildbeheer worden geïntegreerd. Waarbij de randvoorwaarden door de bosbouw dienen te worden gesteld. Een ander reden waarom actief bosbeheer is vereist is de productie van hoogwaardig hout. Om kwalitatief goed hout te krijgen zijn regelmatige dunningen en andere maatregelen nodig. De productie van dit hout is een belangrijke inkomstenbron voor de particuliere eigenaar. Deze inkomsten zijn broodnodig om andere cultuurhistorische elementen, zoals kastelen en tuinen, in stand te houden. De productie van hout is om nog een reden belangrijk. Willen we als westers land een goed alternatief voor tropisch hardhout vinden, dan is productie van vervangend hout in ons eigen land hard nodig. De invoer van tropisch hout neemt de laatste jaren af. Wat daarvoor in de plaats is gekomen is grootschalige invoer van hout uit Canada en de voormalige Oostbloklanden.

In deze landen worden op dit moment de laatste oerbossen gesloopt. Oorspronkelijke natuur wordt verwoest, terwijl in Nederland stemmen opgaan om van cultuurbos natuurbos te maken vervolgens ook nog een wildpark te creëren! Het wordt tijd dat wij deze enormiteit onder ogen zien en zoeken naar een echt alternatief. Houtproductie betekent niet dat de natuurwaarden geen rol spelen. De huidige natuurwaarden zijn juist een gevolg van het particuliere beheer in de afgelopen honderd jaar. Op dit moment wordt door veel particulieren geïntegreerd bosbeheer toegepast. Uitgangspunten bij dit beheer zijn het aansluiten bij natuurlijke processen en het zoeken naar een optimale samenhang tussen ecologie en economie. Dit betekent een beheer waarbij men de realiteit onder ogen wil zien. Een realiteit die niet wordt verbloemd door een grote grazer, lynx of adelaar. Wie deze dieren uitzet scoort te gemakkelijk. Een grotere uitdaging is om de vitaliteit van het Nederlandse bos werkelijk te behouden en waar mogelijk te herstellen. Het slechten van rasters en de aanleg van verbindingszones spelen daarbij ook een rol, maar zij vormen slechts een onderdeel van de noodzakelijke maatregelen. Het wordt tijd dat de overheid onder ogen durft te zien waar de schoen werkelijk wringt. Daar is politieke durf voor nodig, een boom is immers niet aaibaar. Bovendien: zo'n beheer kost veel geld. In ieder geval meer dan het Programma Beheer kan bieden.