Trends naar 2000: alles bubbelt en dik mag weer

Kerstmis '99 zal wit zijn, met witte ballen, witte kleren en wit eten. Een beetje te dik wordt mooi. En handwerk komt terug. Aldus Lidewij Edelkoort, die deze week haar trendprognose voor de winter van '99-'00 gaf.

AMSTERDAM, 13 JUNI. Het Engelse warenhuis Marks & Spencer heeft de inkoop van champagne voor 1999 verdubbeld. 'Niet genoeg', zei Lidewij Edelkoort tegen de directie van het bedrijf. “In 1999 is niet alleen oudjaar, maar èlk feest, èlke verjaardag, de laatste van dit millenium. We zullen ontzettend veel drinken en mogelijk zijn we halverwege het jaar door de totale champagnevoorraad heen.”

Edelkoort, even over uit Parijs, gaf deze week in Amsterdam haar tweejaarlijkse trendpresentatie voor een gehoor van stylisten, ontwerpers, kledingfabrikanten, en -inkopers. Het was deze keer “verschrikkelijk moeilijk” aldus Edelkoort. “Iedereen verwacht iets bijzonders, maar de trends trekken zich niks aan van 2000, een willekeurige datum die alleen iets betekent in de christelijke cultuur.”

Toch zullen we in die winter veel in het wit gekleed gaan, “want wit is de kleur van overgangen: van geboorte, huwelijk, dood, van afsluiten en opnieuw beginnen.” De stelling werd geïllustreerd met dia's van wit textiel: vlokkige en wollige stoffen, en stoffen die versierd worden met parels en kralen: “alles gaat bubbelen”, licht Edelkoort toe. “En dan is het 2000: een nieuwe pagina, maagdelijk wit. De schone lei zal ons goed doen, maar eerst moeten we, als professionals en als individuen, door tot deze datum.” Die mag dan willekeurig zijn, Edelkoort lijkt er zelf reikhalzend naar uit te kijken.

De trendwatcher kan dingen betogen die haaks op elkaar staan. “Inderdaad,” zal ze later zeggen, “in de werkelijkheid zijn er ook tegengestelde ontwikkelingen, en de mensen die hier komen weten haarfijn wat ze uit mijn verhaal op moeten pikken.” Er wordt haar - en haar collega's - vaak verweten dat trendwatching een kwestie is van self fulfilling prophecy. “Maar als ik het tegenovergestelde zou beweren, krijg ik geen gelijk”, is daarop een van haar replieken. Het zal haar overigens een zorg zijn: Nissan, Coca-Cola, Philips, Sarah Lee/DE, het ministerie van VROM en de provincie Noord-Brabant maken gebruik van haar expertise, waarvan ze zelf zegt: “ik voorspel niks, ik verhelder alleen.”

En Edelkoorts onderzoeksbureau Trend Union verheldert winter '99-'00 met het begrip 'Inner': Inner Self, Inner Beauty, Inner Strength, Inner Walk. De huidige generaties zijn geboren en opgegroeid als individualisten, zegt ze. “We gaan steeds meer zelf bepalen of we er goed uitzien, wanneer we bijvoorbeeld op gewicht zijn.” De extreme magerheid van de afgelopen jaren zal 'eventueel' ingewisseld worden voor meer molligheid. “Dat zie je ook in auto's, mixers, ze zijn genereus, bijna iets te bol, vormgegeven.”

Kleding krijgt meer volume met gewatteerde stoffen en dikke breisels. Zwaarder mag het allemaal worden: “De maatschappij ging de afgelopen jaren steeds sneller, en alles werd steeds lichter, nu gaan we weer verlangzamen.” De parfumindustrie zal zware flessen maken, en 'dik' design komt op. “We willen potterie, aardewerk, en minder glas.” Ook voor de stoffen is er 'behoefte aan gewicht': na een generatie van aangename stoffen die soms bijna te zacht en licht zijn (morbido noemen ze dat in Italië) willen we “tegengas, onaardige stoffen”. In Japan worden alweer prikkende, 'rasperige' weefsels geproduceerd.

Textiel is voor Edelkoort het uitgangspunt: “Het soort stof dat wij gebruiken zegt veel over mentaliteiten. Ik gebruik het als metafoor voor tendenzen in de samenleving.” Zo gaat breiwerk volgens haar 'extreem' belangrijk worden. Dat duidt niet alleen op een behoefte aan comfort, maar ook op een groeiende hang naar togetherness. “We breien de maatschappij aan elkaar tot een close knitted society, zoals de Engelsen dat noemen.” Het klinkt als een sprookje. “Ik zie inderdaad een veelbelovend wereldbeeld. Jonge mensen werken weer meer samen, in kleine structuren. Ik zie dat bij mijn studenten, die willen niks meer alleen doen.” Het zijn geen 'padvinders', beklemtoont ze. “Het individu is zo sterk dat het in de groep kan opgaan en toch zichzelf kan blijven.”

Deze sterke individuen zullen “heel eigenwijs” hun kleding combineren, en er een hoogstpersoonlijke invulling aan geven, zelfs met borduursels of applicaties. We gaan volgens Edelkoort weer haken, breien en punniken. Ze ziet daarbij geen macramé-tut voor ogen, maar een 'vagebondachtige Chanel' die handgeweven jakjes combineert met designerskleding. En dat betekent volgens Edelkoort dat een industrie die nu bijna verdwenen is - welk warenhuis heeft nog een afdeling met garen en band? - weer terugkomt. “In moderne winkels, die heel prana zijn ingericht, en precies de juiste kralen en knopen hebben.”

“Of je nu in Londen, Tokio of Kaapstad bent, overal liggen dezelfde, industrieel vervaardigde producten. Daar is niks meer aan”, vervolgt Edelkoort. Dus willen we handwerk, niet alleen geïmporteerd uit Derde-Wereldlanden, maar ook vervaardigd in de eigen regio. “Dan heb ik het niet over klompen en kaas. Als je nu mooi houtsnijwerk in je huis wil hebben, moet je naar Indonesië. Dat kunnen we toch ook hier maken?”

Lokale productie voorziet niet alleen in een consumentenbehoefte: “We leven nu in een grooteconomie, met megabedrijven die bepalen wat wij eten, drinken, hoe wij er uitzien. Deze economie gaat bovendien als een rollercoaster op en neer, omdat er te veel gespeculeerd wordt. De ontwikkeling van een kleine economie, met lokale productiebedrijfjes, kan de schokken van die grooteconomie opvangen.”

“Natuurlijk is dat haalbaar”, vervolgt ze. Het gebeurt nu al: in kleine studio's die ook klein willen blijven. Maar het vergt wel een mentaliteitsomslag: banken moeten andere kredieten geven, vakopleidingen moeten een andere status krijgen. “Ik vertel niks nieuws hoor”, beëindigt ze het gesprek. “Bij de Rabobank zijn ze hier ook mee bezig.”

    • Edith Schoots