Transnationaal paren in Redford

Iedereen in Redford is wel neef en nicht van elkaar. Volgens de gepensioneerde Anglicaanse priester Melvin Walker was dat al zo vóór Columbus.

REDFORD, 13 JUNI. Met rustige slagen roeit de oude man het riviertje over. In zijn boot een jonge vrouw met twee grote boodschappentassen. Voor twee pesos zet hij haar over. Likkebaardend staan Mariana en Veronica Quiróz op de oever. De vrouw in het bootje is hun zus Horténsia. En in haar tassen zitten lekkere rijpe avodacado's en Mexicaanse chorizo. “Dat kun je aan deze kant van de grens niet krijgen”, zegt Mariana. “Omdat de Amerikanen de invoer van etenswaren uit Mexico hebben verboden”, zegt haar zus Veronica geprikkeld.

Redford is een afgelegen herdersgemeenschap op de Amerikaanse oever van de Rio Grande. De rivier maakt al eeuwenlang onderdeel van hun leven uit. De dorpelingen laven er hun geiten, en in het droge seizoen lopen de kuddes over om op de andere kant verder te grazen. Honderdvijftig jaar geleden werd de rivier tot grens uitgeroepen, toen de Amerikanen de helft van Mexico inpikten. Voor de inwoners van Redford heeft de rivier echter nooit meer betekend dan een stroom water.

Dagelijks roeien Mexicanen en ex-Mexicanen van de ene naar andere kant om elkaar op te zoeken, boodschappen te doen, de liefde te bedrijven. “Het transnationale paren is hier eerder gebruik dan uitzondering”, zegt Melvin Walker, een gepensioneerde Anglicaanse priester die al twintig jaar in Redford woont. “Iedereen is wel neef en nicht van elkaar. Maar dat was al zo vóór Columbus.”

Een paar houten huisjes, verspreid over doornige heuvels. Meer is het niet, het dorp. Tussen de struiken staat een kruis. Het is de plaats waar een paar neven van beide kanten van de rivier met elkaar in gevecht raakten. Daarachter ligt de hut van Ezequiel Hernández. Ook Ezequiel trouwde 'transnationaal' met een meisje van de overkant. Samen kregen ze acht kinderen.

Op een hete middag in mei laat de jongste Hernández-zoon, Esequiel junior, de geiten nog even uit voor een laatste ronde. Het is vijf uur 's middags en Ezequiel (18) is net terug van school. Zoals elke dag haakt hij het jachtgeweer van zijn grootvader van de spijker, en loopt met zijn geiten de heuvel op. Op de top staat een vervallen stenen gebouw dat tijdens de Mexicaanse revolutie (1910-1914) dienst deed als uitkijkpost. Wanneer Esequiel zich omdraait kan hij aan de overkant van de rivier de vlakte zien waar de Mexicaanse boerenleider Pancho Villa met zijn mannen de regeringstroepen de pan in hakte. 'De federale troepen waren niet opgewassen tegen deze wilde mannen te paard, die zich met marihuana nog eens extra moed in hadden gerookt', schrijft een Mexicaanse historicus over de beroemde slag van Ojinaga in 1914. Het jachtgeweer dat Esequiel over zijn schouder draagt om zijn geiten tegen de wilde honden te beschermen stamt nog uit die tijd. Ook zijn opa had meegedaan aan de slag van Ojinaga.

Nu rijdt er door dezelfde vlakte een eenzame Mexicaanse legerpatrouille, op zoek naar drugssmokkelaars. Maar heel hard zullen ze wel niet zoeken. “Dit is volstrekt rustig gebied. Er gebeurt niets”, had generaal Domíro Garzía van het Mexicaanse legergarnizoen in Ojinaga verzekerd. Een opmerkelijk uitspraak. Zeker omdat zijn voorganger nog geen twee maanden eerder in een interview had gezegd dat er in Ojinaga “nog steeds belangrijke drugsbazen leven”. Dat leger, politie en justitie bovendien “volledig met de narco's samenwerken”.

Des te heftiger is de controle aan de kant van Redford. Hier geen openlijke patrouilles, maar doorgetrainde mariniers met zwartgemaakte gezichten. Vanuit hun geheime schuilplaats bij de rivier moet zo'n groep Esequiel hebben gezien. Ze zijn hem met zijn geiten de heuvel op gevolgd. Toen hebben ze de herder - God weet waarom - op een afstand van driehonderd meter met hun precisiegeweren in de rug geschoten.

Kronkelend probeert Melvin Walker het na te doen. Hij heft een stok over zijn schouder, op de manier waarop de mariniers later getuigden dat Esequiel op hen geschoten zou hebben. “Het is nogal een toer hoor om een geweer uit de Mexicaanse revolutie op deze manier af te vuren”, hijgt de dominee en legt zijn stok weer neer. Esequiel Hernández werd op 16 mei 1997 doodgeschoten. Vijf maanden later werden de vier mariniers die verantwoordelijk waren voor de moord van alle blaam gezuiverd. De dood van Esequiel was 'een ongeluk'. De mariniers hadden gehandeld uit 'zelfverdediging'. “De Amerikaanse staat heeft dus besloten dat we in oorlogsgebied leven”, zegt Walker die voor de familie een civiele procedure is begonnen. “En als er burgerslachtoffers vallen bij hun gevecht tegen de windmolens is dat niet meer dan pech.”

Dit is het negende deel van een serie over de Amerikaans-Mexicaanse grens.

    • Marjon van Royen