Rudi

SOMS MOET JE ineens op reis, naar Amerika of zo. En soms moet je dan onderweg werken, en je spullen toch op tijd op de gewone plek afleveren. Per e-mail. Zoals dit Chipsje, dat u vanuit Kansas City bereikt. Snel als de wind, gemakkelijk en probleemloos, want daar hadden we de computer immers voor uitgevonden? Jawel, maar voor het zover was, werden er nog heel wat zweetdruppels geplengd, en sloeg de wanhoop geregeld toe. Luister en huiver.

Een nieuwe laptop zou er komen. De oude was te oud, te sloom, te primitief. Dus naar de winkel, voor het mooiste van het mooiste: een Toshiba van krap drie kilo, maar gelijkwaardig aan een stevige en snelle pc. En natuurlijk met een TFT-beeldscherm. Een plat scherm waar je ook 'van opzij' naar kunt kijken, zonder dat, zoals bij gewone LCD-schermen, het beeld wegslaat. Zoiets kost een paar centen, maar dan heb je ook wat in huis. Daar hoorde uiteraard ook een modem bij dat zowel ISDN als gewoon telefoneren aankon. Want ISDN heb je op de thuisbasis, maar een laptop sleep je overal mee naar toe. Zo'n modem is een duur wondertje, een PCMCIA-kaart. Dat wil zeggen, een soort creditkaart met een dun draadje eraan, waarmee de hele wereld aan je voeten ligt.

Uiteraard werd het apparaat geleverd met Windows compleet geïnstalleerd. Er moest alleen wat software bijgezet, en bovenal, het modem moest geïnstalleerd. Volgens de handleiding was dat laatste een fluitje van een cent, want het was allemaal 'plug and play': je schuift dat PCMCIA-kaartje in een passende sleuf, en de rest gaat vanzelf. Nu hoor je nogal eens mensen klagen over 'plug and play', ofwel 'pruts en prevel', maar alles gaat inderdaad vanzelf. Het is 48 uur voor vertrek.

Er was alleen één probleempje. Het modem wou niet werken. Wel via ISDN, niet via een normale telefoonaansluiting. Je denkt iets verkeerd gedaan te hebben bij de installatie. Herstellen dus, maar wat je ook probeert, de installatieproceure is zó automatisch, dat hij niet met de hand is op te roepen. En omdat er al 'geplugd' was, kon je de computer ook niet meer wijsmaken dat hij met een nieuw apparaat te maken had, dat nog automatisch herkend moest worden. Afijn, niet getreurd, het is je zoveelste computer. Je installeert gewoon de hele hap. Windows dus, even opnieuw, dan kun je meteen de harde schijf even partitioneren - dat wil zeggen, in meer schijven onderverdelen. Dat is altijd wel prettig voor het overzicht.

En dat ging dus ook niet. Het opstartprogramma dat Toshiba op diskette bijlevert, en dat vooral moet zorgen dat de lege computer de CD-ROM-drive kan vinden van waaraf het besturingssysteem, Windows dus, geïnstalleerd moet worden, begon met de harde schijf op te delen in een hele grote en een ontzettend kleintje van 20MB. Maar echte, bruikbare partities maken ging niet, dan kwam je in een vicueuze cirkel terecht. Dan maar geen partities, denk je ten einde raad. Gewoon Windows erop zetten. Drie kwartier later, bijna klaar, begint Windows ineens om een diskette of CD in station O te vragen. Pech voor Windows, want station O bestaat niet. Pech voor jou, want zonder die diskette of CD kom je niet verder. Overnieuw. 'In touch with tomorrow', meldt je gloednieuwe speeltje zodra je hem aanzet, maar je hebt liever dat het gewoon vandaag werkt, wat niet het geval is. Vier pogingen en ruim een halve dag verder geef je het op.

Morgen terug naar de leverancier, die maar moet zeggen of jij gek bent, of het apparaat. Het is 36 uur voor vertrek.

Bij leverancier RAF hebben ze een helpdesk met echte mensen en daar tref je Rudi. En Rudi blijkt goud waard. Het kost vier uur werk en er zijn nog steeds geen partities, maar Windows staat erop en doet het weer. Het blijkt allemaal te liggen aan slordigheidjes in Toshiba's installatieprocedure: dat kleine schijfje van 20MB? Ach, de harde schijf blijkt net even groter dan de twee gigabytes die een moderne DOS-standaard aankan, en dus wordt het maar als een apart, onnut schijfje gezien. Die geheimzinnige drive O? Ach, dat is de tijdelijke voorziening voor het herkennen van de CD-ROM als Windows nog geïnstalleerd moet worden. Later wordt dat gewoon station D. Alleen vergeet de procedure om de inmiddels aangelegde Windows-registry bij te werken, die dus nog steeds denkt dat er een drive O bestaat. En zo was er nog het een en ander. Het is achttien uur voor vertrek. Eerst naar huis en dan dat modem nog even installeren.

Maar dat lukt nu helemaal niet. Niks plugt, niks playt. Tikje paniek slaat toe. Rudi bellen. Dan blijkt dat er nog steeds van alles ontbreekt. Drivers en zo. Slippertje van Windows-installatieprocedure. Weer terug. Rudi doet heel snel heel geheimzinnige dingen: “Kijk, even opletten”, en dan vliegen zijn handen zo snel dat je niks kunt volgen. Maar om half acht 's avonds werkt alles naar behoren. Het is veertien uur voor vertrek.

En dan zit je ergens in Amerika, in een keurige keten-hotel met data-aansluiting op de telefoon. Alle kamers zijn voor de veiligheid tevens voorzien van peepholes, meldt de map met 'hotel services', iets om over na te denken. Maar geen tijd, je moet je stukje mailen. Mis! Windows meldt dat de andere computer niet opneemt, nog voordat er verbinding is. Zoeken, uren zoeken. Niets verkeerds te ontdekken, totdat... Wat staat daar? “Annuleer gesprek als er geen verbinding is binnen EEN seconde!” Dat is standaard waar zelfs het snelste flitsnet niet tegenop kan. Snel zestig seconden van maken, en nog eens proberen. En jawel hoor, alles loopt gesmeerd. We zijn, op het nippertje, niet alleen 'in touch met tomorrow', maar ook met Rotterdam.

Je neemt een pilsje op het al bijna niet meer verwachte succes. En je bedenkt dat toptechnologie en goede bedoelingen niet voldoende zijn. Dat slordigheidjes, knullige documentatie en gebrekkige installatieprocedures net zo dodelijk zijn als een kapotte processor of harde schijf. Kortom, dat hard- en softwaremakers nog steeds te veel onder de indruk zijn van eigen kunnen en te weinig oog hebben voor hun klant, te weinig proberen om Rudi overbodig te maken. En je besluit maar eens op te schrijven wat er daardoor kan gebeuren als je ineens op reis moet, naar Amerika of zo.

    • Rik Smits