Portret van de vieze man; Opdringerige man doet aan seks om de macht

De geneigdheid tot seksuele intimidatie door de man is meetbaar. Dankzij de antwoorden op tien slim verstopte vragen

FLAUWE GRAPPEN over seks, elke maand de Playmate of the Month in je postvak, je baas die je aanraakt als hij meeleest wat je schrijft. Seksuele intimidatie kan veel vormen aannemen. Om de psychologische kenmerken van (potentiële) plegers van seksuele intimidatie - in de meeste gevallen heteroseksuele mannen - te kunnen onderzoeken, moeten deze mannen eerst geïdentificeerd worden. Echter, weinig mannen zullen 'ja' antwoorden op de vraag of ze geneigd zijn vrouwen op een seksuele manier lastig te vallen. Een omslachtiger methode is nodig om sociaal wenselijke antwoorden te voorkomen.

Een voorbeeld is de vragenlijst die in 1987 werd ontwikkeld door John Pryor van Illinois State University. De respondent krijgt tien situatiebeschrijvingen voorgelegd, met de vraag zich bij elke situatie in te leven in de rol van de mannelijke hoofdpersoon. Alle situatieschetsen gaan over een man die macht heeft over een of meer vrouwen - bijvoorbeeld de baas van een televisiestation die beslist welke journaliste promotie krijgt, of een professor die een studente een cijfer geeft. De respondent moet over elke situatieschets een aantal vragen beantwoorden, waaronder de vraag waar het eigenlijk om gaat: “Aangenomen dat u er zelf op geen enkele wijze schade van zou kunnen ondervinden, hoe waarschijnlijk is het dan dat u deze vrouw zou aanbieden om haar een goed cijfer (de promotie, etc.) te geven in ruil voor seksuele gunsten?” Door deze vraag te verstoppen tussen allerlei andere vragen wordt tegengegaan dat de mannen sociaal wenselijke antwoorden geven. De antwoorden op de tien centrale vragen vormen tezamen een index van de geneigdheid tot seksuele intimidatie van de respondent, oftewel zijn Likelihood to Sexually Harass (LSH).

Uit verder onderzoek van Pryor en zijn collega's blijkt dat deze vragenlijst daadwerkelijk voorspelt dat mannen met een hoge LSH-score vrouwen seksueel zullen lastigvallen als ze de kans krijgen. In één van zijn experimenten moest bijvoorbeeld de helft van de deelnemers een dame leren om een golfbal te slaan; de andere helft moest haar leren pokeren. De leerlinge, een aantrekkelijke vrouw, was in werkelijkheid een medewerkster van de onderzoekers, die niet op de hoogte was van de LSH-score van de deelnemers. Van iedere deelnemer beoordeelde ze na afloop in hoeverre hij haar op een seksuele manier had aangeraakt en bejegend. Het bleek dat de hoge-LSH-deelnemers die de medewerkster leerden golfen, zich seksueel veel opdringeriger gedroegen dan lage-LSH-deelnemers, of deelnemers die de medewerkster leerden pokeren. Mannen met een hoge LSH-score waren dus inderdaad meer geneigd tot seksueel intimiderend gedrag, mits de situatie ze een alibi verschafte om hun leerlinge aan te raken (wat over de pokertafel heen moeilijk ging). In vergelijkbare experimenten werd aangetoond dat mannen met een hoge LSH-score geneigd zijn tot seksuele intimidatie als ze het idee hebben dat de heersende sociale normen zulk gedrag tolereren - bijvoorbeeld als de onderzoeksleider ook openlijk flirt met een vrouwelijke leerlinge.

De beschikbaarheid van een methode om mannen te identificeren die geneigd zijn tot seksuele intimidatie maakt het tevens mogelijk om psychologische kenmerken van deze mannen in kaart te brengen. Pryor deed dit door zijn deelnemers niet alleen de LSH-vragenlijst te laten invullen, maar ook een aantal gestandaardiseerde vragenlijsten over ideeën over seks en de relatie tussen mannen en vrouwen. Het bleek dat mannen die geneigd zijn tot seksuele intimidatie er in het algemeen stereotiep mannelijke ideeën op nahouden: ze vinden dat ze 'vrouwelijke' activiteiten en beroepen moeten vermijden, hebben een sterke behoefte aan respect en status, en vinden dat mannen mentaal, emotioneel en fysiek onafhankelijk moeten zijn. Verder voelen deze mannen zich aangetrokken tot agressieve seks en willen ze de baas zijn over hun partner. Ze denken dat vrouwen graag seksueel gedomineerd worden door een man en geloven zelfs dat vrouwen die verkracht worden, daar eigenlijk van genieten (de 'verkrachtingsmythe'). Ze zeggen dat ze seks hebben om zich niet te hoeven vervelen, om indruk te maken op anderen, of vanwege de lichamelijke voldoening die het geeft, maar niet uit liefde. Tegelijkertijd staan ze wantrouwend tegenover seks: ze geloven dat mensen in seksuele relaties elkaar per definitie uitbuiten en bedriegen.

Volgens ander onderzoek associëren mannen die geneigd zijn vrouwen seksueel te misbruiken, het begrip macht onbewust met seks. In 1995 toonden John Bargh van New York University en zijn collega's aan dat mannen die geneigd zijn tot seksuele intimidatie sneller zijn in het van een computerscherm voorlezen van woorden die met macht te maken hebben, als vlak daarvoor woorden die met seks te maken hebben, subliminaal in beeld waren (dat wil zeggen, zo kort dat ze niet bewust herkenbaar waren). Uit een ander experiment van deze onderzoekers bleek dat mannen die geneigd zijn tot seksuele agressie zich sterker aangetrokken voelen tot een bij het onderzoek aanwezige vrouw, als ze zojuist een woordpuzzeltje hebben ingevuld met veel machtsgerelateerde woorden erin.

Zo'n onbewuste associatie tussen macht en seks kan verklaren waarom sommige mannen in machtsposities geneigd zijn om hun vrouwelijke ondergeschikten seksueel te intimideren, terwijl ze toch grote risico's lopen wanneer zulk gedrag bekend wordt. Machtige mannen ontmoeten steeds vrouwen die aardig tegen hen zijn, omdat mensen nu eenmaal aardig doen tegen hun baas. Sommige mannen kunnen zulk aardig gedrag echter interpreteren als flirterig of seksueel provocerend, en vervolgens reageren op basis van die interpretatie. Zo houdt de associatie tussen (hun eigen) macht en seksuele aantrekking (tot vrouwelijke ondergeschikten) zichzelf in stand. Daarnaast bestaat de mogelijkheid dat vrouwen zich zelf - misschien onbewust - flirteriger gedragen tegenover mannen met macht, hetzij omdat ze zich aangetrokken voelen tot machtige mannen, hetzij omdat macht vaak samengaat met aantrekkelijke eigenschappen, zoals intelligentie, charme en charisma.

    • Ellen de Bruin