Pensioengiganten zwiepen heen en weer

Het Pensioenfonds voor de Metaalnijverheid miste vorig jaar een miljard gulden rendement op zijn aandelenbeleggingen. De pensioengiganten zijn geen passieve beheerders meer. De waan van de dag regeert mee.

ROTTERDAM, 13 JUNI. Als de koersval op Wall Street van 27 oktober vorig jaar een wereldcrash had veroorzaakt, waren zij de helden geweest. Nu lijkt het missen van een miljard gulden rendement door de beleggers van het Bedrijfspensioenfonds voor de Metaalnijverheid meer dan slordigheid. “Schrikbarend”, zegt analist L. Blom van de adviesfirma FDA, die onder meer de financiële gang van zaken in de pensioenfondssector volgt. “Dit heb ik nog nooit eerder gezien.”

Hij is met name geschrokken van het gemak waarmee het fonds “heen en weer zwiept” tussen uitbreiding en vermindering van zijn beleggingen in aandelen. Eind 1996 was het percentage aandelen in het totale vermogen 21 procent, eind vorig jaar 12 procent en het doel op langere termijn is 25 à 30 procent.

Het Metaalnijverheid pensioenfonds, in omvang de Nederlandse nummer vier (ruim 25 miljard gulden belegd vermogen), had zijn koerswinsten vorig jaar beschermd tegen een beurscrash met een “gratis” verzekering. Prudent beleid, vindt het fonds zelf. Met de toezichthoudende Verzekeringskamer is over de beleggingspolitiek periodiek overleg geweest.

De beveiliging komt erop neer dat het fonds geen last had van scherpe koersdalingen, maar ook niet profiteerde van vergelijkbare stijgingen. De koersen bleven omhoog gaan en het fonds miste een miljard gulden rendement, een bedrag dat nog iets hoger is dan het premiebedrag dat werkgevers en werknemers bij de 36.000 aangesloten bedrijven vorig jaar moesten betalen. Het het rendement op de aandelenbeleggingen tuimelde naar 12,3 procent, ruim een derde van het branchegemiddelde (32,1 procent).

Het gemiste rendement bij Metaalnijverheid is het spectaculairst, maar het fonds is zeker niet het enige dat in het afgelopen topbeursjaar zijn achterban extra winsten door de neus heeft geboord. Aandelen zijn de belangrijkste belegging geworden van pensioenfondsen en het rendement daarop bepaalt steeds duidelijker hun financiële ruimte en de toekomstige betaalbaarheid van de pensioenen.

Grote pensioenfondsen als die van Philips, Shell en PGGM (zorg en welzijn) bleven met het rendement op hun aandelenportefeuille het afgelopen jaar achter bij het sectorgemiddelde. De oorzaken? Verkeerde timing (te snel aandelen verkocht) en/of grote spreiding over regio's. “Voor het beste rendement had je vorig jaar je hele vermogen in Nederlandse en Amerikaanse aandelen moeten beleggen”, zei een directeur beleggingen van een groot pensioenfonds onlangs.

Hoe meer in deze landen en hoe meer in aandelen belegd, des te beter het rendement. Koploper is gigant ABP, het grootste Nederlandse pensioenfonds (overheid en onderwijs), die in dit geval profiteerde van zijn historische handicap dat tot voor kort alleen in Nederlandse aandelen belegd mocht worden.

Afwijkende rendementen hebben gevolgen. Tussen de een na beste en de op een na slechtste belegger in bijgaande grafiek zit een verschil van tien procentpunt. Dat scheelt bij een fictief fonds met een vermogen van vijf miljard en een branchegemiddeld percentage aandelenbeleggingen meer dan 150 miljoen gulden.

Analist Blom van FDA schat dat het Philips pensioenfonds vorig jaar en de eerste maanden van dit jaar ongeveer een miljard gulden rendement heeft gemist doordat zij vorig jaar juli haar beleggingen in aandelen scherp heeft gereduceerd. Het fonds, nummer drie in Nederland met een belegd vermogen van 30 miljard gulden, had toen 45 procent van zijn vermogen in aandelen geïnvesteerd. Dit percentage was bijna de bovenzijde van de bandbreedte die het fonds van zijn bestuur mag aanhouden.

De angst dat stijgende lonen in Amerika en dalende prijzen (door de Azië crisis) de bedrijfswinsten zouden treffen was aanleiding voor een majeure verschuiving. Aan het eind van het jaar waren de aandelenbeleggingen met acht procentpunt gereduceerd tot “maar” 37 procent van het totale vermogen, een percentage dat overeenkomt met een somber perspectief voor aandelen. Het totale rendement heeft onder dit beleid geleden, erkent het fonds in zijn jaarverslag. “Zeker achteraf zou men kunnen beweren dat dit te defensief is geweest.”

Grootscheepse wijzigingen in de beleggingen in relatief korte tijd komen steeds regelmatiger voor, weet Blom. “Pensioenfondsen zijn lange termijn beleggers, maar zij laten zich steeds meer leiden door de waan van de dag. Maar in de praktijk schatten zij de ontwikkelingen niet beter in dan u of ik.” Extra handel leidt volgens hem niet tot extra rendement.

Uit cijfers van de adviesfirma WM Company blijkt dat pensioenfondsen de afgelopen jaren steeds actiever zijn geworden als handelaar. Zij houden hun beleggingen minder lang in portefeuille. Vorig jaar namen zij wat gas terug bij hun aan- en verkopen van effecten met een vaste rente (obligaties), maar zij werden wel weer actiever als handelaren in aandelen. In 1994 bleven aandelen gemiddeld vier jaar in portefeuille, nu nog twee jaar.