Onverzadigbare nieuwsgierigheid

Een paar villa's aan de kustweg even buiten San Diego. Alle kamers ingericht als werkplek vol boeken en tijdschriften. Achter de bureaus en schrijfmachines zitten de mensen veelal in strandkleren. Grote zachte kussens op de vloeren. De werkdagen zijn lang. Van 's morgens in de vroegte tot zo laat als nodig is in de avond. Maar voor de lunch - eerst zwemmen - in een van de vele strandrestaurants neemt iedereen ruim de tijd. Net als voor - eerst zwemmen - het glas witte wijn op de kussens om een uur of zes, of mineraalwater voor wie nog werken moet.

Het is 1973 in de redactielokalen en op de commerciële afdelingen van het Amerikaanse tijdschrift Psychology Today. Vandaag 25 jaar geleden ging ik er met een collega heen om de rechten te kopen voor mijn toenmalige uitgever.

(Als ik nieuwslezeres of televisiepresentatrice was zou ik nu schrijven “vandaag precies 25 jaar geleden”, met heel veel nadruk op precies. Een onuitroeibare gewoonte, waarbij de indruk wordt gewekt dat dat precieze heel bijzonder is, in plaats van een volkomen verklaarbaar gevolg van onze tijdrekening. Bovendien worden de desbetreffende uitzendingen meestal nu juist op die dag gepland, omdat het dan zo veel jaar geleden is dat een en ander gebeurde. Van toeval dus geen sprake, net zo goed als ik deze column echt met opzet voor deze dag heb bedacht. Ik schreef over dat opmerkelijke spraakgebruik in de media al eens eerder, maar helpen deed het niet. Ach, en waarom zou het ook? Net zo min als het heeft geholpen dat ik er op wees dat nieuwslezers van de fileberichten niet steeds de nadruk zouden moeten leggen op het woordje 'verkeer', maar op het langzaam rijden of stilstaan daarvan. Fileberichten gáán immers over verkeer).

Maar goed, 25 jaar geleden ging de vreemde wereld van de Amerikaanse westkust voor me open met die mengeling van lome leisure en bezeten werkdrift.

Ze waren inderdaad bezeten, de makers van Psychology Today. En wat de psychologie te bieden had leek ook allemaal zo veelbelovend. Er was een explosie van onderzoek naar de motieven achter het menselijk gedrag en beleven, en de theorievorming leek een steeds hechter totaalbeeld te kunnen worden. De stap van “kijk, zó en dáárom gedragen mensen zich zoals ze doen” naar “dus op die en die manier is dat te veranderen” leek dan ook binnen afzienbare tijd te kunnen worden gezet.

'Behavior modification' was een rondzingend toverwoord, waardoor de samenleving vrediger en vriendelijker zou worden. Onrechtvaardige ongelijkheden zouden effectief kunnen worden bestreden. En ook het persoonlijk welbevinden en geluk kwamen binnen bereik. In het tijdschrift schreven alle toonaangevende psychologen met groot enthousiasme over hun ideeën en bevindingen en bekende kunstenaars maakten de illustraties.

Het optimisme werkte ook op mij en mijn collega aanstekelijk en de rechten werden gekocht. Dat leidde overigens niet tot een Nederlandse versie van Psychology Today. Dat gebeurde pas in de jaren tachtig door een andere uitgever.

Wij gebruikten de rechten voor artikelen in de toenmalige maandbladen Ouders van Nu, Mensen van Nu en School. Dus voor het overdragen van inzicht in wat er speelt tussen ouders en kinderen, volwassenen onderling en tussen leraren en leerlingen.

Maar op den duur viel het allemaal een beetje tegen: die stap naar de menselijke vermaakbaarheid en daarmee naar de maakbaarheid van hun samenleving kon toch niet worden gezet. Het werd duidelijk dat de toepasbaarheid van algemene psychologische kennis in het dagelijks leven van individuele mensen maar beperkt was. Psychology Today raakte gaandeweg los van de psychologie als wetenschap en ging de kant op van het spirituele, speculatieve en de geestelijke zelfhulp.

Ik las dezer dagen nog eens het verslag dat ik voor mijn werkgever schreef. Daarin citeer ik zonder spoor van terughoudendheid, laat staan kritiek een van de redactionele uitgangspunten: “Je helpt de mens bij het kiezen van zijn levensfilosofie en levensstijl door de informatie over mens-zijn en menselijk functioneren zo duidelijk mogelijk over te dragen.” Ik zou het nu niet meer in mijn hoofd halen zoiets op te schrijven.

Wat is er dan veranderd? Werd ik met het ouder worden ook pessimistischer ten aanzien van de menselijke conditie? Maar in deze zelfde dagen las ik in Trouw ook een interview met psychiater Van Dantzig, die ouder is dan ik en hij heeft het geloof in de vooruitgang behouden, want hij denkt dat “lessen in met elkaar-omgaan, lessen in invoelingsvermogen of het voeren van een gesprek” de geestelijke gezondheid zullen verhogen. Met behulp van een speciale staatssecretaris moet dat, evenals huwelijks- en ouderschapsbegeleiding overheidsbeleid worden.

Ik zou willen dat ik zijn optimisme kon delen, maar zou niet weten waarop ik het zou moeten baseren. In ieder geval niet op de psychologie. Die kan persoonlijke problemen noch tussenmenselijke conflicten uit de wereld helpen.

Dezer dagen staan veel jonge mensen voor een studiekeuze. Psychologie moet je niet gaan studeren uit menslievendheid, maar uit nieuwsgierigheid, liefst een onverzadigbare nieuwsgierigheid. De wetenschappelijk psycholoog moet er voldoende aan hebben zich te kunnen verbazen over zijn medemensen. Een beetje zoals ik mij 25 jaar geleden verbaasde over dat nieuwe type mens dat ik in Californië leerde kennen.