Onderhandelaars morrelen aan slot op rijksbegroting

DEN HAAG, 13 JUNI. De politieke onderhandelaars bleven gisteren benadrukken dat bij de formatie wordt uitgegaan van een gematigde economische groei in de volgende kabinetsperiode. Toch konden de wat moeizame commentaren van Wallage (PvdA), Bolkestein (VVD) en De Graaf (D66) de indruk niet wegnemen dat er een beetje wordt gemorreld aan dit slot op de rijksbegroting.

De drie partijen hebben naar eigen zeggen 'ambities'. Ze willen én het begrotingstekort verkleinen, én de lasten verder verlichten én investeren in zaken als gezondheidszorg, onderwijs, veiligheid en werkgelegenheid. De financiële ruimte voor deze plannen is echter beperkt, zolang de groei van de collectieve lasten het merendeel van de extra inkomsten opsoupeert. En dat is precies wat gebeurt in het “behoedzame” scenario, waaraan de informateurs Kok, Zalm en Borst - zo bleek afgelopen week - willen vasthouden.

In het “behoedzame scenario” van het Centraal Plan Bureau (CPB), door Wallage “sober” genoemd, wordt uitgegaan van een groei van twee procent per jaar gedurende de tijd dat het tweede kabinet-Kok moet gaan regeren. Dat is geen vetpot in vergelijking met de hausse van de afgelopen jaren of de verwachte groei voor dit jaar (3,75 procent), die het eerste paarse kabinet zoveel meevallers schonk. Het betekent dat voor nieuwe plannen hard moet worden bezuinigd en de afgelopen weken zijn werkgroepen naarstig om zoek geweest naar 'ombuigingen'.

Deze mogelijke bezuinigingen kwamen gisteren op tafel van de onderhandelaars, die 28 van de 35 voorstellen bespraken zonder tot conclusies te komen. De onderhandelingen hierover verlopen moeizaam, omdat de VVD wil aanzienlijk meer wil bezuinigen dan de PvdA en bovendien op andere zaken. De jongste cijfers van het CPB, die niet veel afweken van eerdere voorspellingen, boden deze week ook geen uitkomst. Dinsdag gaan de besprekingen door.

Woordvoerder Bolkestein had gisteren naar eigen zeggen dan ook niet veel te melden, maar had toch een kleine verrassing. Het CPB heeft voor 1999 een groei voorspeld van drie procent en mogelijk gaan de coalitiepartners volgens Bolkestein dan ook voor de begroting van dát jaar eenmalig uit van deze “iets grotere groei”. Dat betekent dat het kabinet in elk geval in zijn eerste begrotingsjaar minder hoeft te bezuinigen dan bij het “sobere” uitgangspunt.

Eerder had de PvdA erop aangedrongen om voor volgend jaar uit te gaan van een groei van drie procent om wat extra financiële ruimte te scheppen, maar VVD en D66 zijn daar mordicus tegen. Het verschil is dat de PvdA na 1999 terugwilde naar het scenario van twee procent, terwijl de onderhandelaars gisteren aangaven de extra uitgaven in 1999 te zullen compenseren in de jaren erna. “Dat betekent dat we dan uitgaan van een lagere groei dan twee procent zodat we gemiddeld uitkomen op het 'behoedzame' scenario”, zei Bolkestein.

Zo houdt Paars-II optisch vast aan de succesformule van Paars-I: er werd op basis van voorzichtige voorspellingen vastgelegd hoeveel de uitgaven mochten stijgen; tegenvallers moest elk ministerie binnen de eigen begroting compenseren, meevallers gingen in eerste instantie op aan reductie van het begrotingstekort. Deze Zalm-formule bracht veel rust bij de begrotingsbesprekingen.

Of deze rust er straks ook komt is de vraag. De compensatie betekent dat bij de begrotingen voor 2000, 2001 en 2002 moet worden uitgegaan van een groei van 1,66 procent, iets meer dan de helft van de groei voor 1999. Het betekent dat het kabinet straks na een redelijk makkelijke start alsnog in de beugels moet om binnen de begroting te blijven. Zo wordt de pijn van de bezuinigingen naar achteren wordt geschoven.

    • Karel Berkhout