Om het luxe gevoel

Voor een zeventigplusser schijnt plotseling de zon. Tot voor kort hoorde hij bij de door de bank zeer gewaardeerde rode brigade, mensen die altijd gebukt gaan onder een fiks tekort op hun rekening en daardoor een bron van rente-inkomsten voor de bank vormen. Onlangs verkocht hij in een opwelling de familiejuwelen: schilderijen waar niemand meer naar omkeek. Dat leverde schoon 150 duizend gulden op. Vanaf nu wil hij genieten en iedere maand een aanvulling op zijn pensioen ontvangen van duizend gulden. Kan dat met een renterekening?

'Ik wil best elke maand wat interen en er van uitgaan dat ik de 85 jaar haal, maar dan wordt de rente-opbrengst wel steeds minder. Alles interen durf ik ook niet, want ik wil iets achter de hand houden voor noodgevallen. Wat te doen? Een slimme korte termijnbelegging? Een appartement kopen, in plaats van huren? Ik wil op ieder moment (een, twee of drie maanden mag ook) over (een deel van) mijn geld kunnen beschikken. Het gaat mij primair om het luxe gevoel van een ruimer maandinkomen. En bestaat er een methode om zo weinig mogelijk belasting te betalen? Bestaan er fiscale tovenaars, van die steen- en steengoeie handige jongens?'

Op dit moment levert een spaarrekening met weinig beperkingen tussen de 3,7 (Interbank) en 4,5 procent (Garantibank) rente op, afhankelijk van de gekozen bank. Wanneer je in 15 jaar - tussen 70 en 85 jaar - 150 duizend gulden op wilt maken, mag je per jaar 14 duizend gulden bruto opnemen, bij gemiddeld 4,5 procent rente per jaar. Bij 4 procent daalt dit bedrag tot 13.500 gulden en bij 3,5 procent tot 13.000. Deze strategie voldoet aan de wensen. Hoeveel blijft er netto over?

Wie per jaar meer dan 1.000 gulden rente ontvangt, betaalt over het meerdere inkomstenbelasting. Voor een 65-plusser die met de AOW en pensioen de eerste belastingschijf tot 47.184 gulden volmaakt, is dat minimaal 50 procent. Valt de rente in de eerste schijf, dan bedraagt de belasting 19,85 procent in plaats van 36,35 procent. Het is dus niet zo dat ouderen minder belasting betalen, zoals veel mensen denken: alleen in de eerste schijf. Bij 4 procent rente komt het belastingvrije bedrag op 25 duizend gulden.

Ook dividenden tot 1.000 gulden per jaar blijven onbelast. De minst risicovolle manier om daarvan te profiteren is dividendsparen: een beleggingsfonds belegt in spaarrekeningen en keert de rente uit als dividend. Volgens de ConsumentenGeldgids, bron van de percentages in dit artikel, levert deze spaarvorm (bij onder andere: ABN Amro, ASN Bank, Regiobank, Postbank, Rabobank, Robeco) circa 3,4 procent rente op; belastingvrij bedrag 30.000 gulden.

Ruwweg blijft er 50 duizend gulden onbelast en valt er 100 duizend onder het 50 procent tarief. Daardoor komt de netto rente op 2,5 procent. Met iedere opname vermindert het spaarsaldo, daalt de belaste rente en blijft er schoon meer over. Interen levert geleidelijk aan meer op, omdat de belasting daalt.

Wie niet alles durft in te teren, verlenge de looptijd van 85 tot 90 jaar. Bij 4 procent rente komt er bruto jaarlijks 11 duizend gulden vrij. Daarbij horen twee kanttekeningen. Als in het nieuwe belastingstelsel de belasting daalt, blijft er netto meer te besteden over. Gaat de spaarrente omhoog, dan blijft er ook meer over.

Bestaan er alternatieven? Ja. Daar hoort een koopwoning niet bij, want door het familiekapitaal in stenen te stoppen, verdwijnt het luxe gevoel van een ruimer maandinkomen. Je krijgt er eerder zorgen bij.

Fiscale tovenaars? Daarvoor is het bedrag te gering en de belastingdruk te laag. Bovendien speurt de belastingdienst naarstig naar tovenaars en hun trucs die mazen in de wet benutten. Daarbij levert een geforceerde fiscale oplossing niet altijd automatisch een hoog rendement op.

Een slimme (profijtelijke) belegging? Die blijkt altijd pas achteraf slim uit te pakken, en dan schrijft en spreekt men erover. Je leest zelden over de vele waardeloze beleggingen, daar wil niemand van weten. Er bestaat slechts één korte termijn belegging met een voorspelbare goede afloop: de werknemersspaarregelingen die tot 35 procent jaarrendement opleveren, dankzij fiscale voordelen. Helaas: alleen voor werknemers, tenzij je een betrouwbaar iemand, die zelf niet deelneemt, voor je laat sparen. Dat is fiscaal toveren voor krapitalisten.

Er lijkt in dit voorbeeld slechts één alternatief voorhanden: het kapitaal langer vastzetten. De Hogerop Rekening van de Generale Bank (zie de Geldgids) geeft bijvoorbeeld 0,5 procent bonusrente na ieder voltooid kalenderjaar, tot een maximum van 2,5 procent. Zo komt men voor een zelf te kiezen deel van de inleg na vijf jaar tot 5,9 procent rente. De Finansbank komt langs andere wegen tot 5,5 procent. Met een beetje passen en meten is duizend gulden schoon per maand extra haalbaar.

    • Adriaan Hiele