Nieuw kort geding tegen veiling Pulchri

DEN HAAG, 13 JUNI. Voor de president van de rechtbank in Den Haag dient volgende week woensdag opnieuw een kort geding tegen de veiling van kunstwerken uit de kunstenaarssociëteit Pulchri. Afgelopen donderdag werd het Pulchri-bestuur ook al voor de rechter gedaagd omdat de veiling volgens meer dan 70 kunstenaars-leden van dit genootschap 'onrechtmatig' zou zijn.

President D.H. von Maltzahn liet tijdens deze zitting spontaan weten dat hij eigenlijk geen juridische bezwaren tegen de op 22 juni geplande zag, maar vroeg het interim-bestuur om nog eens goed na te gaan of verkoop van de collectie onvermijdelijk was. Het betreft hier werken van overleden kunstenaars die lid zijn geweest van het schilderkundig genootschap. Onder de meer dan 200 werken zijn schilderijen van Izaak en Jozef Israels, Jacob Maris en Mesdag.

Volgens het bestuur zijn de exploitatieverliezen van het genootschap te hoog opgelopen en is tegelijk achterstallig onderhoud aan het gebouw ontstaan. De zaak zou alleen nog te redden zijn door alle nagelaten werken te verkopen. De 70 kunstenaars die zich hiertegen verzetten, voelen zich misleid. Volgens hen goochelt het bestuur met cijfers en heeft dat op termijn andere plannen met het gebouw. Advocaat W.J.M. Kam die namens één van de kunstenaars optreedt meent dat er in de afgelopen dagen nieuwe feiten aan het licht zijn gekomen. “Het bestuur heeft voor de president van de rechtbank uitspraken gedaan die niet juist zijn. Bijvoorbeeld over het grote tekort of over de opstelling van de subsidiegever, de gemeente Den Haag”, aldus Kam. Volgens hem is de mededeling van het bestuur dat de collectie weinig voorstelt en er beroerd aan toe is ook “gelogen”. Kam: “In de veilingcatalogus staat dat slechts vier procent van de werken in slechte staat verkeert”.