Murray Perahia aait piano

Concert: Murray Perahia (piano). Programma: J.S. Bach: Tweede Engelse suite in a, BWV 807. Beethoven: Sonate in F, op. 10 nr. 2; Sonate in cis, op. 27 nr. 2, 'Mondschein'. Schubert: Sonate in c, op. posth. D 958. Gehoord 12/6 Concertgebouw Amsterdam. Herhaling 14/6 14.30 uur De Doelen Rotterdam.

Lyrisch, puur, ingetogen, dat zijn het soort termen waarin het briljante pianospel van Murray Perahia kan worden omschreven. Maar de 51-jarige Amerikaanse pianist, die vrijdag in Amsterdam de serie Meesterpianisten 1998 afsloot met Bach, Beethoven en Schubert, heeft nog andere karakteristieke kwaliteiten, die een garantie vormen tegen verveling of afdwalen op zijn recitals. Perahia is een meester in het doorschouwen van de innerlijke logica van de muziek, zodat de thema's zich bij hem ontvouwen als bloemen die niet alleen hun kelken, maar ook hun stampers, meeldraden, stengels en bladeren laten zien.

In de wereld van klank manifesteert Perahia zich als een homo universalis. Hij analyseert de harmonische en melodische wetmatigheden van een partituur, bestudeert liefst ook alle andere werken van een componist die op zijn programma staat, inclusief de orkestwerken, opera's, liederen en kamermuziek, en leest zoveel mogelijk theoretische en biografische boeken. Tegelijkertijd zegt hij in bijna ieder interview dat de dingen hem 'overkomen.' Met zijn grondige vooronderzoek maakt Perahia als het ware de weg vrij om op het concertpodium spontaan en intuïtief te werk te kunnen gaan.

Vitaal en poëtisch opende Perahia zijn recital met de Tweede Engelse suite in a, BWV 807 van Bach. In de langzame delen als de Allemande en de Sarabande creëerde hij een oase van rust en verfijning, terwijl hij in de snellere delen pareltjes uit de metafysische wereld liet regenen. Met een aan de prenten van Escher verwant raffinement, smeedde Perahia de stemmen en tegenstemmen aaneen tot zinsbegoochelende ruimtes. Zijn magische Bach getuigde van een superieure diepzinnigheid.

Beethovens Sonate in F, op. 10 nr. 2 kreeg een ingetogen vertolking, waarbij zelfs de grimmigste passages op organische wijze werden ingebed in sensitieve lyriek. Dat ook tonen een aaibaarheidsfactor hebben, bewees Perahia met zijn fluweel-zachte inleiding van de 'Mondschein'-sonate, waarin zoete dromen gaandeweg het veld ruimden voor suggestieve heroïek. In het afsluitende Presto liet Perahia zich zo meeslepen door Beethovens woeste passies, dat hij soms uit de bocht vloog.

Misschien wel het mooiste vertolkte Perahia de Sonate in c, op. post. D 958 van Schubert, waarin de etherische en de demonische momenten elkaar met Schubertiaanse zangerigheid afwisselden. Ook hier leverde Perahia's onstuimige overgave en verrassend hoge tempi enkele slordigheidsfoutjes op, maar dat deed uiteindelijk weinig af aan de overheersende indruk van instrumentaal élan en muzikale empathie.

    • Wenneke Savenije