Met een voucher naar een betere school

WASHINGTON, 13 JUNI. Zo weinig vakantiedagen als de gemiddelde Amerikaan heeft, zo veel hebben zijn kinderen er. De zomervakantie begint voor veel Amerikaanse scholieren dit weekeinde en duurt al gauw een week of tien. Van werkende ouders, die zèlf meestal blij mogen zijn met twee of drie weken per jaar, wordt in dit seizoen dus enige creativiteit gevraagd. Vaak moeten buren, familieleden, speeltuinen en zomerkampen bij de opvang van de kinderen uitkomst bieden.

Maar de problemen die de vakantie met zich meebrengt vallen in het niet bij de problemen waar miljoenen scholieren zich tijdens het schooljaar voor gesteld zien. Het openbare onderwijs verkeert, vooral in grote steden, in een diepe crisis. Vaak is niet alleen de kwaliteit van het onderwijs bedroevend slecht, maar kunnen de scholen hun leerlingen niet eens een veilige omgeving bieden.

Gebouwen verkeren in bouwvallige staat, het geweld tussen leerlingen blijft toenemen en leraren zien routinematig door de vingers dat hun leerlingen allerlei basisvaardigheden niet onder de knie krijgen. Er bestaan ook goede en veilige openbare scholen, maar die zijn meestal niet te vinden in de verpauperde binnensteden of in de buurten met veel immigranten.

Hoe deze uitzichtloze situatie doorbroken kan worden, is een vraag die Democraten en Republikeinen heftig verdeelt. En het opmerkelijke is dat de Republikeinen in deze kwestie op veel steun onder arme Amerikanen kunnen rekenen.

Kern van de Republikeinse aanpak is dat kinderen uit arme gezinnen met behulp van een zogeheten school voucher, een bon die een bepaald bedrag vertegenwoordigt, in staat gesteld moeten worden om over te stappen naar particuliere of christelijke scholen. De overheid zou die bonnen moeten verstrekken. Het idee, dat veertig jaar geleden al werd geopperd door de vrije-markteconoom Milton Friedman, zou openbare scholen dwingen om te concurreren en hun kwaliteit op te schroeven.

Maar volgens de Democraten ondergraven de vouchers het toch al zwakke openbare onderwijs op een fatale wijze. De goede leerlingen zouden erdoor verdwijnen van de openbare scholen, die daardoor alleen nog maar met de probleemgevallen blijven zitten. En als de overheid de bonnen financiert, betekent dat bovendien dat er minder geld voor het behoeftige openbare onderwijs overschiet. Ondertussen subsidieert de belastingbetaler particuliere scholen en scholen met een kerkelijke grondslag, klagen de Democraten.

Op de drempel van de zomervakantie hebben de voorstanders van school vouchers deze week twee belangrijke overwinningen geboekt, die het debat in een stroomversnelling brengen. Twee rijke zakenlieden maakten dinsdag bekend dat zij de komende vier jaar verspreid over vijftig steden 50.000 kinderen uit arme gezinnen in staat zullen stellen om met particulier gefinancierde vouchers over te stappen van een openbare school naar een particuliere.

Investeringsbankier Theodore Forstmann en John Walton, directeur en mede-eigenaar van de winkelketen Wal-Mart, trekken samen 100 miljoen dollar eigen geld voor het plan uit, en beloven nog eens hetzelfde bedrag te zullen ophalen bij andere particulieren en instellingen.

“Ik geloof in openbare scholen”, zei Forstmann. “Maar ze functioneren op veel plaatsen niet goed, en meer geld zal ze niet helpen.” De scholen zullen pas beter worden, aldus Forstmann, als ze hun leerlingen dreigen te verliezen. “Concurrentie maakt je beter.” Niet op basis van schoolprestaties, maar door een loterij zal bepaald worden welke kinderen een voucher krijgen. In geen geval zal de bon àl het schoolgeld dekken, de ouders moeten minimaal een kwart zelf betalen. Uit lokale projecten in verschillende deelstaten blijkt dat de vouchers bij de arme gezinnen waarvoor ze bedoeld zijn grote populariteit genieten: in New York kwamen voor een programma met 2200 van dergelijke beurzen 40.000 aanmeldingen binnen.

Een andere opsteker voor de voorstanders van vouchers kwam van het Hooggerechtshof van Wisconsin. Het Hof bepaalde woensdag dat de stad Milwaukee het recht heeft om belastinggeld te besteden aan vouchers voor scholen met een religieuze grondslag. Het zou geen afbreuk doen aan de grondwettelijk vastgelegde scheiding tussen kerk en staat. Zo'n 13.500 arme leerlingen in Milwaukee kunnen door de uitspraak het komende schooljaar met overheidsgeld naar een christelijke school gaan.

Behalve pleitbezorgers van een scherpe scheiding tussen kerk en staat, toonden ook de vakbonden van leraren zich verbolgen over de uitspraak. Ze kondigden aan in hoger beroep te zullen gaan bij het Hooggerechtshof in Washington. Als het daarvan komt, kan deze zaak grote gevolgen krijgen voor de verspreiding van school vouchers in het hele land.