'Koningin van bezoek aan Jakarta afgehouden'

ROTTERDAM, 13 JUNI. Het kabinet-Kok wilde in 1995 niet dat koningin Beatrix op 17 augustus van dat jaar in Jakarta aanwezig zou zijn bij de viering van vijftig jaar Indonesische onafhankelijkheid. Een meerderheid van de Nederlandse ministers vond dat Indonesië niet al op 17 augustus 1945 zijn vrijheid had verworven, maar pas bij de soevereiniteitsoverdracht in 1949.

Dat zei dr. Roeslan Abdulgani, oud-minister van Buitenlandse Zaken van Indonesië, gistermiddag in zijn Multatuli-lezing in de Grote Kerk in Breda.

Abdulgani was in 1995 betrokken bij de voorbereidingen van het Nederlandse staatsbezoek aan Indonesië. In zijn lezing zei de oud-minister dat hij “op verzoek van president Soeharto” in Den Haag, in juli 1995, had “beklemtoond hoezeer onze regering het op prijs zou stellen, indien Hare Majesteit met ons op 17 augustus vijftig jaren onafhankelijkheid zou willen vieren”.

Volgens Abdulgani zijn de “wonden geslagen door het kolonialisme goeddeels geheeld”, door de tijd die er nu verstreken is. Maar er zijn nog “littekens” die in de herinnering “naar achter worden gedrukt”. Het verzoek van de Indonesische president paste in “pogingen om dit proces te versnellen”.

De beslissing van het kabinet om niet in te gaan op de uitnodiging heeft volgens Abdulgani de “heling” van de traumatische herinnering aan de koloniale tijd vertraagd. Nederland krijgt “nieuwe kansen”, zei oud-minister Roeslan Abdulgani, bij de herdenking van de soevereiniteitsoverdracht op 27 december 1999.

De koningin reisde uiteindelijk vier dagen na het onafhankelijkheidsfeest naar Indonesië. Ruim een maand later zei minister van Buitenlandse Zaken Van Mierlo dat - volgens zijn Indonesische ambtgenoot Ali Alatas - president Soeharto zelf niet had gewild dat Beatrix bij de viering aanwezig was.

De discussies in Nederland, over de vraag of de koningin er nu wel of niet bij moest zijn die dag, zouden in Indonesië verbazing hebben gewekt.