Jap/Jappenkamp

In de discussie over het al of niet denigrerend klinken van de benaming 'Jap' (NRC Handelsblad, 9 juni) is de getuigenis van Ernest Hillen interessant. Als jongen van negen was hij met zijn moeder geïnterneerd in vrouwenkamp Tjihapit bij Bandoeng. Na de oorlog emigreerden zij naar Canada, waar hij recent zijn memoires schreef: 'Kampjongen, herinneringen aan Java' (1994).

Hillen kreeg een rolletje in het kampcabaret van Corry Vonk, over wie hij vol bewondering schrijft: “Ze keek door het gaatje, in het gordijn, hield haar hand met de vingers gespreid omhoog en zei luid tegen ons 'Vijf Jappen vooraan!' Ze scheen gevaar leuk te vinden. Het woord 'Jap' was streng verboden, want de Japanners hadden gemerkt dat het als scheldwoord was bedoeld; als kinderen het zeiden werd hun moeder gestraft.”