Italië onmachtig tot vernieuwing

Plannen voor een grondige vernieuwing van de Italiaanse grondwet zijn deze week definitief mislukt. Het was de derde poging om het land via wijziging van de 50 jaar oude constitutie een stabieler en efficiënter politiek bestel te geven.

ROME, 13 JUNI. Zestien maanden heeft hij geduurd, de droom dat Italië een normaal land zou kunnen worden.

Italianen praten vaak over die droom. Een normaal land waar niet iedere maand een schimmige regeringscrisis is. Waar regelmatig nieuwe mensen aan de macht komen en het volk bepaalt wie er premier wordt. Waar het parlement in een redelijk tempo wetten maakt en de landelijke overheid niet alles tot in de kleinste details beter denkt te weten dan bestuurders op lokaal niveau.

Een van de voorwaarden daarvoor is herziening van de grondwet. Die is direct na de oorlog geschreven, met als leidraad dat niemand meer de absolute macht naar zich toe moet kunnen trekken, zoals de fascistische dictator Benito Mussolini had gedaan. Veel bepalingen die toen zin hadden, staan nu de slagvaardigheid van het overheidsbestuur in de weg. En bovendien moet er grondig gewied worden tussen de oude regels, want de tijden zijn veranderd.

Wijziging van de grondwet lost zeker niet alle problemen op, maar kan wel een deel van de ingebakken instabiliteit en inefficiëntie wegnemen. Daarom was het een plechtig moment toen op 4 februari vorig jaar voor het eerst de Bicamerale bijeenkwam. De partijen zouden in dit forum hun ideologische geschillen opzij zetten en vereend samenwerken aan een nieuwe blauwdruk voor het politieke bestel. Silvio Berlusconi, aanvoerder van de rechtse oppositie, en Massimo D'Alema, leider van de grootste regeringspartij, waren de peetvaders.

De Bicamerale is deze week ten grave gedragen. De twee hoofdrolspelers hebben zichzelf niet kunnen overstijgen en zijn de gevangene gebleven van hun eigen beperkingen. Voor Berlusconi is dat de obsessie met de justitiële corruptie-onderzoeken tegen hem. Voor D'Alema zijn onvermogen om als bindend element in de heterogene centrum-linkse regeringscoalitie te fungeren.

Berlusconi wilde het op een akkoordje gooien. Alles was voor hem bespreekbaar, op alle terreinen wilde hij flexibel zijn, behalve op dat van de justitie. Door in de grondwet vast te leggen dat de zittende en staande magistratuur een gescheiden carrière zouden volgen, in tegenstelling tot wat nu het geval is, wilde hij lastige officieren van justitie onder politieke controle brengen.

Hij stelde daarbij zelfs het idee van een politiek bestel met twee hoofdpolen, links en rechts, ter discussie. Een paar weken geleden verklaarde hij zich bereid terug te keren naar het oude meerstromenland, waarin relatief kleine partijen een vaak verlammend vetorecht kunnen uitoefenen.

De kiezers hadden bij een referendum van 1993 massaal gevraagd om een tweedeling. Zo zou de keuze bij verkiezingen duidelijker worden. Op lokaal niveau is die er gekomen en werken de nieuwe regels tot ieders tevredenheid. Maar Berlusconi, die de roep om een tweedeling tot de zijne had gemaakt toen hij in 1994 de politiek in stapte, legde tot verbijstering van vriend en vijand zelfs dit op de onderhandelingstafel.

D'Alema zag de Bicamerale als een oefening voor het premierschap. Hij durfde zich in 1996 nog niet als kandidaat-premier van de centrum-linkse Olijf-coalitie te presenteren, uit angst dat het communistische verleden van zijn Democratische Partij van Links kiezers zou afschrikken.

De Bicamerale had van D'Alema een gerespecteerde staatsman moeten maken. Dat is jammerlijk mislukt. Hij is lang ambivalent geweest tegenover Berlusconi, al heeft hij zich uiteindelijk gekeerd tegen de straffeloosheid die Berlusconi voor zichzelf vroeg. Maar hij heeft het ook niet aangedurfd om over de plannen voor een verdere tweedeling ruzie te maken met de kleinere partijen achter het kabinet, die dan een fors deel van hun macht zouden kwijtraken. Het resultaat van het voortdurende geschipper om de coalitie ook in de Bicamerale bij elkaar te houden, was een hybride voorstel waarin de oorspronkelijke plannen sterk verdund waren.

Twee keer eerder is geprobeerd de grondwet te moderniseren, eind jaren '80 en begin jaren '90. Nu is dat voor de derde keer mislukt. De kiezers moeten het opnieuw zelf proberen. Een reeks referenda heeft de afgelopen jaren de richting aangegeven waarin de kiezers willen dat het politieke bestel zich ontwikkelt. En dat is onbetwistbaar een tweestromenland.

Nu 'de politiek' daar niet aan wil of niet toe in staat is, komt opnieuw Antonio Di Pietro naar voeren. Hij heeft als gangmaker van de smeergeldonderzoeken een hoofdrol gespeeld in de instorting van het verrotte oude politieke bestel. Nu verzamelt hij als senator handtekeningen voor een nieuw referendum. Om de politiek te dwingen te doen wat het volk wil.