Hongeren naar rood vlees

Tegenwoordig getuigt het van beschaving om, bijvoorbeeld in een coverstory van het kritische filmmaandblad Skrien, Paul Verhoeven te beschouwen als een heuse film-auteur. Ook staat het heel intelligent om verbaasd te reageren op de morele verontwaardiging die 'onze landgenoot' met zijn Basic Instinct en Showgirls in Amerika opwekte. Je zou bijna gaan vergeten dat we twee decennia geleden geen haar beter waren dan de huichelachtige Amerikanen van dit moment. Maar toen woonde Verhoeven nog gewoon in Leidschendam.

In de jaren zeventig liep de vaderlandse filmkritiek bepaald niet warm voor zijn kassuccessen. In zijn speelfilms ontwaarde men altijd wel een zekere ambachtelijke vakkundigheid, maar ze werden bovenal plat, grof en smakeloos gevonden. De gewaardeerde filmcritica Ellen Waller omschreef in deze krant Keetje Tippel (1975) nog als 'een film zonder auteur'.

In de schaduw van Oranje zijn vanavond liefst twee van Verhoevens speelfilms te zien. SBS6 vertoont Flesh and Blood, zijn grotendeels met Amerikaans geld gefinancierde, 'felrealistische' visie op de wrede Middeleeuwen, die zijn gang naar Hollywood zou effenen. En Veronica haalt Wat zien ik? van de plank, zijn speelfilmdebuut én de enige komedie die hij ooit maakte.

De Tijd, in 1971 nog een dagblad, schreef het 'een trieste omstandigheid' te vinden 'dat geen enkele Nederlandse film een succes wordt en alleen dit onsmakelijke en platvloerse gedoe zal inslaan'. Die voorspelling kwam uit: Wat zien ik? is met ruim 2,3 miljoen bezoekers nog altijd de op drie na succesrijkste Nederlandse speelfilm aller tijden (Verhoevens Turks Fruit prijkt met 3,3 miljoen bezoekers nog altijd bovenaan, tweede is Fanfare en drie is Ciske de Rat uit 1955).

De adaptatie van Albert Mols bestsellers (Wat zien ik en Haar van boven) uit de jaren zestig blijkt 27 jaar na dato nog een heel sympathiek filmpje te wezen, minder gedateerd dan je verwachten zou en vooral: érg Verhoeviaans, ook al kreeg hij er van producent Rob Houwer naar verluidt maar 10.000 gulden voor.

“Seks blijkt andermaal een remedie tegen liefde”, klaagde Ellen Waller in deze krant naar aanleiding van Soldaat van Oranje. Ze moest niks hebben van Verhoevens ontluisterende visie op het leven. De regisseur stelde daartegenover 'neuken een onderschatte vorm van expressie' te vinden. Consequent als hij is, houdt hij in zijn twaalf speelfilms het leuke of liefdevolle neuken meestal zorgvuldig buiten beeld. Liever onderstreept hij de hypocrisie en de opportunistische, door primitieve driften gemotiveerde grondhouding van de menselijke soort. En hij doet dat volgens de New York Times 'met een ongeremde honger naar het cinematografische equivalent van rood vlees'.

Zelf schaart hij zich het liefst in de traditie van oude Hollandse meesters als Bosch en Breughel. Die plachten immers ook zonder enige reserve de rauwe werkelijkheid te kopiëren.

Wat zien ik?, hoe lichtvoetig en onschuldig ook, blijkt naadloos te passen in Verhoevens even anti-puriteinse als pessimistische oeuvre. De klanten van de Amsterdamse prostituée Blonde Greet (onweerstaanbaar gespeeld door Ronnie Bierman) komen stuk voor stuk op bizarre wijze aan hun gerief. De dunne verhaallijn van de film behelst de onbetaalde verhouding die Greet tussendoor opbouwt met Piet Römer. Uiteraard wordt ze tenslotte simpelweg aan de kant gezet door het lafhartige burgermannetje. Ze is even van haar stuk gebracht maar hervindt zichzelf temidden van de feestresten van de bruiloft van een ander.

Henk Molenberg overziet het slagveld en roept enthousiast: “Wat een puinhoop, wat een heerlijke smeerboel!”

Een wat je noemt adequate samenvatting van het leven volgens Verhoeven. Wat zien ik? (Paul Verhoeven, 1971, Nederland), Veronica, 20.30-22.05u.;

Flesh and Blood (Paul Verhoeven, 1985, VS/Spanje/Nederland), SBS6, 22.35-0.50u.

    • Alex de Ronde