Het klikt in de boot en op de wal

In Amsterdam wordt dit weekeinde het NK roeien gehouden. Op de Bosbaan, die zoveel te wensen overlaat, vindt Michiel Bartman. De voormalige boordroeier mikt dit jaar als sculler, in de dubbeltwee, op een medaille bij de WK.

AMSTERDAM, 12 JUNI. “Het was een van de schaarse momenten dat roeien op tv was dat mijn moeder aan me vroeg of dat iets voor mij was”, herinnert Michiel Bartman zich. Zijn ouders vonden het tijd dat de elfjarige Michiel stopte met voetballen en een andere sport koos. “Vrienden zaten op hockey, maar ik had geen zin om weer achter een bal aan te hollen.” Zo begon de roeicarrière van Bartman, die onlangs met zijn keuze voor een dubbeltwee terugkeerde naar zijn roots. Bij de roeivereniging Cornelis Tromp in Hilversum eindigde hij als vijftienjarige jongen in een dubbeltwee steeds bij de eerste drie van Nederland. Na zijn olympische succes met de Holland Acht in 1996, een uitstapje naar de dubbelvier en een flirt met de skiff is Bartman (31) terug in het nummer waarop hij als jongen excelleerde.

Met Derk Fontein (23) is dit jaar zijn doel een medaille op de WK in Keulen, in september. Slechts anderhalve maand vormen ze een koppel, sinds de Randstad-regatta. Bartman: “Het klikt met Derk, in de boot en op de wal. We hebben veel plezier en aan een paar woorden hebben we genoeg. Dat is belangrijk, want in de wedstrijd moet je in een split second met elkaar kunnen communiceren.” Al direct in de Randstadregatta boekten Bartman en Fontein als dubbeltwee hun eerste zege, met overmacht. “Als een machine gingen we door 't water, terwijl we daarvoor samen slechts een kilometer of vijftien samen in de boot hadden gezeten. Dat is één training.”

Terwijl veel leeftijdgenoten ervan droomden in de voetsporen van Cruijff te treden, maakte de jonge Bartman kilometers op het Hilversumsch Kanaal. “De vrijheid op het water, dat trok me aan. Dat gaf me zo'n lekker gevoel. Als ik had geleerd voor mijn eindexamen op de Havo, ging ik 's avonds vaak nog een uurtje roeien. Heerlijk stil was 't daar, dat werkte ontspannend.”

Al vele jaren is de Bosbaan, thuisbasis van de nationale roeiploeg, de biotoop van Bartman. Dagen achtereen traint hij daar, drie keer per dag. “De Bosbaan is het nationale trainingscentrum, maar toch ook weer niet. Iedere week is het volgeboekt voor viswedstrijden, regionale roeiwedstrijden of waterskiën. Na de wereldbekerwedstrijden in Luzern (10-12 juli, red.) zouden we ons hier wilen voorbereiden op het WK, maar dan is de Bosbaan vier weken verhuurd aan de waterskibond.” Bartman somt faciliteiten op die de Bosbaan ontbeert: een flinke ruimte om op de ergometer te kunnen roeien, slaapplaatsen om tussen trainingen door te rusten en een krachthonk. De Bosbaan voldoet al lang niet meer aan de eisen van de wereldroeibond. Er zijn vergevorderde plannen om de baan te verbreden en de faciliteiten te verbeteren, maar voor Bartman komt dat te laat.

De gebrekkige trainingsfaciliteiten droegen er toe bij dat de dubbelvier waarvan Bartman vorig jaar deel uitmaakte uit elkaar viel. Joris Loefs, Gerritjan Eggenkamp, Bartman en zijn ex-Holland Acht-compaan Diederik Simon voeren de dubbelvier afgelopen najaar bij de WK op het Meer van Aiguebelette naar een zevende plaats. In de woorden van Loefs was het “een echte raceploeg”. Het kwartet had kunnen uitgroeien tot het vlaggenschip van het Nederlandse roeien, maar het ging nooit meer in dezelfde samenstelling het water op. “Als we verder zouden zijn gegaan, had het roer drastisch omgemoeten”, zegt Bartman. “We hadden vaker met elkaar moeten trainen.” En dat zou een probleem zijn geworden, met slechts twee van de vier roeiers (Bartman en Simon) woonachtig in Amsterdam, Eggenkamp in Delft en Loefs - die wilde afstuderen - in Enschede.

Bartman sluit niet uit dat hij over twee jaar in de skiff naar Sydney gaat. Na de succesvolle acht kan alleen de olympische titel in de eenzitter een grotere uitdaging zijn, zei hij na Atlanta. Tijdens de Skiffhead, in april, moest Bartman drie skiffeurs voor zich dulden. “Het goeie gevoel dat ik in de winter in Spanje had, ontbrak daar”, voert hij als verklaring voor zijn vierde plaats aan. Ook zijn boot was naar eigen zeggen niet goed afgesteld. “Voor de skiff heb ik meer tijd nodig. Ik ben geen supertalent. Ik moet er veel energie in stoppen om rendement uit het skiffen te kunnen halen. Als dat rendement er eenmaal uitkomt, kan ik het ook vasthouden.”

Mogelijk kiest Bartman volgend jaar alsnog voor de skiff, of pas in het olympische jaar 2000. “Dat is het voordeel van scullen (roeien met twee riemen, red.) ten opzichte van boordroeien (één riem per roeier, red.); je kunt laat een keus maken. Boordroeiers moeten altijd samen trainen, als sculler kun je in de winter je eigen gang gaan.” Afgelopen winter trainde Bartman zes weken in Sevilla, mede dankzij privésponsoring door een farmaceutisch bedrijf. Dumex meldde zich nadat Bartman bij Barend & Van Dorp zijn 'Karremansgevoel' tot uitdrukking had gebracht over de geringe financiële mogelijkheden voor toproeiers, ondanks het feit dat hij het als “een voorrecht” beschouwt op zo'n hoog niveau te kunnen roeien.

'Er is meer in het leven dan roeien, maar niet veel', is een citaat uit het boek The Amateurs van David Halberstam dat veel roeiers aanspreekt. “In moeilijke momenten denk je wel eens aan andere dingen, dat er meer is dan roeien. Zo wil ik veel van de wereld zien. Nu is dat toevallig te combineren met roeien. Na de WK in Indianapolis, in '94, zijn we drie weken met de trein door Amerika getrokken. Onwaarschijnlijk mooi was dat. Normaal gesproken is er geen tijd voor dingen naast het roeien. Je moet altijd op je voeding letten, op tijd gaan slapen, veel trainen, veertien tot zestien keer in de week, je komt hondsmoe thuis. Ik wil ook wel eens een weekendje naar Parijs. Helaas, dat zit er niet in. Maar aangezien in Nederland de levensverwachting redelijk hoog is, ga ik ervan uit dat ik na het roeien nog veel leuke dingen kan doen.”

    • Ward op den Brouw