Haanstra Oeuvreprijs roert filmregisseur Rademakers

AMSTERDAM, 13 JUNI. Fons Rademakers (77) huilde gisteravond tranen met tuiten, nadat hij van staatssecretaris Nuis (Cultuur) de tweede Bert Haanstra Oeuvreprijs, in 1996 vernoemd naar de eerste winnaar, in ontvangst had genomen. De in Rome tegenover het Pantheon wonende Nederlandse regisseur en acteur wist ook een bestemming voor de vrij te besteden honderdduizend gulden, ter beschikking gesteld door het Nederlands Fonds voor de Film: “Zo mogelijk nog lekkerder leven in Italië.”

Het juryrapport prijst 'de tijdloze kwaliteit' en 'inhoudelijke relevantie' van Rademakers' films, waaronder de eerste voor een Oscar genomineerde Nederlandse film (Dorp aan de rivier, 1958) en de eerste lange Nederlandse speelfilm die een Oscar won (De aanslag, 1986). Het oeuvre van Rademakers is ook om andere redenen uniek: hij regisseerde tussen 1958 en 1989 elf lange speelfilms, maar nooit een korte film, een documentaire of een televisieproductie. Wanneer hij in geldnood verkeerde, ging Rademakers terug naar het theater, waar hij in de jaren vijftig grote faam als acteur verworven had, om een stuk te regisseren.

Tijdens de stijlvolle huldigingsavond gisteren in het Amsterdamse Trusttheater, vertelde Rademakers' oud-collega bij de Nederlandse Comedie Mary Dresselhuys nog steeds niet helemaal te begrijpen waarom Fons zo nodig stage moest gaan lopen bij Renoir en De Sica en films wilde gaan regisseren. Dresselhuys, die een van haar spaarzame filmrollen speelde in Dorp aan de rivier, memoreerde dat de cameraman haar nachtjapon te wit vond, en nadat die geel geverfd was, de geluidsman het ding weer te veel vond kraken. Zo blijft er weinig te acteren over, maar toch merkte de 91-jarige actrice op dat Rademakers wel goed terecht schijnt te zijn gekomen in de film.

Monique van de Ven (De aanslag, scriptgirl bij Max Havelaar) prees Rademakers' vermogen om op simpele wijze acteurs te instrueren: “Als je moet huilen, dan moet je niet moeilijk doen, maar gewoon huilen”. Later op de avond zei Freek de Jonge (filmdebuut in Mira) dat Rademakers hem dat huilen ook wel eens had voorgedaan en wees op een foto uit Mira een lange witte onderbroek aan, die niet geel geschilderd hoefde te worden. Liesbeth List zong het liedje uit Mira, en de eveneens in die film debuterende Jan Decleir vergastte Rademakers op een Antwerps drinklied.

In zijn dankwoord verklapte Rademakers geen moment te hebben nagedacht, maar ook al in tranen te zijn geweest, toen bestuursvoorzitter van het Filmfonds Felix Rottenberg hem in Italië onder valse voorwendselen had opgezocht met het verzoek de prijs te willen accepteren: “Het is toch mooi, als je in je eigen land erkenning krijgt.” Alleen echtgenote Lili Rademakers had bedenkingen, omdat je na zo'n prijs meestal niet lang meer leeft. “Dat ligt aan de goden”, riposteerde Fons Rademakers, en die wonen allemaal in Rome tegenover hem.