GEZONDHEID IN EUROPA HANGT NOG STEEDS AF VAN SOCIALE KLASSE

Onderzoekers van de Rotterdamse Erasmus Universiteit hebben in 11 verschillende Europese landen bepaald welke invloed sociale klasseverschillen hebben op de sterfte aan bepaalde doodsoorzaken. Niet alleen maakt het nog altijd veel verschil of men als hoofd- dan wel handarbeider werkzaam is, maar daarnaast is het ook van belang in welk land men woont. In de meer noordelijk gelegen landen sterft men vooral aan hart- en vaatziekten, terwijl bij de Fransen en de bevolking langs de Middellandse Zee maag- en darmaandoeningen en longkanker de belangrijkste doodsoorzaken zijn (British Medical Journal, 30 mei).

De gebruikte gegevens zijn afkomstig uit een langlopend, in 1981 begonnen onderzoek naar de invloed van de sociaal-economische verschillen op ziekte en sterfte in Europa, waarbij merkwaardig genoeg Nederlandse gegevens ontbreken. De Rotterdammers analyseerden de doodsoorzaken onder mannen die ten tijde van hun overlijden 45 tot 59 jaar waren. Volgens een bepaald schema van beroepsklassen werden ze ingedeeld bij de hoofdarbeiders (inclusief zelfstandigen) of handarbeiders (onder wie ook de boeren).

Relatief grote klasseverschillen bestonden er in Finland en in het bijzonder in Frankrijk. In dat laatste land had dat vooral met slokdarmkanker en levercirrhose onder handarbeiders te maken, allebei ziekten waarbij overmatig alcoholgebruik een rol speelt. In Finland speelden vooral doodsoorzaken van buitenaf een rol, waarbij ook alcohol de voornaamste boosdoener was. Het drinkpatroon in dat land - perioden van uiterste dronkenschap, afgewisseld met onthouding - resulteert in een groot aantal gewelddadige sterfgevallen in de laagste beroepsgroepen: zelfmoord, moord, doodvallen, verdrinken en alcoholvergiftiging.

In Noord-Europa, waaronder ook Groot-Brittannië, was er een duidelijk grotere sterfte aan hart- en vaatziekten in de lagere beroepsgroepen; in de zuidelijk gelegen Europese landen was niet alleen de totale sterfte aan hart- en vaatziekten veel lager, maar was er ook weinig verschil meer tussen handarbeiders en hoofdwerkers. Sterker, deze ziekten kwamen bij handarbeiders zelfs iets minder voor. Ongetwijfeld speelt daarbij het traditionele dieet in die landen met veel verse groenten, fruit, vis en plantaardige olie een rol.

Roken is vooral in noordelijke landen aan klasse gebonden. De sterfte aan longkanker kwam daar ruim twee keer zo vaak voor onder handarbeiders.