EQ-test (4)

Met extra belangstelling las ik over de opmars van tests die emotionele intelligentie meten, de EQ-tests, omdat ik me altijd geërgerd heb aan de eenzijdigheid van intelligentietesten, die maar een fractie van het menselijk potentieel meten, maar niettemin de macht hebben om zelfbeeld en opleiding/beroep van degene, die zich onderwerpt aan zo'n test, vergaand te bepalen.

Zo te lezen valt er nog heel wat te sleutelen aan de EQ-tests, maar op zichzelf juich ik de ontwikkeling toe, waarin uitgegaan wordt van een iets vollediger mensbeeld dan de verheerlijking van de ratio en het hoofd. Des te meer zijn de woorden van de heren (ja, alleen heren) critici voor mij nogal een verbijsterende domper. Ik weet niet of ik lachen of huilen moet. Ik moet lachen, omdat de heren zich zo in de kaart laten kijken.

Ik citeer selectiepsycholoog Willem Hofstee, hoogleraar persoonlijkheidspsychologie: “Emotionele intelligentie zal vast wel trainbaar zijn, maar of we het moeten willen is vers twee. Het lijkt me een ramp als mensen in mijn omgeving emotioneel intelligent zijn.” Hij doet een uitspraak over zijn omgeving, maar welke uitspraak doet zijn omgeving over hem?

Dan citeer ik Frank van Luijk, werkzaam bij een 'toonaangevend psychologisch adviesbureau': “Emotionele intelligentie is ook een veilig begrip, zeker voor mensen die het op de klassieke intelligentietests minder doen. Die kunnen nu 'vluchten' in het feit dat emotionele intelligentie veel belangrijker voor succes zou zijn dan een goed abstractievermogen of cijfermatig inzicht.”

Wordt Frank van Luijk een beetje nerveus bij de gedachte dat hij zijn eigenwaarde niet meer uitsluitend kan ontlenen aan zijn score op de klassieke IQ-tests? Wat verstaat hij onder succes? Tot nu toe kan ik nog lachen, zij het als een boer met kiespijn. Ik vind het echter om te huilen dat deze klassieke intelligentie - kennelijk is dat hetzelfde als de activiteiten van de linker hersenhelft - een digitaal denken oplevert dat tot tegenstellingen en dus tot karikaturen leidt.

Meest interessant van het artikel vind ik de cultuurverschuiving die ik erin proef. De critici gaan er niet eens impliciet van uit, dat mannelijke waarden van een hogere orde zijn, meer 'succes' hebben dan de vrouwelijke. Maar de wet van de remmende voorsprong gaat misschien toch een beetje werken. Een man (!), de Amerikaan Daniël Goleman, stak de lont in het kruidvat dat al bestond. Zijn boek 'Emotinal Intelligence' is in meer dan twintig talen vertaald en internationaal tot een bestseller gegroeid. Hij kon zijn boek schrijven op de humus van de culturele revoluties van deze eeuw. Het proces lijkt me onomkeerbaar.

In de volgende eeuw zullen we het experiment van samenspel van mannelijk en vrouwelijk, van linker en rechter hersenhelft, van hoofd en hart moeten aangaan, niet omdat het zo áárdig is, maar omdat we geen andere keus hebben. Bepaalde ontwikkelingen zijn niet tegen te houden. Koele reactie van mijn dochter, achttien jaar, een generatie verder en de verontwaardiging voorbij: “Empathisch begaafd maakt je alleen maar slimmer.”

    • Mevrouw Drs. M.I. Kuyper