'Een gedicht vermoordt niemand'; Australiër Les Murray opent vandaag Poetry International

Met een lezing die 'Verdediging van de poëzie' heet, opent de Australische dichter Les Murray vanavond het festival Poetry International. Poëzie is volgens hem het model waarnaar alles gemaakt wordt.

ROTTERDAM, 13 JUNI. De Australische Les Murray (1938) is waarschijnlijk de dikste dichter ter wereld. Dat lijkt wellicht niet het belangrijkste om over een dichter te weten. Maar voor een dichter die meent dat in poëzie niet alleen ons intellect en een dromerig soort onderbewustzijn verenigd wordt, maar ook de taal van het lichaam, is het niet onbelangrijk. Hij wijst op zijn immense borstkas en zegt: “Uit zo'n borstkas kunnen lange regels klinken.” Zijn regels zijn inderdaad lang, erg lang vaak, onmogelijk in een keer voor te lezen. “Ja voor u”, zegt hij. “Maar voor mij niet. Ik lees ze in een adem.”

Poëzie associeer je niet direct met lichamelijkheid. Wie het schrijft zit stil. Wie het leest zit stil. Je ziet niets. Je hoort niets. Wat is er dan zo lichamelijk aan?

“Ademhaling, emotie, ritme, dans, zang, soliditeit”, somt hij op. “Het lichaam is enorm belangrijk voor poëzie. Als je vooral intellectueel wilt zijn kun je beter essays schrijven.”

Zijn gedichten zijn geen essays. Dat kunnen Nederlandse lezers gemakkelijk zelf vaststellen in De slabonenpreek, een vorig jaar verschenen keuze uit zijn gedichten. Die zijn groot, lang, verhalend soms, ze hebben wonderlijke, meeslepende ritmes en een lange adem. Ze zijn nu eens strofisch, dan weer doorlopend, ze zetten de grammatica naar hun hand en ze zingen. Over van alles. Over dikzijn bij voorbeeld, in een geestig loflied op de soort der dikkerds:

Wij waren waarschijnlijk de vroegste beschaafde en beschaving verspreidende mensen de eersten wie het nietsdoen toeviel zoete verveling en uitdijende vitaliteit - dingen die vragen om stijl.

Murray woont op het platteland zo'n 250 kilometer ten noorden van Sidney, in Bunyah, zijn geboortestreek, een lange, warme vallei ingesloten tussen twee heuvelruggen. Er wonen vooral veeboeren, en wat mensen die in de stad werken, en 'allerlei specialisten' zegt hij. “Bij voorbeeld iemand die gedichten schrijft.” Boeren doet hij niet meer, hij leeft van zijn gedichten. Hij schreef eens een gedicht over hoe hij met een jetlag thuiskwam van een voorleestournee maar niet naar bed durfde ondanks zijn enorme slaap, omdat er bouwvakkers aan zijn huis bezig waren. “Dat zijn de enige mensen voor wie ik me schaam”, zegt hij. “Ik ben opgevoed met de gedachte dat echt werken handwerk is. En heel diep in mijn hart denk ik er misschien nog steeds wel zo over.”

Het Rotterdamse Poetry International vroeg Les Murray het festival vanavond te openen met een lezing over het thema 'Defence of poetry'. “Ze willen dat ik de poëzie verdedig”, zegt Murray. “Maar poëzie moet soms verdedigd worden tegen haar verdedigers. In Amerika is ze in handen gevallen van de universiteiten, zodat alleen nog universitaire docenten en studenten poëzie schrijven en lezen. Dat is geen bescherming, dat is een gevangenis. In Australië is het gelukkig niet zo erg. Maar we moeten wel uitkijken.”

De mensheid heeft poëzie nodig, vindt Murray, net als religie. In het gedicht 'Poëzie en religie' schrijft hij: “Er zal altijd ook religie zijn zolang er poëzie is/ of een gebrek daaraan.”

“Als mensen niet zoveel kunnen met poëzie dan zoeken ze hun heil bij de religie en andersom”, verklaart Murray.

Toch zijn er volksstammen mensen die het zonder een van twee stellen.

“Uiteindelijk kiest iedereen zijn vorm van poëzie. Maar vaak in de vermomming van bijvoorbeeld een hobby, een huwelijk, werk - in de vorm van het leven. Henry Fords poëzie was auto's maken, Henry Dunants poëzie was het Rode Kruis - er is een spirituele dimensie aan elk mens en die komt er altijd op een of andere manier uit. Soms op een vreselijke manier. Hitlers gedichten vroegen miljoenen mensenlevens. Als een gedicht dat stadium bereikt, dat het almaar door moet gaan, dan is het gevaarlijk. Je kunt het alleen vertrouwen als er een punt achter staat.”

Waarom zou je alles wat mensen maken poëzie noemen?

“Omdat het allemaal vanuit hetzelfde, niet strikt rationele mechanisme voortkomt. Poëzie is het model voor alles wat we maken. In het Grieks betekent poiein, het werkwoord waarvan het woord voor poëzie is afgeleid, gewoon 'maken'. Als we iets creëren, wat het ook is, gebruiken we al die dingen die we ook gebruiken bij poëzie: intellect, droombewustzijn en lichaam. Wat we maken moet altijd een zichtbare en grijpbare vorm krijgen, hoe die vorm ook is, klein en onaanzienlijk of groot en verschrikkelijk.”

Maar als toch alles poëzie is, waarom dan de moeite nemen om verzen te maken?

“Het is veiliger dan veel van die andere dingen. Een gedicht zal niemand vermoorden, om niemands bloed vragen. Verder is het zo'n beetje hetzelfde. Ik schat het niet veel hoger dan het maken van een vissersboot of een autobus.”

Maar ook niet lager.

“Nee, ook niet lager. Het geeft je een goed inzicht in wat scheppen is, zo moet ook de creatie zijn gegaan. In een roes. Want daar doe ik het uiteindelijk allemaal voor, voor de roes van het scheppen, niet zozeer voor het resultaat. In het resultaat is die roes wel bewaard, maar vooral voor de lezer, niet voor jezelf. Dus dan moet je weer een nieuw gedicht maken. Het is verslavend. Wel een goede verslaving, je hebt er verder niets voor nodig en het kan ook geen kwaad. Hoewel, als je het niet goed doet kun je jezelf grote schade berokkenen. Geestelijk.”

De ober brengt een broodje met opmerkelijk rauwe rosbief. Murray kijkt er zowel begerig als verschrikt naar. Zulk rauw vlees heeft hij nog nooit gegeten, zegt hij. Wat zou de uitwerking ervan zijn op Australiërs? Hij neemt de proef.

Zo te zien geeft het Australiërs wel een goed gevoel. En het beneemt ze niet de lust om wat te zeggen: “Ik sprak onlangs met mijn neef die dominee is over deze theorie van mij over poëzie en het scheppen, en die zei: 'Niet iedereen zal het met je eens zijn, maar je vindt in ieder geval de apostel Paulus aan je zijde. Die heeft geschreven dat wij Gods gedichten zijn.' Ik zei: 'Ik heb toch ook de bijbel gelezen maar dat heb ik er nog nooit in zien staan.' 'Dat komt omdat je het niet in het Grieks hebt gelezen', zei mijn neef. 'In het Grieks staat dat wij poiémata tou Theoú zijn. Gedichten van God. Dat wordt meestal vertaald met: schepselen van god, maaksels van god.' Maar er staat dus gedichten!”

Les Murray leunt achterover en heel zijn enorme lichaam schudt van vreugde. Het tafeltje schudt mee, het broodje schudt mee en ik schud ook mee. In het café zitten twee lachende gedichten van God.

    • Marjoleine de Vos