Een eeuwfeest

Universiteiten beschikken blijkbaar over een opmerkelijk vermogen om te overleven. Zijn ze er eenmaal, dan zijn ze ook door vrijwel niets of niemand meer op te ruimen. Een faculteit hier of een vakgroep daar, dat lukt nog wel, maar daar is dan wel de samenspannende energie van het ministerie en van alle instellingsbesturen voor nodig, zoals we ons nog herinneren van de Taakverdeling en Concentratie operatie onzaliger nagedachtenis. Maar voor de opheffing van Franeker en Harderwijk was de daadkracht van Napoleon nodig.

Zonder de Franse bezetting zouden ook die beide instellingen inmiddels al weer lang uit hun Doornroosje-slaap zijn ontwaakt en zich ontwikkeld hebben tot bloeiende instellingen van wetenschappelijk onderwijs en onderzoek. Een van de aantrekkelijke kanten van het universitaire bedrijf is en blijft namelijk dat de kwaliteit van wetenschappelijk onderzoek en onderwijs zich in hoge mate onttrekt aan ambtelijk beleid, zolang de kwaliteit van de basisvoorzieningen maar gewaarborgd wordt. En zelfs als dat maar zeer gebrekkig gebeurt is een concentratie van intellect, zeker in de humaniora, voldoende voor een levendig academisch klimaat. Inspiratie kan wel worden bevorderd (competitieve toelating kan wel eens helpen) maar niet planmatig worden gekweekt.

Omdat universiteiten zo moeilijk op te heffen zijn, vieren ze regelmatig eeuwfeeesten. Deze keer was het de beurt aan Peking Universiteit, opgericht in 1898. Op 4 mei vond de officiële viering plaats van het eerste eeuwfeest. De dag begon met een zitting in de Grote Hal van het Volk en eindigde met een amusementsshow op de campus. De zitting in de Grote Hal van het Volk werd opgeluisterd door de aanwezigheid van president Jiang Zemin en vrijwel het volledige politbureau. De show op de campus werd door de televisie in het hele land uitgezonden; het gevarieerde programma omvatte onder andere zingende popsterren en touwtjespringende acrobaten. Vijftigduizend alumni keerden voor deze gelegenheid terug naar hun alma mater.

Voor een eerste eeuwfeest kan het programma natuurlijk niet beperkt blijven tot een dag. Het hele jaar staat op Peking Universiteit in het teken van het eeuwfeest. De bestaande gebouwen zijn ten dele opnieuw geverfd, en de campus is uitgebreid met een nieuw gebouw voor de bibliotheek en een nieuw faciliteitengebouw (de bibliotheek staat nog leeg en het faciliteitengebouw is nog niet voltooid). Naast de verschillende academische activiteiten die rond 4 mei plaatsvonden, kon natuurlijk een symposium over de universiteit van de eenentwintigste eeuw niet ontbreken. Dit symposium werd bijgewoond door (al naar gelang de nieuwsbron) tachtig, honderd dan wel honderenveertig rectoren, presidenten en andere hoge vertegenwoordigers van beroemde en minder beroemde universiteiten, onder wiee de rector van mijn eigen instelling, 's lands oudste, 's lands eerste. Mijzelf bracht een driedaagse internationale sinologische conferentie naar Peking.

Nog maar enkele jaren geleden zouden weinig mensen de huidige optimistische sfeer op Peking Universiteit voor mogelijk hebben gehouden. Maar omstandigheden kunnen snel veranderen in China. Na de demonstraties op het Tiananmen-plein van april en mei 1989, waarin de studenten van Peking Universiteit een leidende rol hadden gespeeld, meende de overheid zich gedwongen te zien drastische maatregelen te nemen om tucht en orde op de campus te herstellen en voelde de universiteit zich in het verdomhoekje gezet. Maar de universiteit heeft haar straf uitgezeten en is weer volledig in genade aangenomen door Partij en Regering: enkele dagen voor 4 mei had president Jiang Zemin zelfs een onaangekondigd bezoek gebracht aan de campus, waar hij een vol uur langer was gebleven dan gepland en een goede indruk had gekregen van de ijver waarmee de studenten studeerden!

Als de oudste en meeste prestigieuze universiteit in de hoofdstad is het lot van Peking Universiteit altijd ten nauwste verbonden geweest met de politieke geschiedenis van China. In de eerste jaren van haar bestaan verwezenlijkte zij zelfs de droom van alle academische bestuurderen: de universiteit was tegelijkertijd het nationale ministerie van onderwijs! Dat was natuurlijk te mooi om waar te zijn. Al spoedig werden de ministeriële taken ontnomen aan de universiteit en leek de instelling weg te zakken in onbeduidendheid. Onder de bezielende leiding van Cai Yuanpei (1863-1940) werd de universiteit na 1917 echter een kweekbed van nieuwe en radicale ideeën.

Toen in 1919 in Versailles tijdens de vredesonderhandelingen na de Eerste Wereldoorlog de internationale grootmachten de Duitse rechten in China ondanks alle Chinese protesten weggaven aan Japan, trokken de studenten van Peking Universiteit op 4 mei en masse de straat op om te protesteren. Dit protest werd het begin van een maandenlang durende periode van nationalistische politieke agitatie, die de Chinese cultuur van de twintigste eeuw blijvend beïnvloed heeft. Vanzelfsprekend wordt dan ook in alle toespraken, tentoonstellingen en publicaties gewijd aan de honderdjarige bestaan van Peking Universiteit uitvoerig stilgestaan bij deze gebeurtenissen. De jonge boerenzoon Mao Zedong, bibliofiel en ambitieus, was in deze periode voor korte tijd aan Peking Universiteit verbonden als bibliotheekhulp - wie weet hoe de Chinese geschiedenis van deze eeuw verlopen zou zijn als hij in de bibliotheek carrière had kunnen maken.

Mao Zedong zou vele jaren later op een gruwelijke wijze ingrijpen in de ontwikkeling van Peking Universiteit toen hij de instelling gebruikte om zijn beruchte Culturele Revolutie van start te laten gaan. De nieuwe communistische machthebbers hadden weliswaar, wijs geworden door de impact van de Vier Mei Beweging, ogenblikkelijk na de machtsovername in 1949 de campus van Peking Universiteit uit het centrum van de stad verplaatst naar een verre uithoek in het noordwesten, maar het mocht niet baten: na de publicatie van de eerste muurkrant op de campus ontwikkelde de Culturele Revolutie zich in volle hevigheid en sleurde het hele land mee in een lange periode van chaos en willekeur, die niet alleen aan de universiteit zelf maar ook aan het hele land onnoemelijke schade zou toebrengen.

Een van de resultaten van de Culturele Revoutie is geweest dat een hele generatie van academici, juist diegenen van wie verwacht zou mogen worden dat zij nu in onderzoek en onderwijs een leidende rol zouden spelen, nog steeds geplaagd wordt door lacunes in hun training en ervaring, ondanks alle, over het algemeen zeer succesvolle, pogingen om de kwaliteit van het wetenschappelijke personeel te verbeteren. Maar de jaren van de Culturele Revolutie zijn een periode die bij alle herdenkingsactiviteiten angstvallig wordt verzwegen. Dat verleden is nog te recent en men kijkt liever vooruit. Ook de meeste westerse sinologen (ikzelf inbegrepen) vergeten liever hoe positief ze destijds over ontwikkelingen in China schreven.

Onder het materiaal over de viering van het eeuwfeest dat aan de deelnemers van mijn congres werd uitgedeeld bevond zich de tekst voor een lange cantate, geschreven door Tao Zheng en Gao Hongshi, en verpreid door de werkgroep voor de viering van het eeuwfeest van de Vakgroep Chinese Taal- en Letterkunde. Muziek voor de cantate ontbreekt nog, zodat we genoegen moesten nemen met de tekst. Herhaaldelijk wordt daarin de democratische traditie van Peking Universiteit benadrukt. Een van de liederen is gewijd aan de lotgevallen van Peking Universiteit tijdens de Anti-Japanse Oorlog (1937-1945), toen de instelling was verplaatst naar Kunming en staf en studenten met zeer primitieve omstandigheden genoegen moesten nemen. In de inleiding bij deze tekst wordt opgemerkt dat staf en studenten van Peking Universiteit niet alleen daarvoor maar ook daarna herhaaldelijk met tegenspoed te kampen hebben gehad en herhaaldelijk bitter lijden hebben ondergaan. Dat is wat er blijkbaar over de rampspoed die de universiteit na 1949 heeft getroffen publiekelijk op papier gezegd kan worden.

De in vele opzichten verwende Nederlandse academicus die zich probeert voor te stellen wat deze woorden verbergen ontwikkelt ten opzichte van het gekrakeel van de Nederlandse universitaire politiek onvermijdelijk meer scepsis en verwondering dan goed is voor zijn eigen belang. Daar staat tegenover dat Peking Universiteit luid en duidelijk laat weten vastbesloten te zijn om in de volgende eeuw uit te groeien tot een van 's werelds leidende excellente topinstellingen. Die ambitie wordt gedeeld door ten minste tweehonderd andere Chinese universiteiten. Het is dus duidelijk dat er bij de huidige kabinetsonderhandelingen miljarden meer voor het nationale universitaire onderwijs en onderzoek gereserveerd moeten worden om deze concurrentie het hoofd te kunnen bieden.

    • Wilt Idema