Dogtroep imposant met roekeloze fantasie; Vlak voor het begin van het Oerol Festival breekt de zon door op Terschelling

TERSCHELLING, 13 JUNI. De Diepte van Oceanen is het thema dat het plekje grond in de Waddenzee deze tien dagen in zijn greep houdt. Maar Oerol, het negendaags theaterfestival dat voor de zestiende keer Terschelling in zijn greep houdt met voorstellingen in veld, duin en dorpsstraat, werd de eerste dag niet beheerst door gedachten over zee- maar over regenwater: donderdag, aan de vooravond van de opening, gaf de Dogtroep haar laatste try out. Stormwind deed de tentakels van een enorme zelfgebouwde machine, een rank stalen insekt met een voelspriet, sidderen. Het publiek zat rondom te bibberen op de tribunes, ondanks de dekens die het kreeg uitgereikt.

De voorstelling was er niet minder om. Tragischer zelfs, dankzij die natte windvlagen zelfs aangrijpender, omdat in Hotazel (Hot as hell) de personages menen te bestaan in een kurkdroge onherbergzame woestenij, waar water vreugde betekent en groen liefde. Een vrouw klampt zich net hart en ziel vast aan een mansgrote pop. Dat poppenlijf geeft, zelfs als het tot leven is gewekt, zichtbaar inhoud aan de term 'dood gewicht'. Blind is de vrouw, van verdriet, dat voel je.

De Dogtroep heeft met Hotazel iets indrukwekkends ingezet, groots op een manier die we van dit gezelschap kennen: met een imposant visueel vermogen en gegrondvest op een roekeloze fantasie voor uitvindsels met menselijke trekjes en acteurs die dingen doen die je liever aan machines zou overlaten. De voorstelling zit nog wat los in haar vel, de fragmenten liggen vaak los naast elkaar en mankeren vooral in de overgangen aan spanning. Maar geef de Dogtroep even de tijd en Hotazel staat als een huis.

Het blinde verdriet dat eruit spreekt, echoot het drama dat de Dogtroep recent overkwam met het noodlottig ongeval dat de groep twee leden ontstal. Henk Scholten, tot afgelopen dinsdag de directeur van het Fonds voor de podiumkunsten, droeg in zijn openingsspeech Oerol 1998 op aan hun nagedachtenis.

Een klein uur voor die officiële opening was de zon doorgebroken op Terschelling. De rijen voor de kassa's stonden nu droog. De wachttijd beloopt minstens een uur en schuurtjestheater is per definitie kleinschalig en dus al snel uitverkocht - net als vorig jaar dreigt het festival aan het succes te bezwijken. Maar directeur Joop Mulder blijft zo grillig en eigenwijs programmeren dat nog altijd op geen enkele manier van een toeristisch evenement kan worden gesproken. Alleen wie theatrale uitzinnigheid verdraagt (en niet bang is voor fikse afstanden per fiets) kan dit evenement aan.

Uitzinnig is bijvoorbeeld de groep Suver Nuver die, voor de gelegenheid samen met het gezelschapje Growing Up in Public, buiten het hun bekende terrein van het reguliere theater is gestapt en niet bang blijkt voor overgave aan oprecht locatietheater. Het beeld overheerst het woord, muziek en bonkdans doen dat ook.

Sevenup heet hun voorstelling waarin Suver Nuver en GUIP de zeven Hoofdzonden beschreeuwen. Krijsend, provocerend en rudimentair, maar met behoud van de eigen obsessies, te weten seks en een wanhopige moraal: de hel, dat zijn de anderen niet, dat ben je zelf.

    • Joyce Roodnat