Dik kind vaak in isolement

Nederlandse kinderen worden steeds dikker, bleek eerder deze week. Slechts twee ziekenhuizen bieden speciale hulp.

ROTTERDAM, 13 JUNI. Een jongen van zeventien jaar, 1,72 meter, die 170 kilo weegt. Een meisje van veertien, 1,84 meter, dat 111 kilo weegt. “Als je twee keer je normale gewicht bent, dan draait iedereen zich om”, zegt D. J. Pot, kinderarts in het Rotterdamse Sint Franciscus Gasthuis. Dikke kinderen worden gepest, hebben geen plezier meer in bewegen, doen dat steeds minder, zitten veel voor de televisie en eten snacks.

De Nederlandse jeugd wordt dikker, bleek deze week uit een 'groeistudie' van TNO en de Leidse universiteit. Bij overgewicht speelt vaak erfelijke aanleg mee, maar meestal ook verkeerde gewoonten van eten en bewegen. Dikke kinderen komen vaak uit de lagere milieus. Een dik kind dat dik blijft heeft later een grotere kans op hart- en vaatziekten en diabetes. Toch is er in Nederland, in tegenstelling tot de VS, nauwelijks aandacht voor dat overgewicht.

Het Sint Franciscus Gasthuis heeft sinds drie jaar een speciaal project voor dikke kinderen tussen de acht en vijftien jaar, begeleid door de faculteit medische psychologie van de Erasmus Universiteit. Tot nu toe zijn zo'n tachtig kinderen behandeld, en staan er 45 op de wachtlijst. Ook de obesitaskliniek in Hilversum, de enige polikliniek die is gespecialiseerd in zwaarlijvigheid, is twee jaar geleden begonnen met een 'multi-disciplinaire' behandeling voor dikke kinderen van elf tot zeventien jaar. In Rotterdam vergoedt de verzekeraar de kosten, in Hilversum moeten de ouders die (zesduizend gulden) zelf betalen. Voor het overige kunnen dikke kinderen voor zover bekend alleen terecht bij diëtisten.

In het Sint Franciscus worden de kinderen behandeld door een kinderarts, een klinisch psycholoog, een fysiotherapeut en een diëtist. In acht wekelijkse groepssessies krijgen ze informatie over voeding en doen ze aan sport en spel om weer plezier te krijgen in bewegen. Daarnaast leren ze hoe om te gaan met pesten. “Doordat ze gepest worden raken dikke kinderen vaak in een isolement”, zegt klinisch psycholoog M. Groen van het Rotterdamse project. “Ze gaan na school snel naar huis, voor de buis zitten. Om dingen weg te eten gaan ze weer de verkeerde dingen eten.” Als de kinderen de acht bijeenkomsten succesvol afsluiten krijgen ze een A-diploma. Daarna volgen nog drie 'follow-up-momenten', waarbij de kinderen ook een B- en een C-diploma kunnen halen. Zeven à acht van de tien kinderen bereiken volgens Groen met succes het laatste stadium. Er is dan ongeveer een jaar verstreken.

Diëten staan in Rotterdam noch Hilversum op het programma. “Dat is makkelijk scoren”, zegt Groen. “Kinderen vinden dat saai en het helpt even, maar lost niets op. Wij willen kinderen leren zelf keuzes te maken.” Wel worden zowel in Hilversum als in Rotterdam de ouders bij de behandeling betrokken. “Vaak is het eetpatroon in het gezin verstoord”, zegt coördinator M. van den Brink van de Hilversumse kliniek. “Mensen eten niet aan tafel maar voor de tv, het fastfoodgebeuren van pizza's en patat. Soms is ook een probleem dat de ouders beiden werken en geen tijd hebben om te koken.”

Soms moeten ouders worden overreed mee te werken. “Veel ouders komen met een houding van 'wij wensen u een behouden vaart en aan het eind hopen wij een slanke den mee naar huis te krijgen”, aldus Groen. Soms is het dikke kind slechts een symptoom. “Als de ouders elkaar elke dag de tent uitslaan en een kind gaat daarom eten, dan heeft onze behandeling niet zoveel zin.”

Groen vindt het een slechte zaak dat dikke kinderen bijna nergens terecht kunnen. Al is het een welvaartsprobleem, het is wel een groot probleem, vindt ze. “Er zijn onderzoeken geweest waarbij kinderen foto's te zien kregen van kinderen waar iets mee is - een rolstoel, een litteken, een dik kind. Het dikke kind eindigt altijd als least likeable.”