De geur van viooltjes; Heroïneverslaafden kicken in vier uur af onder narcose

Als junk het zieken- huis in en dezelfde avond clean er weer uit. Tien langdurige heroïneverslaafden kicken in de Amster- damse Jellinek- kliniek af onder narcose. Het lijkt een panacee, maar dan komt de 'must'. Ontwennen met Frank de Visser. 'Trek? Ik zou wel een handvol pillen lusten.'

Een zanger in een band. Of een bouwvakker. Misschien een barkeeper. In ieder geval niet iemand die al twintig jaar verslaafd is aan heroïne. Gebruind en gespierde armen met tatoeages. “Opiaten conserveren”, zegt hij. De eerste ontmoeting met Frank de Visser (dan nog 40) is op een woensdag in een afkickkliniek in Warder, een dorpje zeven kilometer boven Edam. Drie dagen voor de narcose. De heroïne heeft twintig jaar lang “zijn geest op een laag pitje gezet”. Zaterdagochtend zal hij het ziekenhuis ingaan, zaterdagavond moet hij de grassprietjes weer kunnen ruiken. Afkicken in vier uur.

Normaal moet je een geneesmiddel uitgebreid testen. Maar als het verslaafden zijn, mag ineens alles.” Die uitspraak deed geneeskundig directeur P. Geerlings van het verslavingsinstituut Jellinek twee jaar geleden, naar aanleiding van afkickbehandelingen onder narcose bij commerciële klinieken in onder meer Israel en Groot-Brittannië. Nu leidt hij een experiment met deze methode in Amsterdam waaraan tien langdurig heroïneverslaafden deelnemen. “Het is belangrijk dat er een onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek komt”, zegt hij nu. Omdat de narcose de fantasie van verslaafden prikkelt. Als junk het ziekenhuis in, dezelfde avond clean er weer uit. Wie wil dat niet? Van verslaafden die in een paar maanden proberen af te kicken, valt negentig procent uiteindelijk weer terug. Bij verslaafden die met methadon in twee jaar afkicken, is de uitval veertig procent.

Frank is de tweede deelnemer. Tijdens een vier uur durende narcose zal hij een grote hoeveelheid Naltrexon toegediend krijgen. Het middel blokkeert onmiddellijk de werking van de drug in zijn hersenen. Nog zeker een half jaar moet hij dan een onderhoudsdosis Naltrexon slikken. Maar de meest heftige fysieke afkickverschijnselen ondergaat hij onder narcose. Een dag voor en na de narcose zal hij in de Crisis Observatie Detoxificatie Afdeling van de Jellinek verblijven. Hij verlaat het ziekenhuis met een medisch paspoort voor andere artsen. Als hij in het ziekenhuis belandt met een gebroken been, zal een morfineverdoving door de Naltrexon ook niet werken.

Het is een experiment. Bij de deelnemer vóór Frank werd de narcose iets te laat ingezet, waardoor 'de afkick' al vol op gang was gekomen voordat hij was verdoofd. En de deelnemers na hem krijgen wel clonidine voorgeschreven, een middel tegen hoge bloeddruk dat de onthoudingsverschijnselen vermindert. Dat had Frank ook wel gewild. Maar deze variaties vallen volgens Geerlings allemaal binnen de grenzen van “good clinical practice”. Voortaan verlaten de deelnemers het ziekenhuis bovendien in een medische taxi. Wegens de niet te stoppen buikloop en de benauwde blikken van chauffeurs van de Amsterdamse Taxi Centrale. “Ik voelde me net een chimpansee in luiers”, zou Frank later zeggen.

Nog een koekje? Koffie niet te sterk? Voorkomend en op zijn gemak. In de afkickkliniek in Warder vertelt Frank over die andere keer dat hij geprobeerd had af te kicken. Zo'n vijftien jaar geleden. Op eigen houtje en van de ene op de andere dag. “De pijn was niet te harden”, zegt hij. En: “Al je zintuigen staan opeens wagenwijd open.” De leegte was hem aangevallen.

Ooit had hij een jaar op straat geleefd. Hij sliep op het Centraal Station. Dat nooit meer. Lange tijd vulde hij zijn uitkering aan met wat werkzaamheden voor twee oude mannen, kennissen van zijn moeder. Maar de een was overleden aan longemfyseem en de ander aan ouderdom. Het moment om af te kicken. Bovendien, hij was bijna veertig. Dan wilde hij van alle dope af zijn.

Op die veertigste verjaardag verbleef hij in Warder. Voor zijn komst stond hij op tien pillen methadon. Na tweeëneenhalve maand kwam hij uit op vijf pillen. Het was de bedoeling dat hij op nul zou komen. “Maar bij vier zeiden ze tegen me: 'even stoppen jij, je wordt te arrogant'. Ik sliep ook niet meer.” Het is een half jaar goed gegaan. Toen kwam de verveling - en de verleiding. Daarom zit hij nu weer hier. “Om terug op de rails te komen.”

Het nieuws dat hij mocht meedoen aan het afkicken onder narcose kwam toch nog onverwachts. Anderhalf jaar had hij er op gewacht. Dan weer was het een bezwaar dat hij bij gebruikte en dan weer mocht hij niet meedoen omdat hij ooit hepatitis B had gehad. Deelnemers moeten in goede gezondheid verkeren. Langdurig gebruik van Naltrexon kan ernstige gevolgen voor de lever hebben. “Ik ben zo blij dat het voor me is weggelegd”, zegt hij. Al is de schrik groot. Deze dagen kan hij niet anders dan denken aan die afkickpoging van vijftien jaar terug. “Wat als ik weer in de volle realiteit sta?” Bij het terugzien van zijn huis zal hij wel even achter zijn oren krabben: 'Heb ik hier al die tijd gewoond?'

Als achttienjarige werkte hij bij zijn vader in de tatoeagezaak op de Amsterdamse Wallen. Het was de tijd dat de heroïne in de binnenstad in opkomst was. Hij had wel duizend keer nee gezegd.

De verslaving kwam uit Amsterdam-Noord. Daar had hij veel vriendjes. Ze reden rond op opgevoerde brommers. “Hier, probeer dit eens, je raakt veel sneller stoned dan met blowen.” Twee weken lang kreeg hij het gratis. Na een paar maanden voelde hij het opeens. Dat vreemde gevoel. Op rare momenten gapen, tranende ogen. Het waren de eerste afkicksymptomen. Hij kon niet meer zonder naar bed. Vrienden keek hij de deur uit.

Zijn werk in de tatoeagezaak ging overigens gewoon door. Dat was routine. Frank kan goed tekenen. Als kind al won hij elke teken- en kleurwedstrijd.

In een behandelkliniek in Londen is een verslaafde na de narcose overleden. Op het stoffelijk overschot is nooit sectie verricht. Jaarlijks reizen naar schatting zo'n honderd verslaafden naar onder meer Groot-Brittannië en Israel voor een afkickbehandeling onder narcose. “Men doet daar maar wat”, zegt Geerlings. “Die commerciële klinieken zijn niet openlijk in hun bevindingen. Men varieert maar wat met de hoeveelheden Naltrexon. De methode blijft vaak geheim.” De klinieken claimen volgens Geerlings een succes van tachtig tot negentig procent. “Maar dat is dan na een maand follow-up.” Verder is er geen nazorg. Zonder enige begeleiding vertrekken de verslaafden weer naar huis. De onderhoudsdosis Naltrexon ontvangen ze per post. “Soms zien wij ze dan hier weer bij de Jellinek terug.”

Bij het experiment in Amsterdam wordt de verslaafde intensief begeleid door een psycholoog van de Jellinek. Het heeft bovendien de voorkeur als de verslaafde een familielid of partner heeft die kan waken over de inname van de Naltrexon. Een dag geen Naltrexon slikken en de heroïne kan zich weer meteen een weg naar de hersenen banen.

De verslavingskliniek Novadic in Sint Oedenrode heeft inmmiddels bij minister Borst (Volksgezondheid) en bij Zorg Onderzoek Nederland een aanvraag ingediend om nog eens 150 verslaafden te behandelen, in samenwerking met onder meer de Jellinek in Amsterdam en verslavingsklinieken en onderzoeksinstituten in Den Haag, Breda en Nijmegen. Een evengrote controlegroep moet dan tegelijkertijd met Naltrexon, maar zonder narcose, in vijf dagen afkicken. In plaats van in een keer een grote hoeveelheid Naltrexon toe te dienen, wordt de hoeveelheid dan langzaam opgevoerd. Voor Frank de Visser die maar vijf pillen methadon per dag slikte, zou die methode volgens Geerlings eigenlijk beter zijn geweest. Aan narcose zijn toch risico's verbonden.

Op zaterdag met de taxi naar de Jan van Goyenkliniek. Uitkleden en gaan liggen. De Naltrexon. “Je voelt het meteen. Een hete straal die door je borst naar je hoofd gaat.” Dan de narcose.

Op maandag de geur van viooltjes. Dat was lang geleden. En het zwart van de stereotoren is weer diep zwart, in plaats van dof grijs. Een leuke gewaarwording. Maar hij zit wel “een beetje kriebelig” in de bejaardenflat van zijn moeder. Hij had er meer van verwacht. Wakker worden en dan de realiteit weer zien. “Dit moet geen drie of vier dagen duren.”

De onthouding geeft hem meer de motoriek van een verslaafde dan de pillen methadon. Bleek en een paar kilo afgevallen. Transpirerende oksels, onrust in de benen en een branderig gevoel door heel het lichaam. Levert dit vraaggesprek met de krant nog wat op? Een leuke spijkerbroek of zo?

“Heb je trek”, had de verpleegkundige van de Jellinek hem gisteren gevraagd. “Trek? Ik zou wel een handvol pillen lusten.” Voorlopig blijft hij even bij zijn moeder. “Om aan te sterken.”

De volgende dag is hij vertrokken. Zijn moeder kan niet goed tegen sigarettenrook, vandaar. Met vette vingers neemt hij zijn mobiele telefoon op. Hij is zijn sportfiets aan het repareren. Dat was nog wat. Ging hij kogellagers en een achterasje kopen. Bleken die kogellagers te klein. Moest-ie ze er weer uitpeuteren. Terug naar de winkel. Thuisgekomen bleek ie weer de verkeerde vleugelmoer te hebben. Weer terug. “Met methadon lachte ik daarom, nu is het echt een must.” Met een must bedoelt Frank een zware opgave. De komende dagen zitten vol musts.

Frank moet een boodschappenlijstje voor de supermarkt maken. Het slikken van de Naltrexon is maar een deel van de therapie. Het geeft de zekerheid dat heroïnegebruik de komende vierentwintig uur geen zin heeft. In die tijd kan Frank dan veilig oefenen in nieuw gedrag en in plaats van de belonende effecten van heroïne in zijn omgeving zoeken naar andere belonende zaken. Dat is waar psycholoog E. Strubbe met zijn Community Reinforcement Approach komt kijken. Hij zal Frank in dit proces ondersteunen met “cognitieve-gedragsmatige technieken en opdrachten”. Een boodschappenlijstje.

Op donderdag heeft Frank nog steeds natte oksels. Hij ligt languit op zijn witte leren bank. De muren zijn van ruw granol. Een glazen vitrine met door hem beschilderde aliën-beeldjes. In een kamer met verweerd scheepjesbehang staat een fitness-apparaat. In huis ruikt het naar schoonmaakmiddel. Zijn zus is net langs geweest om de wc een beurt te geven. “Ik geef de moed niet op hoor”, zegt Frank vanaf de bank, “maar ik zou wel eens een pauze willen.” De dag vult hij met zappen en cd's luisteren. De tussengeluidjes kan hij nu weer horen. Even later op een terras voor een snackbar houdt hij zijn handen voor zijn oren. “Phoe, dat komt hard aan”, zegt hij. Bij het verkeerslicht trekt een bus op, een karretje met bierkratten ratelt voorbij.

Alles komt harder aan. Hij was met zijn moeder in IJmuiden uit eten gegaan. Het was de eerste keer dat hij clean auto reed. Zijn moeder hield niet op met praten over de familie. Die had zijn spataderen laten verwijderen en die had een tweede huis gekocht, van die dingen. “Mam, alsjeblieft”, heb ik gezegd. “'Ophouden nu. Ik word er helemaal crazy van.' Ik heb een hele andere levensinstelling. Laat ze het zelf allemaal uitzoeken, niet dan?” Met methadon was het makkelijker, dan ging het het ene oor in en het andere oor weer uit.

Frank moet in een potje plassen. Hij is bij de Jellinek om zijn tweedagelijkse hoeveelheid Naltrexon te halen. Even later staat hij licht verontwaardigd weer buiten. “Ze weten dat ik af en toe een blowtje rook en een pilsje drink. Als ze wat willen weten, moeten ze het gewoon vragen.” Omdat hij zo slecht slaapt hebben ze hem een slaapmiddel gegeven. Nu hoort hij net dat het om lichte antidepressiva gaat. “Ja, hoor eens, ik ben toch geen gek of zo. Ben ik van het ene af komen ze met het andere aanzetten. Daar ben ik heel nuchter in.” Hij weet niet of hij nog moet doorgaan met het slikken van de dosis Naltrexon. Iedere keer na inname zijn de afkickverschijnselen het hevigst. Dan is alles een must. Zelfs het draaien van zijn home-made sigaretten. Nog steeds. Ook nu de methadon al uit zijn lijf had moeten zijn. “Laat ik het zo zeggen: het is geen lekkere opiaatvervanger. Uit veiligheid slik ik het nog. Maar als het me te lang blijft irriteren, dan geef ik dat wel aan. Het is mijn lichaam.”

De volgende dag wordt het hem allemaal te veel. Het is zijn verjaardag. Zijn moeder had een pannenset met glazen deksels voor hem gekocht. Zijn zus had een lijstje met advertenties uit de krant meegenomen: klusjesman hier, vakantiewerk daar. Ze hadden de keuken schoongemaakt. Druk pratend allemaal. “Het is allemaal heel goed bedoeld, maar ik zat er zo belabberd bij. Ik weet dat ik het in me heb, maar ik moet me eerst goed voelen.”

Om een uur of vier was hij naar buiten gegaan. “Ik denk: ik vier het op mijn manier.” Om half tien 's avonds neemt hij de telefoon op in het Vondelpark. Hij is een ploegje van vroeger tegengekomen. 'Jongens, ik ben jarig', had hij gezegd. 'Ik haal een paar flesjes bier.' Zo gaan die dingen. Op de achtergrond kwetteren de vogels. “Ik ga zo denk ik maar naar huis”, zegt hij. “Dit schiet ook niet op.”

    • Monique Snoeijen