Daden gevraagd. En geld.; NATIONAAL PARK VELUWE: TIJD VOOR DE GROTE DOORBAAK

Het moment is daar voor een ingrijpende reorganisatie van de versnipperde Veluwe. In de serie 'Naar een Nationaal Park Veluwe' het zesde en laatste deel: Hoe verder?

ZO VERSNIPPERD als de Veluwe zelf is, zo verscheiden zijn de plannen om er één nationaal park van te maken. Het idee is al tientallen jaren oud, en er zijn Veluwe-veteranen die zeggen dat het eigenlijk te laat is: het had dertig jaar geleden moeten gebeuren, vóór de aanleg van de A28, A1 en A50, vóór de exponentiële groei van autoverkeer en toerisme, vóór de komst van tientallen luxecampings en bungalowparken. Maar juist door al die bedreigingen is de laatste jaren bij de terreineigenaren een nieuwe bereidheid tot samenwerking ontstaan. Ook de provincie Gelderland zoekt hard naar nieuwe mogelijkheden en zelfs de VVV's maken zich, niet geheel zonder eigenbelang, sterk voor meer eenheid en rust. “De Veluwe is steeds meer gaan lijken op willekeurig welk bos en heidegebied in Nederland, omdat het zo versnipperd is”, vindt Luc Berris van Natuurmonumenten. Het besef dat één Veluwe veel meer te bieden heeft aan mens en dier dan de som van al die brokken, begint in brede kring door te breken. Juist de versnippering maakt de Veluwe een rijke voedingsbodem voor win-winsituaties. “Alles wat met goede wil en beperkte budgetten op de Veluwe gedaan kón worden, is nu wel zo'n beetje gedaan”, stelt Frank Noppert, senior beleidsmedewerker Milieu van Rijkswaterstaat. Dat gebeurde vooral binnen het project Nationaal Landschap Veluwe (1983-1995). Echt overbodige rasters zijn weggehaald, een paar minder essentiële oefenterreinen zijn ontmanteld, en honderden kilometers zandweg zijn voor het autoverkeer gesloten. “Dat was voortreffelijk”, aldus ir. Hans Boxem (VVD), de Gelderse gedeputeerde voor onder meer natuur en landschap, “al zijn er ook punten waarvan geen donder terecht is gekomen, zoals het verplaatsen van campings. Nu is het tijd voor grote doorbraken.”

Ruwweg lijken er twee modellen om te komen tot een Nationaal Park Veluwe (NPV). De huidige weg van de geleidelijkheid volgend, zouden steeds intensievere samenwerkingsverbanden kunnen ontstaan tussen aangrenzende gebieden. Op de zuidoost-Veluwe bieden Natuurmonumenten, het Geldersch Landschap, en de landgoederen Twickel en Middachten daarvan een goed voorbeeld, maar met de aantekening dat hoge hekken, verkeerswegen, campings, en oefenterreinen daar toch al ontbraken. Zijn die elementen wel aanwezig, dan wordt het veel lastiger. Bezwaar van dit aanrijgmodel is verder dat er geen overkoepelende organisatie ontstaat, maar wel een veelheid van plaatselijke gremia. De Veluwe blijft een lappendeken, maar dan met meer samenwerking tussen de verschillende lappen; na verloop van veel tijd zou er dan een nationaal-parketiket op geplakt kunnen worden. M. Geurts, directeur van Provinciale VVV Gelderland en een groot voorstander van een NPV, zegt: “Niemand spreekt voor de Veluwe als geheel. Er moet iets komen - een raad, een alliantie, een BV - iets dat als een eenheid functioneert.”

De oplossing zou kunnen zijn om op zo kort mogelijke termijn gewoon een NPV uit te roepen dat de hele Veluwe omvat, en liefst ook nog wat randzones. Voorwaarden zijn onder meer dat het NPV eigen gebouwen (bijvoorbeeld een lege kazerne) en een staf krijgt; dat rijk en provincie het project krachtig steunen; en dat er een structurele, brede geldstroom naar het NPV op gang komt door middel van parkeerstickers en/of ecotax of door rekeningrijden. Het hele NPV-gebied krijgt in eerste instantie een kandidaat-status, en alle terreineigenaren worden uitgenodigd hun grond, of delen daarvan, en wellicht ook het bijbehorend personeel, op de een of andere manier bij het NPV onder te brengen. Aan inrichting en beheer van de feitelijke NPV-terreinen worden eisen gesteld (bijvoorbeeld: geen hekken, geen plezierjacht, geen houtplantages, aandacht voor cultuurhistorische waarden). Daartegenover staan belangrijke voordelen zoals toegang tot centrale diensten, infrastructurele werken om wegen aan te pakken en ruime financiële middelen voor het terreinbeheer. Als de voordelen van deelname groot genoeg zijn, en pakweg Staatsbosbeheer (zo'n 15.000 hectare) en Natuurmonumenten (10.879 hectare) samen voor een sterke openingszet zorgen door hun Veluwse bezittingen bij het NPV onder te brengen, kan een sneeuwbaleffect ontstaan.

De vraag is in dit stadium wie het NPV gaat oprichten of uitroepen. Gelet op het woord nationaal is het rijk een voor de hand liggende kandidaat, te meer daar het ministerie van LNV een Voorlopige Commissie Nationale Parken (VCNP) kent. Echter: in 1993 torpedeerde staatssecretaris Gabor het plan de Veluwe bezuiden de A1 op die lijst te zetten, en de VCNP beperkt zich nu tot een advies om daar bij een volgende ronde verandering in te brengen. Dat LNV de Veluwe voorlopig overslaat is wel bizar, maar geen ramp: de nationale parken krijgen op kosten van het ministerie een secretariaat, er komt een overlegorgaan voor de terreineigenaren, rond het park komen nieuwe bordjes, en dat is het zo'n beetje.

De provincie zou het ook kunnen doen, want het rijk heeft geen monopolie op het uitroepen van nationale parken. De ecoloog Bram Vreugdenhil, spil in de provinciale planvorming rond de Veluwse natuur, stelt dat een NPV de moeite van het oprichten alleen waard is als rasters en verharde wegen verdwijnen. “De status van nationaal park moet een flinke meerwaarde geven.”

In de huidige, zeer schetsmatige provinciale plannen tot 2010 heeft de oprichting van een NPV een centrale plaats gekregen. Boxem: “Als de verandering van de Veluwe in een nationaal park ertoe zou bijdragen dat onze maatschappij iets over heeft voor dit gebied, als dat echt een doorbraak zou betekenen, ben ik daar voor. Door de Veluwe die aanduiding te geven, krijgt het de nationale betekenis die wij hier voelen.” Het rijk subsidieert de Veluwe nu met ongeveer een miljoen gulden per jaar (plus een miljoen van provincie en andere partijen) in het kader van het Waardevolle-Cultuurlandschappenbeleid, dat tegen 2002 afloopt. “Het is zinvol er dan een ander bordje op te hangen en daardoor de financieringsstroom te continueren”, aldus Boxem over het NPV-idee. Verder wijst hij op Europese subsidies voor nationale parken die samenwerken met nationale parken in bijvoorbeeld Oost-Europa of Afrika.

Een derde mogelijkheid is dat het initiatief voor een NPV wordt genomen door een of meer grote terreineigenaren, eventueel in samenwerking met de Provinciale VVV Gelderland. SBB, de grootste natuurbezitter op de Veluwe, zou er zelfs alleen mee kunnen beginnen.

Maar wie het ook doet, het grote gevaar blijft een tandenloos NPV, waar halve maatregelen dienen om kritiek te smoren en grote doorbraken te verhinderen: rasterverplaatsingen en plaatselijke rasterverlagingen (waar herten en reeën overheen kunnen springen) in plaats van het afvoeren van het complete hek; wildviaducten van veertig meter in plaats van veel bredere overkluizingen; wildsignaleringssystemen (met infrarooddetectie) langs tweebaanswegen in plaats van afsluiting of een sterk gereduceerde maximumsnelheid. En dan zijn er nog de verstorende campings, de landbouwenclaves, de oefenterreinen. De Veluwe laat zich niet meer repareren met goed bedoelde gebaren. Vele honderden miljoenen zijn nodig, en ministers die met vuisten op tafels slaan.

    • Michiel Hegener